*

 

Schapers ziet jeugd liever spelen op gravel dan op tapijt

John Volkers − 29/05/99, 00:00

De bondscoach 'herentennis', MICHIEL SCHAPERS, maakt zich zorgen over de stand van zaken in de nationale top. De flauwe verrichtingen in Parijs lijken symptomatisch....

H IJ PROBEERT kalmte te prediken over de mislukte expeditie naar het Grand Slam van Parijs. Bondscoach Michiel Schapers houdt niet van hijgerig vertoon. 'Als het minder gaat op een Grand Slam, krijg ik altijd journalisten met vragen van: het gaat slecht met het Nederlands tennis, hè?

'Vorig jaar was de Open Franse ook niet goed. En twee jaar geleden was het matig. Maar Wimbledon was vorig jaar weer wel erg goed. Dat zullen we niet gemakkelijk herhalen, een speler in de halve finale, een in de kwart, en een in de vierde ronde. Je moet oppassen voor de waan van het moment.'

Schapers kijkt liever naar tendenzen en die wijzen onmiskenbaar omlaag. 'In het begin van de jaren negentig hadden we steeds zes á zeven deelnemers. Nu zit daar licht de klad in. In '91 was ik er zelf nog bij toen we met zes man in Australië door de eerste ronde kwamen: Eltingh, Haarhuis, Siemerink, Krajicek, Koevermans en Schapers.'

De Nederlandse beleidsmakers staarden zich er blind op. 'Het was leuk te kijken naar het succes van die generatie, maar waar het om gaat is dat er weer wat achteraan komt. Dat we de voorbeeldfunctie van Richard Krajicek nu echt gaan benutten. Er zijn te weinig jonge spelers die hem nadoen. Als ik een jochie was, zou ik denken: zo'n service wil ik ook hebben.'

Volgens de bondscoach is er een aantal jaren te veel met de armen over elkaar gezeten. Technisch directeur Stan Franker, zijn voorganger, richtte zich op die juist ontpopte toptalenten ('heel verleidelijk natuurlijk, werken met de negentienjarige Krajicek'). Hij was er voor de grote jongens, reisde met Jong Oranje, maar keek niet om naar de kweekvijver in Nederland.

Met de uitblijvende vangst van dit moment heeft Michiel Schapers dagelijks te maken. 'Als ik dan commentaren van Franker lees, dan zeg ik: Stan Franker is de laatste om onze nieuwe technische beleidscommissie een verwijt te maken. Dankzij zijn geringe aandacht voor de jeugd zitten we nu met een generatie die niet zo gek veel voorstelt. Hij is echt de laatste die aanmerkingen mag maken. Franker heeft veel goede dingen gedaan, maar de opleiding heeft hij verwaarloosd.'

Franker liet de vorming van talent over aan de tennisscholen, de privé-ondernemingen, waar een kind 'negenduizend gulden moet meebrengen' om het vak te leren. 'Franker vond de bond voor dat beleid aanvullend. De nieuwe beleidscommissie, Hans Felius, Annemiek de Jong en ik, is van mening dat we sturend moeten zijn.

'Wij willen ondanks kritiek en modder gooien constructief werken met de tennisscholen. We hebben één belang: en dat is het belang van het Nederlandse tennis. Er is een botsing tussen het bondsbelang en het commercieel belang. De scholen willen maar één ding: dat de bondstrainingen worden opgedoekt en dat zij gesubsidieerd gaan worden door de KNLTB, om alle trainingen te doen.

'Dan zeg ik: op basis van welke prestaties menen jullie daar recht op te hebben? De achtjarigen van 1989 vind je als achttienjarigen op geen ranglijst terug. Zij hebben toch tien jaar lang de vrije hand gehad? Privé-initiatief is iets heel anders dan bondsinitiatief. Die privé-scholen vormen geen continue factor. Zo'n trainer kan zomaar stoppen en dan zou er geen training meer zijn in zo'n regio.

