*

 

Het mooiste woord is flikflak, maar flakflik bestaat ook

Van onze verslaggever Bart Jungmann − 29/10/08, 02:45

Deel 1 van een reeks sportwoordenboeken verschijnt begin volgende maand. Het gaatover atletiek en gymnastiek...

De Grote Van Dale mag nog zo groot zijn, slechts één turner heeft in het driedelige woordenboek zijn naam kunnen vestigen. De Japanner Haruhiro Yamashita bedacht een kleine 50 jaar geleden de sprong op het paard, met overslag uit handstand. Die is voor altijd als yamashita geboekstaafd.

Andere turners, zoals Yuri van Gelder, moeten nog even geduld hebben tot begin volgende maand als het eerste deel van de Van Dale Sportwoordenboeken verschijnt. In deel 1 van deze twaalfdelige reeks zijn alle woorden ontleend aan atletiek en gymnastiek onder de loep genomen, dus ook de eponiemen.

‘Vangelder’ is net als ‘yamashita’ zo’n persoonsnaam, een woord dat is opgehangen aan de bedenker en/of uitvoerder van een bepaalde activiteit. En wat is een vangelder? ‘Een element aan de ringen waarbij de turner vanuit horizontale houding tussen de ringen zich naar een horizontale houding onder de ringen laat zakken en zich vervolgens tot horizontaal boven de ringen opdrukt.’

Bovenstaande definitie is opgeschreven door Jan Luitzen, samensteller van de sportwoordenboeken. Iemand moest het doen, zegt Luitzen zelf laconiek over het monnikenwerk waarin hij zich heeft gestort. ‘Ik ben taalkundige, ik houd van sport en ik houd van schrijven.’ Kortom, al zijn kennis en liefde komt hierin samen.

Hij heeft dan ook zelf het initiatief genomen tot deze inventarisatie van een sportlexicon dat door de publicatie van zijn biografie over Johan Cruijff vorig jaar in een stroomversnelling kwam. Over het waarom kan hij kort zijn: ‘Het is weer een stap in de institutionalisering van de sport. Als je sport serieus neemt, hoort daarbij ook de terminologie.’

Luitzen heeft de sporten zo veel mogelijk samengebracht, te beginnen dus met atletiek en turnen. ‘Die moet je toch beschouwen als de vader en moeder van alle sporten.’ Hij is daarin niet kinderachtig geweest. Ook een afgeleide discipline als twirlen mag meedoen, zoals dat ook geldt voor fitness en krachtsport.

Het belooft een mer à boire te worden. Acroturnen kent bijvoorbeeld de bigmac, ook aangeduid als stapelbedje: een toren gevormd door drie turners. Mooiste woord? ‘Flikflak is natuurlijk prachtig, maar wist je dat er ook een flakflik bestaat?’

Luitzen heeft zijn hele sportbibliotheek voor deze klus gedigitaliseerd en dat zal vooral van pas komen bij wielrennen (deel 2) en voetbal (vermoedelijk deel 5, te verschijnen rond het WK van 2010 in Zuid-Afrika). Dat zijn de twee sporten waarvan de woorden het best zijn geboekstaafd in Nederland.

In zijn dankwoord citeert Jan Luitzen zijn grote voorganger Johan Hendrik van Dale, die de samenstelling van woordenboeken een ondankbaar werk noemde omdat het nooit af is. Luitzen: ‘Ik ben een perfectionist, maar soms moet je je troosten met de gedachte dat het altijd beter kan in een volgende druk.’

mailIcon print |