*

 

Liever nog geen roze bij Rabo

Van onze verslaggever Mark Misérus − 19/05/09, 23:26

De 262 kilometer tussen Cuneo en Pinerolo waren amper voltooid of de rekenmachines werden tevoorschijn getoverd in de Ronde van Italië. De belangrijkste vraag voorlopig: wisselt de roze trui op Hemelvaartsdag van eigenaar in de 61 kilometer lange race tegen de klok?

Dat vandaag nog 214 kilometer over vooral vlak terrein zuidwaarts moet worden gefietst, is vooral een mentale onderbreking voor het peloton op weg naar Sestri Levante. Danilo di Luca zal er, als zich vanmiddag geen bijzonderheden voldoen, donderdag als laatste aan de op en af tijdrit beginnen in zijn leiderstrui.

De Italiaan houdt hoop op een stunt nadat hij dinsdag op historische grond zijn positie in het klassement verstevigde. Door de toch nog redelijke schade die hij aanrichtte met demarrages op de Pra Martino en het slotklimmetje in Pinerolo, verzilverde hij zoveel bonificatieseconden dat hij zich in de tijdrit openlijk kansrijk durft te wanen.

In het klassement is zijn voorsprong op Rabobankkopman Denis Mentsjov 1.20. Michael Rogers van Columbia moet donderdag 13 seconden meer goedmaken, Astana-kopman Levi Leipheimer nog eens 7 meer. Di Luca gokte er dinsdag op er genoeg aan te hebben.

Adri van Houwelingen, de ploegleider van Mentsjov, juichte die uitkomst alvast van harte toe. ‘Liever niet’, zei hij op de vraag of hij zijn kopman zich donderdag bij voorkeur in de maglia rosa ziet fietsen.

Laat, als Di Luca zijn tekort aan tijdrijderskwaliteiten niet kan verbergen, Rogers of Leipheimer maar de trui overnemen, sprak Van Houwelingen zijn hoop uit. Columbia en Astana kunnen volgens hem de sterkste blokken opstellen om het tricot de komende tijd te verdedigen.

Rabobank niet, vindt Van Houwelingen. Pedro Horrillo verdween zaterdag uit koers na een val in een ravijn, Jos van Emden was gisteren betrokken bij een valpartij en Laurens ten Dam heeft al zijn handen vol om Mentsjov bij te staan.

‘Wij hebben er de ploeg niet naar om zo’n gigantische inspanning twee weken te leveren. Zo eerlijk moet je zijn’, zei Van Houwelingen. Maar wat als het wel nodig blijkt? ‘Tja. Wie dan leeft, wie dan zorgt, zeggen ze in zo’n geval. Maar dan hebben we wel een stevig probleem.’

Haast schoorvoetend bekende hij dat Mentsjov een aantal weken geleden het parcours van de geaccidenteerde tijdrit heeft verkend. Voor de Rus wordt morgen, net als in de slottijdrit van de Tour vorig jaar, een hotelkamer geboekt, zodat hij zijn geheugen ter plaatse kan opfrissen.

Dat de renner pas op de Piazzale San Maurizio, acht kilometer voor het einde, Di Luca uit het oog verloor, verbaasde de ploegleiding. Mentsjov had op de rustdag de finale van de etappe verkend. ‘Maar het blijft wel Denis’, zei Van Houwelingen.

Hij verwees naar de afdaling van de Bonette in de Tour van vorig jaar. Toen trok Mentsjov eveneens met de andere favorieten naar boven, maar kon hij na een wanhopige afdaling de eindzege voorgoed uit zijn hoofd zetten.

‘Hij deed het hier een stuk beter’, zei Van Houwelingen over de afzink van de Pra Martino, de enige col die de organisatie handhaafde in de rit die als replica van Fausto Coppi’s triomftocht in 1949 was bedoeld.

Vanwege lawinegevaar en problemen met de Franse radiofrequenties, werd besloten het deel met cols als de Larche, Vars en Izoard te schrappen en in plaats daarvan een extra klimmetje aan het eind in te passen. De Sestrière bleef gehandhaafd.

Hoewel een aantal ploegleiders met name de afdaling van de slotklim hachelijk noemde, profiteerde Di Luca nadat die Garzelli als laatste vluchter had bijgehaald. Hij bezorgde LPR zijn vierde triomf, waarmee de ploeg gelijk kwam te staan met Columbia. ‘Een parcours met een klassiekerafstand en zo’n klimmetje: geknipt voor hem’, had Van Houwelingen zich al snel bij de vijfde Italiaanse ritzege neergelegd.

Dat alle klassementsrenners tijd verloren, wekte geen verbazing. Van Houwelingen noemde het vooral opvallend dat geen coureur in staat is de concurrentie op een paar minuten achterstand te zetten, terwijl dat volgens hem vroeger wel had gekund op een vergelijkbaar parcours.

‘Het moderne wielrennen is een secondenspel en geen minutenspel meer.’ Het maakt de tijdrit er alleen maar belangrijker op, zei hij.

mailIcon print |