*

 

Bobby Fischer - De grootste aller tijden?

Door Gert Ligterink − 19/01/08, 02:46

Andere kampioenen over Bobby Fischer:

  • Bobby Fischer praat met journalisten in zijn woning in Reykjavik, maart 2005. (AP)

Viswanathan Anand, wereldkampioen:

‘Helaas heb ik zijn grote tijd niet meegemaakt. Hoewel ik zijn schitterende partijen pas veel later heb gezien, kan ik me goed de opwinding voorstellen die ze indertijd veroorzaakten. Het is triest dat Fischer zo jong is gestorven, al is het duidelijk dat hij de laatste jaren geen gelukkig leven leidde. Eigenlijk hebben de schakers in 1972 afscheid van hem genomen.’

Jan Timman, grootmeester:

‘De jaren waarin Fischer de wereld veroverde staan in mijn geheugen gegrift. Ik herinner me verdriet en geluk. Verdriet, toen hij in 1967 wegliep uit het interzonale toernooi in Sousse. Geluk, toen ik zijn boek My sixty memorable games voor het eerst in handen kreeg. Ik heb die partijen en Fischers commentaar geabsorbeerd. En natuurlijk herinner ik me zijn tweekampen. Zijn overwinning op Petrosian in de finale van het kandidatentoernooi in 1971 heeft misschien nog meer indruk op me gemaakt dan de WK-match een jaar later.’

Nigel Short, voormalig WK-kandidaat:

‘Fischer heeft ervoor gezorgd dat ik ben gaan schaken. Ik was zeven jaar toen hij tegen Spassky speelde en wist nog weinig van het spel. De partijen en de schitterende verhalen rond de match in Reykjavik inspireerden me door te gaan. Misschien tot mijn schande moet ik bekennen dat ik me vier jaar later heb bekeerd tot fan van Anatoli Karpov, Fischers opvolger. Je kunt moeilijk een held in ere houden als hij niet meer speelt.’

Lajos Portisch, Hongaars topgrootmeester, die negen partijen tegen Fischer speelde (vijf remises, vier nederlagen):

‘Omdat de grootste speler aller tijden is gestorven, is dit een buitengewoon trieste dag. O zeker, er is geen twijfel mogelijk dat Fischer de allergrootste was. Het is hem gelukt om zonder hulp van anderen in zijn eentje de Sovjethegemonie te breken. Ik weet hoe die prestatie moet worden gewaardeerd, omdat ik het zelf zonder succes heb geprobeerd.’

Genna Sosonko, grootmeester:

‘Misschien is het waar dat Fischer in het Westen een held was omdat hij het Sovjetblok wist te breken, maar ik vermoed dat hij een nog grotere held was voor de schakers in de Sovjet-Unie. Hun bewondering voor Fischer was immens. Ze wisten maar al te goed dat de schaakkracht van het hele land was ingeschakeld om Petrosian en Spassky te helpen bij hun voorbereiding op de slag met Fischer.’

Short:

‘Fischer is zeker een van de grootste spelers aller tijden, maar of hij de allergrootste is? Wat mij betreft heeft Kasparov meer recht op die claim, omdat hij zo lang aan de top heeft gestaan. Aan de andere kant, toen Fischer op zijn allersterkst was, won hij een ongebroken serie van negentien partijen tegen zijn beste tijdgenoten. Dat is ook door Kasparov niet geĆ«venaard.’

Timman:

‘Helaas heb ik nooit een partij tegen Fischer gespeeld, maar ik heb hem wel ontmoet. Ik mocht hem graag. Zijn antisemitische razernij heb ik nooit serieus genomen. Hij werd verteerd door joodse zelfhaat, niet door neonazistische overtuigingen.’

Anand:

‘Ik ben blij dat ik Fischer twee jaar geleden in Reykjavik heb ontmoet. Hij vroeg me waarom ik eigenlijk nog van schaken hield, nu de theorie zo explosief is gegroeid. Mijn antwoord dat het spel springlevend is, beviel hem matig. Aardig was zijn reactie toen we een partij bekeken en ik hem vertelde welke zetten volgens de computer het sterkst waren. ``Daar geloof ik niets van’’, zei Fischer onmiddellijk. ``Dat moeten we zelf onderzoeken.’’ Zo’n geloof in de menselijke kracht boven die van het digitale monster kom je niet vaak meer tegen.’

mailIcon print |