*

 

Boogerd zegt dat het in orde is, Langeveld krijgt pijn

Van onze verslaggeefster Marije Randewijk − 26/06/06, 02:46

De lucht boven Maastricht betrekt. Het noodweer dat is aangekondigd lijkt zich alsnog te gaan roeren. Nog elf kilometer en de strijd om de nationale titel is beslist....

Op kop rijden Michael Boogerd en Sebastian Langeveld. De achtervolgers, Karsten Kroon, Koos Moerenhout, Erik Dekker, Piet Rooijakkers en Bram Tankink, zijn kansloos. Ze zijn murw gebeukt door een niet-aflatende stroom aan demarrages, het slopende parcours en de drukkende warmte. Driekwart van het peloton is zelfs na een aantal ronden al uit de wedstrijd verdwenen.

Aan de kop praat Boogerd met Erik Breukink en Adri van Houwelingen. De ploegleiders van de Rabobank drukken hun kopman nogmaals op het hart: alles goed en wel Michael, maar verliezen is hier geen optie. ‘We moeten hier winnen, al het andere is niet goed genoeg’, waarschuwde Breukink al voor de wedstrijd.

De laatste vijf jaar ging het rood-wit-blauw bij de profs vier keer naar een niet-Rabobank-renner. Het is een opmerkelijk laag aantal voor een ploeg die op een nationaal kampioenschap altijd ruim in de meerderheid is. En doorgaans ook nog over veruit de meest getalenteerde en duurst betaalde renners beschikt.

Boogerd is een doorgewinterde prof. Prachtige renner, 34 jaar, vol emoties. Hij wint te weinig, het is het eeuwige verwijt. De Brabantse Pijl in 2003 is de laatste wedstrijd waarin hij als eerste bij de meet was. Boogerd compenseert het gebrek aan zeges met zijn passie en arbeidsethos. Op hem kan de ploeg altijd rekenen.

Sebastian Langeveld is 21 jaar, met een grenzeloze ambitie. Ooit wil hij bij de profs het WK op de weg winnen. Maar nu nog niet. Met de GP Pino Cerami neemt hij voorlopig genoegen. Hij is eerstejaars beroepsrenner voor Skil-Shimano, de tweede wielerploeg van Nederland. Volgend jaar promoveert hij waarschijnlijk naar de eerste wielerploeg van Nederland, die van de Rabobank.

De gedachten gaan terug naar 1997, het jaar dat Boogerd voor de eerste keer nationaal kampioen werd. Hij reed de laatste meters hand in hand met de afscheidnemende Erik Breukink, die de jeugd op de finish voorrang bood. Het was de wisseling van de wacht.

Negen jaar later lijkt Langeveld Boogerd en Boogerd Breukink. Met dit verschil dat Boogerd niet stopt met wielrennen.

Het maakt van de finale van het fantastische NK een vreemd schouwspel. Want de televisiecamera registreert feilloos de onderhandelingen tussen de twee koplopers. ‘Breuk vraagt of het in orde is’, zegt Boogerd tegen Langeveld. Zijn metgezel reageert met een stoïcijnse blik. Ja, ja. Natuurlijk is alles in orde.

Boogerd rapporteert aan Breukink. ‘Ik heb gezegd dat ik zeker ging winnen’, zegt Boogerd na afloop. Zonder bijbedoelingen. Hij voelt zich gewoon de sterkste. Je kent dat wel.

Prompt voelt Langeveld aan zijn rechterbovenbeen. Er zit een bloedvlek op zijn broek. Een overblijfsel van een valpartij in het begin van de wedstrijd.

Tijdens de laatste beklimming van de Pietersberg wordt hij door Boogerd uit het wiel gereden. Of we dat niet hebben gezien, vraagt hij. Iedereen heeft het gezien. Maar ook dat Langeveld het geslagen gaatje zonder problemen dichtrijdt. ‘Omdat ik op hem heb gewacht’, legt Boogerd uit.

De jonge coureur kon hem immers nog steun bieden in de slotkilometers. Langeveld bleef ook keurig zijn aflossingen doen. ‘Ik was blij dat Michael op mij wachtte, want als hij vol doorrijdt, moet ik nog maar zien dat ik tweede word’, zegt hij.

Bij Skil-Shimano waren de afspraken vooraf duidelijk. ‘We rijden om te winnen, niet om geld te verdienen’, vertelt Aart Vierhouten, de meest ervaren renner van de troepen van manager Arend Scheppink.

Anderzijds hoopt hij nu wel dat zijn jonge collega een aardig bedrag aan het NK heeft overgehouden. Kan hij zelf nog lekker op vakantie. Vierhouten: ‘Anders heeft hij het niet goed gedaan en doe ik hem wat.’

Zo hoort dat in de wielerwereld. Als twee renners in een groot kampioenschap samen naar de meet rijden, dan betaalt de winnaar. Op die manier blijven beiden gemotiveerd om tot de laatste meters hun deel van het werk te doen. Het is een van die vele wielerwetten. Dáár is niets raars aan.

In het centrum van Maastricht grijpt Langeveld nog eens naar zijn been. Op hetzelfde moment demarreert Boogerd aan de andere kant van de weg naar zijn derde nationale titel.

‘Ik was helemaal naar de klote. Je kunt het misschien niet aan me zien, maar het is wel zo’, zegt Langeveld.

‘Het is toneel’, zegt Maarten Ducrot verontwaardigd voor de tv.

Boogerd ontkent stellig. Hij weigert zijn nieuwe nationale trui te laten besmeuren. ‘Als je het allemaal zo gemakkelijk in elkaar kunt steken, waren we de afgelopen jaren wel iets vaker kampioen geworden, zegt hij boos.

Hij is dertien jaar beroepsrenner, hij vindt dat hij die trui wel verdient. Niemand die daar iets tegenin brengt.

mailIcon print |