*

 

Turncoach Louter verwerpt plannen van KNGU

Van onze verslaggever John Volkers − 28/10/08, 03:10

Turncoach is apert tegen voornemen tot centralisatie. ‘Dit zaadje gaat landen in een onvruchtbare bodem.’..

AMSTERDAM ‘Dit is terug naar het oude Papendal-systeem, het vroegere centrale internaat van het Nederlandse turnen. Dat hebben we in 1993 afgeserveerd als niet functioneel. En dan zouden we nu die weg opnieuw bewandelen? Ik heb er geen geloof in. Dit zaadje gaat landen in onvruchtbare bodem.’

Frank Louter, van 2001 tot 2003 bondscoach van het Nederlandse vrouwenturnen, heeft de reorganisatieplannen van de Koninklijke Nederlandse Gymnastiek Unie (KNGU) verworpen. Hij is apert tegen het voornemen tot centralisatie. ‘Waarom zou je een instituut bouwen voor senioren, als je niet eens senioren van olympisch niveau hebt? Ze gaan een toren bouwen en beginnen bovenaan, bij de spits.’

Louter, de coach van het per 1 januari op te heffen steunpunt Pro Patria Zoetermeer, is van mening dat de stap van het huidige decentrale systeem naar een aanpak met twee hoofdkwartieren (Heerenveen en Den Bosch) een onherbergzame weg is die tot niets zal leiden.

‘Meisjes van 12 jaar kunnen op maximaal drie kwartier rijden van het decentrale steunpunt wonen. ’s Ochtends vroeg heen voor de eerste training, dan school. Dan weer trainen tot ’s avonds zeven en eten thuis, bij vader en moeder. Zo gaat dat.

‘Ik ben nu mijn ploeg opnieuw aan het opbouwen. We hebben een lijn van 6 tot 18 jaar. Kinderen van 12, dat is de lichting die het bij de Olympische Spelen van 2012 in Londen moet doen. Turnsters zijn op de piek van hun loopbaan gemiddeld 16 jaar en een paar maanden oud.

‘Stel dat we nu centraal gaan trainen, dat betekent verhuizen naar een gastgezin, een nieuwe zaal, een nieuwe trainer, een nieuw groepje turnsters, een andere school en als ze voor een gastgezin kiezen ook een ‘nieuwe’ vader en moeder. Je kunt je de reacties voorstellen.

‘Wij in Zoetermeer weten uit ervaring dat hierdoor turnsters afhaken. Er speelt heimwee. Ze vinden turnen te gek, maar ze kunnen op die leeftijd niet zonder hun vader en moeder. Op die leeftijd heb je ook een vader en moeder nodig.’

Chinese toestanden in Nederland, Louter, de meesteropleider, is er niet voor. Ook daarom heeft hij het voorstel van sportkoepel NOC*NSF en de KNGU afgewezen om bij hen in dienst te komen.

‘Ik ben gevraagd als talentcoach en als coach van de coaches. Met als standplaats Nederland. Ik zou langs de clubs gaan, oefenstof ontwerpen en centrale trainingen geven. Ik ben vereerd door het aanbod van de KNGU, maar ik heb onvoldoende vertrouwen in het voorgestelde systeem. Er wordt onvoldoende geïnvesteerd in het opleiden van talent.

‘Centraliseren is bedacht om versnippering tegen te gaan. Ik vind dat mijn kwaliteiten versnipperd worden. Ik bouw aan een nieuwe lijn turnsters in Zoetermeer. Ik kom daar beter tot mijn recht. Ik laat de vastigheid varen en stort me, ook financieel, in een avontuur.’

Hij blijft bij de vermaarde Zuid-Hollandse club, waar hij sinds 1991 werkzaam is. Louter heeft daar een goed geoutilleerde zaal tot zijn beschikking. Het was een van de redenen waarom er na 1993 decentraal gewerkt kon worden.

‘Vroeger keken wij met jaloerse ogen naar het internaat van Papendal. Daar stond materiaal permanent opgesteld. Dat was verder nergens in het land zo. Nu staan er tal van permanente en semipermanente turnzalen in Nederland, met uitstekend materiaal. Ik schat dat er meer dan driehonderd van die hokkies zijn. Ook in kleiner formaat en soms half ingericht.

‘Ik zou het een logische stap vinden om nu aan de invoering van fulltime trainers te gaan werken. Hier ligt een mooie taak voor de KNGU om de clubs daarbij te steunen.’

Louter is kritisch over de koers die de KNGU wil volgen. Hij wijst op het internationale Spliss- rapport over topsport in westerse landen als Canada, Australië en Italië. ‘Leid trainers op en zorg voor scouting en opleiding van talent. Dat is belangrijker dan alle dollars, stages en krachthonken.

‘De opleidingstrainer moet de topsporter wakker maken. Hij moet de sporters vinden, raken en binden. Kijk naar 10-jarigen, het lekkere gevoel van op je handen kunnen staan. Als ze het kunnen, doen ze de hele dag niet anders.’

In de opleiding van junioren naar succesvolle senioren moet worden gekeken naar de leeftijd van 8 tot 15 jaar. ‘Die is cruciaal. Tussen 8 en 11 staan ze open om technisch te leren, het is de leergevoelige periode.

‘Vanaf 11 jaar moet de lichamelijke motor sterk worden gemaakt en een internationaal programma worden geboden. Mijn boodschap: pas je als trainer altijd aan bij de ontwikkelingsfase. En begin op tijd. Concertpianist kun je ook niet worden als je op je 22ste begint.’

mailIcon print |