*

 

Je moet liegen als je wilt meedoen

Door Mark van Driel, Mark Misérus − 06/06/09, 00:00

De Oostenrijkse renner Bernhard Kohl (27) gebruikte acht jaar doping. Hij spreekt vrijuit over zijn ervaringen in het peloton. ‘Iedereen voelt zich nog altijd veilig.’..

Tweemaal in zijn leven heeft Bernhard Kohl op een kruispunt gestaan. Acht jaar geleden, als 19-jarige wielerbelofte, kon hij kiezen tussen stoppen of doping. Vorig jaar, na de derde plaats in de Tour de France en een positieve dopingtest, had hij die keuze opnieuw.

De 27-jarige Oostenrijker geeft zijn overweging prijs, bedachtzaam, in behoorlijk Nederlands: ‘Ik had na mijn schorsing kunnen terugkeren. Twee jaar lang had ik perfect kunnen dopen, 20 liter bloed had ik kunnen opslaan, en dan was ik terug geweest. Het had gemakkelijk gekund. Ik had de keuze: liegen of niet.’

Kohl wil de waarheid spreken. Het is niet zijn bedoeling de wielersport ‘dood te maken’ met zijn biecht, benadrukt hij in Wenen, waar hij justitie tot in detail heeft ingelicht over doping tijdens zijn jaren bij Rabobank, T-Mobile en Gerolsteiner. Als lid van de opleidingsploeg van Rabobank leerde hij Nederlands spreken.

De renner, die is opgeleid tot schoorsteenveger, hoopt de sport ‘een beetje zuiverder’ te kunnen maken, vooral voor de jeugd. ‘Er is nooit een wereldtopper geweest die precies heeft gezegd hoe het werkt in de wielersport.’

De reacties vanuit het peloton kan hij raden. Hij zou ook boos hebben gereageerd als een ander uit de school zou klappen. ‘Ze zullen zeggen: die is niet goed bij zijn hoofd, hij is gek. Zo moet een renner spreken. Hij heeft geen keus.’

Je begon als amateur met doping. Waarom?

‘In de jeugd en bij de junioren was geen sprake van doping. Bij de beloften kwam ik in het Oostenrijkse sportleger. Je bent amateur, maar je leeft als prof. De renners woonden samen.

‘Ik was 19, maar er waren ook oudere renners bij, van 22, 23 jaar. Zij vertellen hoe het werkt. Het begint met vitamines spuiten en creatine. Dan komt epo. De eerste keer was spuiten natuurlijk niet leuk. Het zweet stond op mijn hoofd. Maar het went hè. Een spuit is een spuit. Of er vitamines in zitten of epo, maakt niet veel uit.’

Je had toch kunnen weigeren?

‘Als je 19 bent en ziet dat amateurs doping gebruiken, dan is het een kwestie van 1 en 1 optellen. Je weet dat bij de profs meer en systematischer doping wordt gebruikt. Je staat op een kruispunt: wil je kans maken als profwielrenner, dan moet je aan de doping. Anders moet je stoppen. Als je vanaf je 13de niets anders hebt gewild dan profrenner worden, dan kies je voor doping.

‘Dan begint het dubbelleven. In het begin is het niet zo moeilijk, dan hoef je nog niet veel over doping te praten. Maar als je presteert, word je interessant voor de media. Dan krijg je de vraag: gebruik je doping? Natuurlijk zeg je dan: nee.’

Je hebt vorig jaar tijdens de Tour gezegd dat je geen doping gebruikte, terwijl je na interviews op je kamer een bloedtransfusie onderging.

‘Dat zijn geen leuke momenten. Maar als je wilt meedoen, als je dezelfde kansen wilt hebben als andere renners, moet je liegen. Liegen hoort erbij, net als eten, slapen en drinken. Je moet je anders voordoen dan je bent, als je prof wilt zijn.’

Je hebt in 2003 en 2004 bij de opleidingsploeg van Rabobank gereden. Werd daar doping gebruikt?

‘Bij Rabobank zeiden ze dat we zonder doping moesten rijden. Bij mijn eerste koers zijn ze zelfs boos geworden, omdat ik Red Bull had meegenomen. Daar zit cafeïne in.

‘In een buitenlandse ploeg is het anders dan thuis. Je weet niet hoe het werkt. In Oostenrijk was het vertrouwd, in Nederland kon ik niet goed inschatten wat er gebeurde. Ik vertelde niet wat ik deed, ik wist het niet van anderen. Maar ik kon doen wat ik wilde. Op zichzelf is het geen probleem om in Nederland dope te gebruiken. De ploegleiding kan nooit 24 uur per dag naast je zitten.

