PSV-talent dat opgroeide tegenover het stadion, realiseert zich nu zijn voorbeeldfunctie voor de Marokkaanse jeugd...
Hij is er de persoon niet naar om juichend uit zijn stoel op te springen. Maar toen zijn boezemvriend Ibrahim Afellay vorige week een uitstekende invalbeurt in Oranje bekroonde met de voorzet voor het derde doelpunt in het oefenduel tegen Kroatië, gloeide zijn ploeggenoot Otman Bakkal bij PSV van trots.
‘Ik ken hem al zó lang en ik weet wat hij er allemaal voor heeft moeten doen om daar te komen’, zegt Bakkal. ‘Als ik hem dan die assist zie geven, dan doet mij dat wel wat. Ik stond niet te springen voor de tv, maar had wel een enorme grijns op mijn gezicht.’
De onderlinge verbondenheid tussen de PSV-talenten van Marokkaanse afkomst is groot en is aandoenlijk. Als Bakkal, die over twee weken zijn 23ste verjaardag viert, op sportcomplex De Herdgang is aangeschoven voor een gesprek over zijn voortvarende seizoen bij de landskampioen, haalt ploeggenoot Ismaïl Aissati de drankjes en schuift hij even aan.
Bakkal is de jongen uit Strijp, de wijk waar het Philips stadion ligt. Als geen ander weet de voormalige vwo-scholier met welk gevoel de PSV-supporters vanavond het stadion opzoeken voor het Uefa Cup-duel met het Zweedse Helsingborgs IF.
‘PSV is altijd een onderdeel geweest van mijn leven. Ik woonde op loopafstand van het stadion. Bij thuiswedstrijden stond onze straat vol met auto’s. Ik had niet altijd een kaartje. Maar vóór de verbouwing kon je bij de hoekpunten van het stadion door de poorten naar binnen kijken en de wedstrijd dan half zien.
‘Na schooltijd gingen we met vrienden het stadion in, want er was altijd wel ergens een ingang die open was. Ik herinner me ook nog dat ik in de rust van een thuiswedstrijd op het veld mocht meedoen aan ‘Goalmaster’, dat was een soort 1 tegen 1 competitie. PSV verloor van NAC, mede doordat Yassine Abdellaoui een fantastische wedstrijd speelde.’
Dat er nu Marokkaanse jongetjes op de tribune zitten die met hetzelfde gevoel naar hem kijken, noemt hij bizar. ‘Ik ben me die voorbeeldfunctie voor jonge Marokkanen wel meer gaan realiseren. Dat merk ik vooral aan de manier waarop ze reageren op Ibi (Afellay) en Isi (Aissati).’
Het is een typerende opmerking voor Bakkal, de meest bedachtzame van de drie. Hij treedt liever niet op de voorgrond. Maar ook hij moet erkennen dat zijn ontwikkeling bij PSV, sinds de terugkeer van FC Twente dat hem een seizoen huurde, voortvarend verloopt. Bakkal is een van de controlerende middenvelders in het 4-2-3-1 systeem van coach Sef Vergoossen.
Bakkal scoorde sinds de ultrakorte winterstop in de uitwedstrijden tegen Feyenoord (0-1) en Ajax (0-2) en zaterdag thuis tegen Heerenveen (1-1). Aan de zijde van aanvoerder Timmy Simons groeit hij steeds meer in zijn nieuwe rol in Eindhoven.
Dat bondscoach Marco van Basten met Oranje dezelfde weg is ingeslagen, wat spelsysteem betreft, heeft bij Bakkal echter niet tot het gevoel geleid dat er misschien wel een plaatsje voor hem vrijkomt in het Nederlands elftal. ‘Daar kan nu nog geen sprake van zijn, denk ik. Ik speel pas vijf wedstrijden op die positie. Dan lijkt het me niet goed nu al met het Nederlands elftal bezig te zijn.’
Zo vreemd zou een invitatie voor Oranje nog niet zijn. In de zomer van 2007 begon hij bij Jong Oranje als reserve aan het EK in eigen land, om vervolgens uit te groeien tot een van de bepalende basisspelers. In de soepel verlopen finale tegen Servië opende hij de score.
Ook die titel weet Bakkal in perspectief te plaatsen. ‘Het EK was duidelijk een jeugdtoernooi. Dat merk je als je in de grotemensenwereld van de Champions League voetbalt. Daar zijn spelers allemaal zo goed én volwassen dat het heel lastig voetballen is.’
Op het EK zag hij ook wel goede spelers, maar die hadden niet de routine van de voetballers die hij in de Champions League is tegenkomen. ‘Wat voor mij de Champions League typeert, is de wedstrijd die wij in Milaan tegen Internazionale speelden. De eerste 20 minuten had ik het idee dat het best aardig ging, omdat ze ons in de waan lieten dat we mee konden. Maar ineens sloegen zij twee keer kort na elkaar toe en was het gebeurd.
‘Daarna was er geen doorkomen meer aan. Op dat moment dacht ik: dit is dus de top van de top. De rust en het overzicht van een speler als Esteban Cambiasso bijvoorbeeld, daar heb ik groot respect voor. Hij zoekt altijd de oplossing vooruit en verdedigend staat hij ook zijn mannetje. Dat is zo’n speler van wie ik denk: daar kan ik nog een hoop van opsteken.’
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.
Volg het nieuws op onze zustersite in België www.demorgen.be.
Sport:
voetbal,
wielrennen,
tennis,
auto- & motorsport,
meer sport.