Met tweeduizend lopers was het Nederlandse aandeel in de marathon van New York groter dan ooit. Onder hen een keur aan BN’ers: René Froger, Thomas Acda, Leontien Zijlaard en P.C....
‘Heel erg goed voor je ego.’ Rolph Warmenhoven, een 47-jarige Amsterdammer, draaide er gistermiddag niet om heen. Hij was uitgeput en ‘ongelofelijk voldaan’. Hij had zojuist zijn twaalfde marathon van New York voltooid. ‘Queensboro Bridge was het zwaarste en mooiste moment. Je moet tegen die brug op, het is daar opeens doodstil, even heb je het helemaal gehad. Maar dan draaf je omlaag, je maakt de draai naar First Avenue, je loopt op Manhattan en vanaf dat moment voel je alleen nog maar kippenvel.’ Het was schitterend, zonnig weer gisteren in New York. Met 22 graden was het eigenlijk te warm voor een wedstrijd over 42 kilometer en een beetje. Maar daar stond tegenover dat er nog meer publiek langs de route stond dan anders al het geval is. De marathon van New York kent veel vals plat en bruggen met loodzware opgangen. Maar het is ook een verlegen makende triomftocht, een keizerlijke ontvangst door twee miljoen toeschouwers. Alle twee miljoen zijn ze de straat opgegaan alleen om jou te zien, schreeuwen ze hun kelen schor alleen voor jou – kleine, gemankeerde struikelaar uit Holland. Warmenhoven die oud-hoofdredacteur is van het tijdschrift Runners World, liep gisteren 3.44.31. Dat was heel snel onder de Nederlanders, zij het voor Warmenhoven een matige tijd. Het kon hem niet schelen. Hij deed marathons in Havana, Peking, Chicago en waar al niet, maar New York is anders. ‘Als eenvoudige liefhebber kom je nooit aan het gevoel een prestatie van olympische allure te leveren. Precies dat gevoel geven ze je hier driedubbeldik.’ De Road Runners Club die de organisatie doet, telde dit jaar 85 duizend aanmeldingen. 35 Duizend van hen waren toegelaten tot de begeerde zelfkwelling en onder hen waren meer dan tweeduizend Nederlanders. Niet eerder was het Nederlandse aandeel in New York zo groot. Ook het aandeel ‘Bekende Nederlander’ was niet slecht. René Froger liep mee (geschatte tijd op moment van sluiten van deze krant vijf uur en vijftig minuten). Thomas Acda was net binnen: vijf uur en 18 minuten. Leontien Zijlaard-Van Moorsel was aanzienlijk sneller: 3 uur, 47 minuten en nog iets. Haar man Michael over de oud-wielrenster: ‘Daar zit nog zo ongelofelijk veel conditie in.’ Ze bleef de jongeman die stond ingeschreven als P. C. van Oranje (Pieter Christiaan van Vollenhove) ruim vier minuten voor. Het was de vijfde keer dat de 33-jarige zoon van Margriet en Pieter de marathon van New York liep. Hij heeft in Honolulu gelopen, in Londen, Amsterdam – New York blijft ook voor hem bijzonder. ‘Het is onvoorspelbaar hoe je hier loopt’, zei hij tevoren. ‘Op een vlak parcours kun je je heel goed voorbereiden. In New York is het de vorm van de dag die het resultaat bepaalt.’ Pieter Christiaan was bevoorrecht. Leo Echteld was meegekomen ‘om PC een beetje in shape te houden’. Echteld is de fysiotherapeut van het Nederlands voetbalelftal. Hij noemde zijn pupil ‘een trainingsbeest’ en ‘een heel sterke jongen’. Gisteren kwam het er helaas niet helemaal uit. Hij bleef steken op ruim twintig minuten boven zijn beste tijd in New York. Volgens Echteld lag het vooral aan het weer. ‘Normaal moet hij op drieënhalf uur kunnen uitkomen. Maar het was te warm. Ik zie heel veel mensen over de finish strompelen met uitdrogingsverschijnselen. Het is een heel pittige marathon geweest.’ De meer dan tweeduizend Nederlanders hadden een veelvoud aan familieleden en vrienden meegenomen. Marja en Nardi en Ireen Odijk uit de IJmond stonden gisterochtend al vroeg achter de hekken op die bijzondere plek op First Avenue, onderaan de brug naar Queens. Ze stonden er niet als enige Nederlanders, om het voorzichtig uit te drukken. Het zag er zwart van het oranje. Zoon Jasper en neef Wouter en echtgenoot Arjan worstelden zich door de wedstrijd. Ze hadden nog nooit een marathon gelopen, ze hadden zich wel serieus voorbereid. Ireen Odijk: ‘Wat ze weten is dat het tot 25 kilometer leuk is. Daarna voel je alleen nog maar de pijn.’ Vooral zoon Jasper deed het goed. Hij finishte in een keurige tijd van 4 uur 20 minuten en nog iets. Het was een tijd die bij lange na niet was weggelegd voor Harrie Jabroer uit Zoetermeer en zijn vriend Ben van der Kleij. Jabroer had zichzelf voor zijn vijftigste verjaardag de marathon van New York beloofd. Dit jaar was het zover. Het werd zijn zevende wedstrijd, zijn eerste buiten Europa. Eén keer heeft hij opgegeven. Dat was in Amsterdam. ‘De marathon van Amsterdam loop ik nooit meer. Weet je dat je daar van de weg wordt gesnauwd? Sodemieter op, roepen ze tegen je, wij willen winkelen. Rotterdam is heerlijk. Rotterdam is een soort New York: als je hier meedoet heb je al gewonnen.’ De mannen waren zenuwachtig geweest. Hun vrouwen Carla en Mieke, die in oranje uitdossing met oranje snerpfluitjes in de mond, in weer een andere oranje haag stonden langs First Avenue, vertelden dat Ben en Harrie geklaagd hadden over de kou in New York. Carla: ‘Dikke jassen wilden ze aan. Allemaal zenuwen.’ Zouden de vrienden Central Park halen? Ze hadden zich voorgenomen hun eigen tempo te lopen. Niet forceren en dan maar hopen dat het lijntje niet zou breken. Op First Avenue namen ze de tijd hun vrouwen uitgebreid te begroeten. Ja, het ging fantastisch, nog nooit hadden ze in zo’n mooie voorstelling gezeten en nee, van opgeven was geen sprake. De mannen zaten op dat moment op een comfortabel schema van bijna zes uur.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.
Volg het nieuws op onze zustersite in België www.demorgen.be.
Sport:
voetbal,
wielrennen,
tennis,
auto- & motorsport,
meer sport.