‘Het eerste jaar bij Rabobank gebruikte ik niet, want ik kwam bijna niet in Oostenrijk. Ik was mijn contacten kwijt. Het tweede jaar heb ik groeihormonen en epo genomen, maar niet veel. Ik verdiende bij Rabobank veel minder dan in het Oostenrijkse sportleger.’

Controleerde Rabobank renners of ging de ploegleiding ervan uit de renners verantwoordelijk waren voor hun prestaties, met of zonder doping?

‘Dat is moeilijk te zeggen. Wielerploegen worden geleid door oud-renners. Ze weten hoe het werkt. Ze moeten zeggen dat ze niets met doping te maken willen hebben, omdat ze anders geen sponsors vinden. Maar ze weten ook wanneer het begint en hoeveel het gebeurt.’

In 2005 maakte je de overstap van Rabobank naar T-Mobile. Bij die ploeg was sprake van systematische doping, via een laboratorium in Freiburg.

‘Bij T-Mobile was ik een kleintje vergeleken bij renners als Ullrich, Zabel en Vinokoerov. Ik zat niet in het systeem van de ploeg. Pas nadat ik derde was geworden in de Dauphiné Libéré, kreeg ik een telefoontje van de arts Lothar Heinrich: dat ik na de Tour eens moest komen praten in Freiburg. Na die derde plaats dacht ik nog dat ik misschien kans maakte op deelname aan de Tour. Dat was niet zo en ik snap nu waarom: ik zat niet in het dopingsysteem van de ploeg.

‘Bij T-Mobile heb ik zelf het initiatief genomen. Ik dacht: ik ben nu prof, er moet een beetje systeem in de doping komen. Ik heb wat in Oostenrijk rondgevraagd en ben toen uitgekomen bij Stefan Matschiner. Ik heb hem opgebeld en een week later hadden we een afspraak.

‘Matschiner heeft me gevraagd wat mijn doelen waren en wat ik al had gebruikt. Hij vond dat ik met weinig doping veel had bereikt. Hij zag potentie. Ik kreeg meteen een zakje groeihormonen en epo mee, voor thuis.’

Via Matschiner begon je in 2005 met bloeddoping bij Humanplasma, de zaak waarin je kroongetuige van justitie in Oostenrijk bent.

‘Van andere renners had ik gehoord over een bloedbank in Wenen. Ze zeiden dat daar veel topsporters zaten, net als in Spanje bij dokter Fuentes. Matschiner heeft me binnengebracht. Ik ben er drie keer geweest: twee behandelingen van 2.000 euro en één van 2.500 euro. Maar ik heb alleen bloed afgestaan, ik heb het nooit teruggekregen. In februari 2006 barstte het dopingschandaal rond de Oostenrijke langlaufers los bij de Winterspelen van Turijn. Toen is al het bloed weggegooid.’

Klanten van Humanplasma kwamen op zondag bijeen bij McDonald’s, tegenover het bedrijf. Was je niet bang herkend te worden?

‘Ik was nog niet zo bekend, maar ik zag wel sporters die ik kende. Uit de wielersport, maar ook uit roeien, atletiek en zwemmen. Je kon eraan zien hoe normaal het was. Er zaten echte toppers bij, dus ik had het idee dat ik wel goed zat. Natuurlijk bleef ik daar niet rondhangen om te zien wie er nog meer kwamen. Je maakte dat je wegkwam als je klaar was. Maar er wordt gezegd dat er ongeveer honderd sporters kwamen, uit zomer- en wintersporten. Namen noem ik niet, die heeft de politie. Daar heb ik alles verteld.’

Na Humanplasma heb je met twee andere sporters een mobiele bloedcentrifuge gekocht, zodat je kon doorgaan met bloeddoping. Justitie verdenkt toenmalig Raborenner Michael Rasmussen ervan een van die sporters te zijn.

‘Het was een idee van Matschiner. Dokter Fuentes was groot in het nieuws, Humanplasma ook. Het was een goede optie voor mij. Hoe meer mensen, hoe gevaarlijker. Dus als je met zijn drieën iets hebt, is de kans dat het misgaat klein. Ik heb er met die andere twee nooit over gesproken.’

Tijdens de Tour van 2008 kreeg je voor bergetappes driemaal bloed toegediend dat eerder was afgenomen. Hoe ging dat?

