*

 

Barcelona wint Champions League

Van onze verslaggever Willem Vissers − 27/05/09, 22:40

Barcelona heeft woensdag de Champions League gewonnen. De ploeg versloeg in de finale in Rome Manchester United met 2-0.

  • Spelers van Barcelona vieren hun overwinning op Manchester United, woensdagavond. (Guus Dubbelman / de Volkskrant)

In de stad waar vroeger legendarische keizers heersten, tooide Barcelona zich met de kroon van het clubvoetbal. Waar de keizers het volk brood en spelen gaven, had Barcelona tijdens de finale van de Champions League in Rome genoeg aan spel: voetbal als kunst.

In een puntgave demonstratie deklasseerde Barcelona het favoriet geachte Manchester, dat de beker vorig seizoen won. Een jaar nadat Spanje, met Xavi en Iniesta als regisseurs, tijdens Euro 2008 een ode bracht aan de kleine voetballer, vonden ze in Stadio Olimpico in de Argentijn Lionel Andres Messi de bondgenoot van rond de 1,70 meter. Klein van stuk, maar als voetballer zijn ze als het Colosseum en Circus Maximus ineen.

Ultieme overgave
‘Messiiiii, Messiiiii’, galmde het door het stadion, toen Messi in de 70ste minuut de perfecte voorzet van Xavi geniaal inkopte, in het doel voor de euforische supporters van Barça. Doelman Van der Sar kon zijn armen niet eens meer uitsteken naar de bal, geslagen als hij was door de diagonale inzet. Het was een vorm van ultieme overgave.

Barcelona voetbalde zoals zijn trainer, de 38-jarige Josep Guardiola, het graag wilde en met klem had gevraagd: durf mooi te zijn, laat zien wat jullie kunnen. Guardiola voegt zich bij het schamele gezelschap dat de beker won als speler én als trainer. Het is een groepje waartoe ook Johan Cruijff behoort, met wie Guardiola zich verwant voelt. Cruijff was zijn trainer uit 1992, toen hij won als speler van het zogenoemde Dream Team.

Cruijff
Zo mocht dan geen Nederlander betrokken zijn bij de zege, in tegenstelling tot de laatste jaren (Seedorf, Rijkaard, Van Bronckhorst, Van Bommel, Van der Sar), maar Cruijffs gedachten over voetbal waarden door de zwoele lucht in Rome, in de gedaante van zijn volgeling Guardiola, de sierlijke spelmaker van voorheen.

Mooi voetbal dat een beloning krijgt, dát is de hoogste vorm van kunst in het spel. Voetbal met drie, vier, soms vijf aanvallers, met bespelers van de vleugels, met een ruimtelijke indeling die, zo hoog gezeten in het stadion, prachtig oogt, als een voortdurend bewegend schilderij. Barcelona vernederde de Engelsen.

Hoe zal Guardiola’s loopbaan zich vervolgen? Hij heeft alles gewonnen in zijn debuutjaar: kampioen, beker, Champions League. Het is vreugdevol en angstaanjagend tegelijk.

Uniek samenspel
En dan was daar nog dat duel binnen het duel, de wedstrijd tussen de beste spelers ter wereld. De show begon met Ronaldo, met zijn schoten uit alle hoeken en standen in de eerste minuten, maar gaandeweg trok Messi de wedstrijd naar zich toe, in het unieke samenspel met Iniesta en Xavi. Zij drieën zijn de Bermuda-driehoek van het voetbal; waar zij de bal rondtikken, verdwaalt de tegenstander.

Messi dartelde op zijn nieuwe, waterblauwe muiltjes, waarvan hij er eentje uittrok toen hij het duel besliste met zijn kopbal. Steeds meer lijkt hij op een soort kruising tussen Cruijff en Maradona. Dat komt door de dribbels en de versnelling van zijn landgenoot Maradona, en beider linkervoet natuurlijk, plus het overzicht en de rust aan de bal van Cruijff. Stilstaan, uitdagen, zwerven, passeren of juist niet, overzicht bewaren.

Kopbal
Zelfs bij zijn kopbal, toen hij een beetje scheef in de lucht hing en de voorzet van Xavi op waarde schatte, leek hij wat op Cruijff, toen die in 1972 de finale tegen Inter besliste met een soortgelijke kopbal.

In scoren ging Eto’o Messi voor. Eto’o maakte na tien minuten de eerste goal en luidde daarmee de heerschappij van Barcelona in. De topschutter kreeg de bal perfect aangespeeld van de door het centrum oprukkende Xavi. De Kameroener passeerde Vidic met een kapbeweging en haalde van dichtbij met rechts uit. De bal sloeg in de korte hoek in. Hij verraste Van der Sar.

Engelse verbijstering
Tot verbijstering van de duizenden Engelsen op de tribune zakte het spelpeil van Manchester United tot bedenkelijk niveau, vooral op het middenveld. Af en toe speelde Barcelona de bal rond als op het schoolplein. Misschien floten de matadoren wel een deuntje tijdens het getik.

Daaraan veranderde in de tweede helft weinig, toen manager Ferguson steeds meer aanvallers bracht, met Tevez en later Berbatov. Ronaldo kreeg twee kansen, waarvan de beste meteen na de 2-0, toen Valdes schitterend redde. Barcelona had toen al vaker moeten scoren, maar het deed wat straatvoetballers gewoon zijn. Oppermachtig zijn, de tegenstander vernederen en te weinig scoren.

Het deerde niet. Het voetbal won. Barcelona pakte de beker voor de derde keer, met voetbal zoals de wereld het wil zien.

mailIcon print |