*

 

Wie veel ziet, beweegt ook beter

Van onze verslaggever Poul Annema − 07/10/09, 08:50

Talent dat snel kijkt, denkt en handelt heeft meer kans op succes. Dat vraagt aanvullende selectie en extra training.

Een zin uit een interview met de in die dagen gloriërende topvoetballer Willem van Hanegem prikkelde zijn zucht naar kennis dusdanig dat Geert Savelsbergh – toen nog een tiener – besloot er studie van te maken.

Waarneming

Als hoogleraar bewegingswetenschappen zegt hij nu: ‘Vooral in de laatste twee decennia heeft sportwetenschappelijk onderzoek aangetoond dat prestaties niet alleen worden bepaald door de techniek van de beweging, maar ook door de kwaliteit van de waarneming.’

De traag ogende stervoetballer zei destijds dat hij zijn gebrek aan sprintsnelheid compenseerde door zich heel slim op te stellen op de posities tussen aanvallers en middenvelders.

‘Pas 20 jaar later, toen Rafael van der Vaart bij Ajax net zo speelde als Van Hanegem, werd dit door analisten bestempeld als ‘tussen de linies spelen’. De bindende factor in een team moet beschikken over goed spelinzicht en een scherp waarnemingsvermogen.’

Voetbalprofessor

Tussen de linies spelen, is ook de titel van de oratie die ‘voetbalprofessor’ Geert Savelsbergh vorige woensdag in de Vrije Universiteit van Amsterdam uitsprak bij aanvaarding van de Desmond Tutu-leerstoel voor Jeugd, Sport en Verzoening.

Vijf hoogleraren van de VU zullen in dit kader jonge promovendi begeleiden op de North-West University in het Zuid-Afrikaanse Mafikeng. 60 jongens en 20 meisjes zullen worden getraind en gevolgd, vooral op hun visuele waarneming en beslissingssnelheid, om uiteindelijk vast te kunnen stellen of er in dit opzicht verschil is tussen Afrikaans en Europees talent.

Savelsbergh gelooft ‘dat correcte en snelle waarneming door sporttalent onlosmakelijk is verbonden met een succesvolle bewegingsuitvoering’. Het gaat daarbij wel om beslissingen die in fracties van seconden worden genomen. Dat het van essentieel belang is bij de ontwikkeling van talent, blijkt uit het wetenschappelijk vastgestelde feit dat uitblinkers sneller anticiperen en visuele informatie opdoen dan minder bedreven sporters.

Kinderschoenen

‘Behalve bewegingsgedrag blijkt dus ook kijkgedrag een aanwijzing voor talent’, luidt de conclusie van Savelsbergh. Dit type onderzoek staat in de voetbalsport nog in de kinderschoenen, betoogt de Amsterdamse wetenschapper. ‘Hoewel het van cruciaal belang is op het juiste moment op de juiste plek te zijn.’

In zijn oratie verwees hij naar zijn eerder uitgevoerde onderzoek naar de strafschop. Dat heeft twee dingen duidelijk gemaakt, zegt de voetbalprofessor: dat het gebruik van visuele informatie is gekoppeld aan de bewegingscapaciteit van de waarnemer. En dat de doelman geleerd kan worden de informatie op te pikken die nodig is om een strafschop te stoppen.

‘Wat maakt het voor de doelman zo moeilijk een strafschop te stoppen? Tijd! De schutter schiet de bal vanaf 11 meter. Afhankelijk van hoe hard hij schiet, doet de bal er tussen de 400 en 800 milliseconden over om het doel te bereiken. Het gaat dan om balsnelheden van 50 tot 100 kilometer per uur.

‘Als de doelman wacht tot de bal is geschoten, heeft hij in het slechtste geval niet meer dan een halve seconde om naar de plek te duiken waar de bal terecht komt. De doelman heeft echter meer tijd nodig.’

Reactietijd

Savelsbergh heeft becijferd dat keepers ongeveer 600 milliseconden nodig om een bal te stoppen die door het midden wordt geschoten en meer dan 1000 milliseconden voor ballen die in de kruising worden geplaatst. ‘Daar moet dan nog eens 200 tot 250 milliseconden bij opgeteld worden voor de visuele reactietijd.’

Zijn conclusie: het stoppen van een strafschop is een moeilijke, zo niet onmogelijke taak voor een doelman die wacht tot de bal is geschoten. De doelman arriveert dan wel op de goede plek, omdat hij ziet waar de bal naartoe gaat, maar is altijd te laat.

Uit de praktijk blijkt dat niettemin één op de vijf strafschoppen wordt gestopt. In het laboratorium werden professionals, ervaren hoofdklasse en recreatieve keepers getest door ze met een joystick de baan van de bal te laten doorkruisen.

Maximale kans

De beste doelmannen bleken het laatst te reageren op de inzet van de strafschopspecialist. ‘Wil een doelman een maximale kans hebben op het stoppen van de strafschop, moet hij een balans vinden tussen twee tegenstrijdige eisen. Enerzijds moet hij vroeg starten met duiken, het liefst voordat het schot wordt gelost, want anders komt hij te laat. Anderzijds moet hij zo lang mogelijk wachten, het liefst tot na het schot. In dat geval is de beschikbare informatie over de richting van het schot het meest betrouwbaar.’

Savelsbergh: ‘Het lijkt erop dat de beste strafschopstoppers dit dilemma oplossen door te wachten tot de schutter zijn standbeen heeft geplaatst, dus vlak voor het schot. Zo hebben ze net voldoende tijd voor de duik, terwijl de informatie voldoende betrouwbaar is om in de meeste gevallen de goede kant van het doel te kiezen. ‘

De ogen van ervaren keepers zwierven bovendien over het hele lichaam van hun opponent, beginnend bij hun hoofd en eindigend bij de voeten. De minder goede keepers fixeerden hun blik op één punt: de ogen, de heup of het been. Trainen van visuele vaardigheid zal leiden tot verbetering van de prestaties, zegt Savelsbergh.

mailIcon print |