‘Ik gaf een hotel op. Matschiner stapte met het bloed in het vliegtuig en huurde een kamer in hetzelfde hotel. Ergens tussen het eten, de massage en de interviews door trok ik me een half uur terug op de kamer. Dan gebeurde het. Niemand zag het. De volgende ochtend was Matschiner weer weg. Het was wel een beetje spannend, maar er kon weinig gebeuren. Je kunt niet positief testen op je eigen bloed. En een inval komt niet vaak voor.’

Ben je nooit bang geweest om betrapt te worden op doping?

‘In het begin een beetje, maar je wordt niet betrapt. Ik ben ongeveer tweehonderd keer getest. Ik had zeker honderdmaal positief moeten zijn, maar ik was het maar één keer. Die andere honderd keer was ik zuiver, want ik gebruikte niet het hele jaar door.

‘In het begin gebruikte ik normale epo. Dan nam je een kleine dosis ’s avonds om acht uur. Je deed het licht uit, de telefoon uit, en de deur op slot. Als er ’s ochtends controleurs stonden, was je alweer zuiver.

‘Je kunt eigenlijk altijd doping nemen, want je gebruikt spullen die controleurs niet kunnen vinden. Er was veel te koop dat ze niet konden vinden, zoals epovarianten als nesp, aranesp en cera. Nu is er weer nieuw spul. Ik voelde me veilig. Iedereen voelt zich nog altijd veilig.’

Nog steeds?

‘Natuurlijk, Kijk naar de Giro. Mentsjov won met een gemiddelde snelheid van 40,6 kilometer per uur. Een paar jaar geleden zat iedereen tot zijn nek in de doping en toen reden ze langzamer. En nu zou iedereen wel zuiver zijn? Dat is onmogelijk. Ik ga niet zeggen dat Mentsjov heeft gebruikt. Maar het systeem werkt zeker niet.’

Ken je renners die geen doping gebruiken?

‘Ik ken ze wel, maar dat zijn geen profs. Voor zover ik heb gezien is het niet mogelijk in de top te fietsen zonder doping.’

Ook voor Raborenners die vooraan meerijden?

‘Zo is het.’

Hoe kun je dat zo zeker weten?

‘Renners praten met elkaar. Je praat niet met iedereen. Je praat met twee of drie anderen, gewoon op de fiets of bij de start. Die hebben weer twee of drie andere vriendjes. Zo gaat het verder.’

Waarom gebruikte je naast bloeddoping ook cera?

‘Als je je bloed terugkrijgt, maakt je lichaam minder rode bloedlichaampjes aan. Daarom moet je er een beetje epo bij gebruiken.

‘Je moet ook zorgen dat je bloedwaarden niet sterk schommelen, vanwege het bloedpaspoort. Je moet de Tour niet beginnen met een hematocrietwaarde van 41 en eindigen met 49, dat valt op. Je kunt ook overdrijven en je bloedwaarde op 50 zetten. Dan win je misschien de Tour, maar loop je ook risico.

‘Mijn bloedwaarde was 45, terwijl ik cera deed. Omdat mijn bloedwaarde volgens mijn bloedpaspoort zo constant was, kreeg ik na de Tour een geweldig contract bij Silence-Lotto. Ik zou een miljoen euro per jaar gaan verdienen. Ze hebben gedacht: pfoe, derde worden met een bloedwaarde van 45, dat is goed.’

Dat contract is verscheurd nadat je bent betrapt. Je bent gestopt. Was doping de moeite waard?

‘Ik ben blij dat ik mijn doel heb bereikt. Ik ben derde geworden in de Tour, dat was een jongensdroom. Ik weet dat ik kan meekomen als ik met doping op hetzelfde niveau zit als de rest van de top. Ik voel me niet schuldig tegenover renners.

‘Ik ben er niet rijk van geworden. Bij T-Mobile verdiende ik per jaar ongeveer 20.000 schoon. Daarvan ging bijna de helft op aan doping. In totaal heeft doping me al die jaren ongeveer 70.000 euro gekost.’

Zal je biecht helpen? Of ben jij de zondebok?

‘Dat is het systeem. Soms wordt er een renner uitgepikt, de rest gaat gewoon door. De ploegleiders weten misschien niet precies wat er gebeurt, maar ze zitten al lang in de sport. Misschien willen ze veranderen, maar ze kunnen het niet veranderen. Het biologisch paspoort? Bij mij waren alle waarden goed. Interne controle, zoals bij Rabobank? Als je professioneel aan doping doet, test je goed.’

Had je nog gefietst en gebruikt als je niet was betrapt?

‘Natuurlijk. Net als die andere renners, op televisie.’

mailIcon print |