'Ik geef mezelf nog acht jaar. We gaan nu werken om over tien jaar weer belangrijke talenten te hebben. En met de tussengeneratie een inhaalslag te maken zodat er over vijf jaar al een nieuwe groep staat.

'We zijn bezig met nieuw beleid. Vanaf 1 oktober komt er elke zaterdag een nationale top in Almere. Iedereen van elf tot zestien jaar is daar welkom. Er moet contact zijn, er moet samengewerkt worden. We willen weer een groepsgevoel, zoals de Spanjaarden en die Zuid-Amerikanen elkaar al jaren stimuleren om steeds beter te worden.'

De jonge spelers moeten ook weer op reis. 'We gaan met elf- en twaalfjarigen al internationaal aan de slag. Niet omdat we al wereldtoppers in die jongelui zien, maar omdat ze aan het internationale tennis moeten ruiken. Die tieners spelen weer tegen andere talenten die zo een spiegel krijgen voorgehouden.

'Het rare van de succesvolle situatie in dit kleine landje was dat Nederland zich naar binnen richtte, ontzettend georiënteerd was op alles binnen de eigen grenzen. Als je alleen maar naar mekaar kijkt, denk je al gauw dat je het goed doet. We deden niet meer aan de jeugd-Grandslams mee. Freddy Hemmes speelt nu, als eerste, mee op Roland Garros, een heel klein succesje van de nieuwe aanpak.

'Nederlandse talenten kwamen nergens meer. We deden niet mee aan de Orange Bowl, het WK voor junioren. Wel hebben we al weer Sunshine Cup, Coupe Galea, teamkampioenschappen, gespeeld. Vroeger mocht elk land twee spelers sturen, maar nu moet je voor deelname aan grote juniorenwedstrijden een positie hebben op de ITF-ranglijst.

'Om punten te halen moet je meedoen aan de evenementen in het buitenland. In eigen land kon je vroeger vijf weken in de zomer van internationaal toernooi naar toernooi: Toeg, Spieghel, ELTV, Van Keeken, DDV. Nu is alleen nog maar Castricum over, dus moet je reizen. We willen weer terug naar die situatie met vijf ITF-toernooien en ook toernooien voor spelers tot veertien jaar. We moeten investeren, de concurrentie in het jeugdtennis is moordend.'

Schapers ziet gestaag weer jonge spelers opduiken op de internationale ranglijsten. 'Het zijn er nu acht bij de jongens en acht bij de meisjes. Twintig is het streefgetal.'

Er is veel fout gegaan de laatste jaren, maar de econoom wil al zijn werklust aanwenden om het roer om te krijgen. Hij wil veranderde trainingsmethoden, meer gamelike dan drill, met minder aanwijzingen en meer zelf ontdekken. Maar voor een afzonderingsmodel voor jonge spelers 'bestaan geen plannen'. School gaat nog altijd voor.

Hij zal, zeker met zijn ervaringen van Parijs, ook de nek uitsteken voor meer training op gravel. 'Nederland is geen gravelland meer. Steeds meer banen worden verbouwd. Gravel is de baansoort waar fysiek het meest van een speler wordt gevraagd, waar je leert bewegen. Onze spelers gaan van september tot april naar binnen. Dat vereist minder inspanning. Zeker dat tapijt is de pest.'

Gestoord heeft hij zich aan de houding van de Nederlandse spelers, zoals Krajicek en Siemerink, die in Parijs openlijk hun afkeer van gravel beleden. 'Dat vind ik onbegrijpelijk. Het is een zwaktebod, ik frons daar echt de wenkbrauwen over. Je moet niet zeggen: klote-gravel, blij dat ik er af ben. Je hebt je blijkbaar niet goed voorbereid. De voorbereiding is dit seizoen minimaal geweest. Er is niet hard genoeg gewerkt om hier te excelleren. En dan ga je eraf.'

mailIcon print |