*

 

‘Elista spookt nog steeds door mijn hoofd’

Van onze schaakmedewerker Gert Ligterink − 26/10/06, 02:46

De taferelen in Elista, waar schaaktopper Veselin Topalov onlangs de WK-match van Kramnik verloor, spoken nog steeds door het hoofd van de Bulgaar....

  • Veselin Topalov (AP)

De omgeving waarin de ontmoeting plaatsvindt, is bedriegelijk. In het landelijke hotel aan de rand van Hoogeveen heerst een zo serene rust dat je geen uitbarsting van ingehouden woede verwacht. Maar die komt wel. Veselin Topalov krijgt rode vlekken in zijn nek en zijn stem begint te piepen als het gedrag van Vladimir Kramnik tijdens de recente WK-match ter sprake komt.

Voordat het heikele onderwerp wordt aangeraakt, spreken we over de actualiteit. Topalov verloor zijn eerste twee partijen in de Essent-vierkamp en staat halverwege het toernooi op de gedeelde laatste plaats. Hij klaagt niet en prijst het spel van zijn tegenstanders.

Maar hij erkent ook dat hij met zijn deelname in Hoogeveen te veel van zich zelf heeft gevraagd: ‘Ik heb de reactie van mijn lichaam onderschat. Het is niet zo vreemd dat het zich ontspant na de intense concentratie tijdens de match in Elista.

‘Of ik misschien beter niet had kunnen komen? Het is geen moment bij me opgekomen. Nog nooit heb ik een ondertekend contract gebroken. Ik ben Kramnik niet. Hoe vaak heeft die zich niet teruggetrokken met vage klachten over vermoeidheid? Dit voorjaar nog meldde hij zich onmiddellijk af voor het toernooi in Monaco, nadat hij voor de match met mij had getekend.’

De naam van Kramnik werkt op Topalov als een rode lap op een stier. In de eerste dagen na de match is hij terughoudend geweest, maar onderhand vindt hij het de hoogste tijd zijn kant van het verhaal te vertellen: ‘Uit de artikelen die ik heb gelezen, begrijp ik dat de buitenstaanders Kramnik zien als een martelaar die tegen de verdrukking in heeft gewonnen. Voor hen ben ik de gebeten hond en is mijn manager Silvio Danailov de verpersoonlijking van Het Kwaad.

‘Het is een voorstelling van zaken die kant noch wal raakt. Ons door iedereen zo streng veroordeelde protest tegen het gedrag van Kramnik was geen provocatie, maar een uiting van oprechte bezorgdheid. Tijdens de eerste twee lange partijen bracht Kramnik tweeënhalf uur door in zijn rustkamer achter het podium. Dat kan toch niet? Als je een faire match speelt, verstop je je niet, maar bewerkstellig je dat het publiek je op het podium kan zien.

‘Na de vierde partij heeft mijn manager de banden van de beveiligingsdienst opgevraagd om eens te kijken hoe mijn tegenstander de tijd doorbracht in zijn rustkamer.

‘Toen hij zag dat Kramnik buitensporig vaak het toilet bezocht, begonnen we argwaan te krijgen. Natuurlijk is dat verdacht gedrag. Het toilet was de enige ruimte die niet door camera’s beveiligd was.

‘Toen de commissie van beroep het met ons eens bleek te zijn en opdracht gaf de toiletten in de rustkamers te sluiten, reageerde Kramnik als de vermoorde onschuld. Contract dit en contract dat, hoe durven ze mij zo te beledigen. Het is altijd hetzelfde met hem. Zelf breekt hij de regels voortdurend, maar o wee als aan zijn rechten wordt getornd.

‘Dat Kramnik niet kwam opdagen voor de vijfde partij, was zijn eigen schuld. Hij dacht dat hij met alles kon wegkomen. Liever had ik die partij wel gespeeld en gezien dat ons protest volledig was gehonoreerd. In plaats daarvan kreeg ik een gratis punt, maar kreeg Kramnik op alle andere punten zijn zin. Hij mocht weer doen wat hij wilde in zijn rustkamer en de protestcommissie werd ontslagen.

‘Het gevolg was dat ik vanaf de zesde partij niet meer wist tegen wie ik speelde. Kramnik was het afgelopen jaar kwetsbaar, maar in deze match maakte hij nauwelijks tactische fouten. Ik begon te twijfelen. Was Kramnik mijn tegenstander of was het Kramnik, geassisteerd door een computer? Om hem zo veel mogelijk aan het bord te houden, begon ik met opzet snel te spelen. Te snel soms. De blunder waardoor ik de negende partij verloor, was het gevolg van een te snel genomen beslissing.

‘Ik accepteer dat ik de match verloren heb. Maar de taferelen in Elista spoken nog steeds door mijn hoofd. ’s Nachts droom ik van Kramnik. Ik droom dat hij het aanbod van een revanchematch in Sofia heeft geaccepteerd. Of dat ik een lange wandeling met hem maak in Moskou, waarna we samen een chique nachtclub bezoeken. Het vreemde is alleen dat wij de enige twee bezoekers zijn.’

mailIcon print |