‘Een sportieve stad is een vitale stad’, zegt wethouder Dekker, die in Den Haag ruimte zoekt voor sport en bewegen.
Ooit golden hier de wetten van de straat en stond de Schilderswijk bekend als een poel van verderf. Deze middag valt vooral de rust op. Kinderen voetballen op een lapje kunstgras, anderen zijn actief in de gymzaal. Gedisciplineerd worden de opdrachten uitgevoerd – de Haagse Sporttuin leeft, maar anders dan voorheen.
Binnen kijkt Karin Striekwold, directeur van basisschool Het Startpunt, terug op dat roerige verleden van de buurt: ‘Deze school is ooit gesloten geweest vanwege drugsoverlast. Er was eigenlijk elke dag wel wat. Ernstige en heftige incidenten. Volwassenen die leerkrachten met messen bedreigden, agressieve junks in de portieken. Vervelende jongeren voor wie de hele buurt bang was. Leerkrachten durfden niet meer naar school te komen: het was een bende.’
Redding voor een van Nederlands meest gevreesde probleemwijken kwam uit de hoek van de sport. Den Haag heeft de topsport omarmd om zijn uitstraling te verbeteren. Met gerichte politieke aandacht probeert de gemeente ook via de breedtesport de pijn van de verbrokkeling in de dichtgeslibte stadswijken te verzachten.
‘Een gymdocent in de Schilderswijk begon met de naschoolse opvang’, zegt Striekwold. ‘De gemeente Den Haag had een budget vrijgemaakt en onze gymdocent mobiliseerde de begeleiders.’
Liefdewerk oud papier, in de beperkte ruimte van deze wijk vol opwinding. ‘Het lukte nooit mensen ergens warm voor te krijgen, maar voor die extra gymlessen stonden ze plotseling in de hal om hun kinderen in te schrijven.’
De Schilderswijk kende geen voetbalveld of buitencomplex. ‘Dan wordt het goochelen met de postzegeltjes aan ruimte die de stad nog biedt’, zegt Sander Dekker, wethouder Onderwijs, Jeugd en Sport. ‘Dat hebben we gedaan met de Haagse Sporttuin.’ Daar komen tien tot vijftien sportverenigingen langs om de kinderen les te geven. Dekker: ‘De Sporttuin was gewoon een Haagse binnentuin, een oase van onkruid. Maar als je ziet wat het is geworden en wat deze plek voor de wijk betekent, dan is dat echt heel bijzonder.’
De ingang van de eerste Haagse Sporttuin ligt ingeklemd tussen woningen en de basisschool. De deur naar zaal en velden staat permanent open, en onder voortdurend toezicht van beheerders en spelleiders zijn kinderen elke dag van de week in de gelegenheid te sporten.
‘We hebben al jaren geen logboek meer met incidenten, alles gaat goed in de wijk, de school wordt door eigen mensen beschermd’, zegt schooldirecteur Striekwold. ‘Vijfhonderd kinderen van tien verschillende scholen staan via hun leerkrachten geregistreerd als lid van de Sporttuin. Een vakleerkracht heeft de supervisie over een breed sportaanbod, op school wordt gecontroleerd of de kinderen ook daadwerkelijk verschijnen.’
Striekwolds school telt 225 leerlingen en is honderd procent zwart. ‘Onze kracht is dat ouders deze school hebben ervaren als een punt van veiligheid. Enkele jaren geleden werden we tijdens toernooien weggespeeld. Bovendien wisten de kinderen zich niet te gedragen. Maar vanaf het moment dat we een toernooi wonnen en de kinderen complimenten kregen voor sportief gedrag, is alles veranderd.’
Coördinator Sebastiaan Nederhoed: ‘De lessen worden gegeven door verenigingstrainers. Ouders die met hun kinderen komen, krijgen ook zelf de gelegenheid actief te zijn.’
Op een steenworp afstand van de Sporttuin wordt op het dak van een parkeergarage, midden in de kinderrijke wijk, het derde Haagse Cruijff Court aangelegd. Dekker: ‘Nog niet zo lang geleden was dit een rottig plekje, nu wordt onder leiding van een combinatiefunctionaris van het NOVA-College een campus gebouwd die nieuwe sportmogelijkheden biedt.
‘In het kader van de Krachtwijk doen de school, de sportclub en de buurt allemaal wat. Sport brengt structuur in het leven van hier opgroeiende kinderen, ze hanteren de regels van de sport ook breder in het leven.’
Striekwold: ‘Wat belangrijk is: sport is vrijwel altijd leuk. Bij deze kinderen is thuis vaak weinig geld. Kinderen elders in de stad hebben computers, Nintendo of technisch lego. Die hebben ze hier niet, met als gevolg dat ze zich gauw vervelen. En dan zie je nu in de Sporttuin dat ze helemaal happy zijn.’
Bekendheid met bewegen en de bindende kracht van sport vormen smeerolie in de onthechte samenleving van de grote stad. ‘Breedtesport is voor ons net zo belangrijk als topsport’, zegt Dekker. ‘Ook een stad kan alleen maar excelleren op olympisch niveau als de brede laag daaronder goed georganiseerd is. We hebben goede accommodaties nodig, en de topsport is een bron van inspiratie voor al die kleine mannetjes en meisjes op de velden.’
Vandaar ook, zegt hij, ‘dat we ons druk hebben gemaakt om het nieuwe stadion en het voortbestaan van de eredivisieclub ADO Den Haag. Maar we hebben er ook iets voor teruggevraagd.’
In het project De Held is afgesproken dat spelers van ADO Den Haag met regelmaat langs de scholen gaan en meewerken aan maatschappelijke clinics. ‘Dat is goed voor zowel de club als de stad’, zegt Dekker.
De Haagse wethouder is de gids bij een rondleiding langs de sportplaatsen die belangrijk zijn in de grotestedenpolitiek. Aan de rand van Sportpark de Dijken, midden in de nieuwbouw van Leidschenveen, zegt hij: ‘Wie bij deze keuzes hier geen ruimte laat voor gras omdat voorrang wordt gegeven aan baksteen, denkt wel heel kortzichtig.’
Een natuurgrasveld, twee kunstgrasvelden voor diverse sporten, vier tennisbanen en een jeu de boules-baan zijn al in gebruik voordat de laatste huizen zijn opgeleverd.
Die combinatie van sport en onderwijs krijgt verderop gestalte bij Lyceum Ypenburg, dat via zijn sportplan SKHYPE en met zijn sporthal, verharde buitensportruimte en kunstgrasveld het kloppend hart van de wijk is.
Aanwezigheid van de school, zegt directeur Henk Bolkebaas, ‘heeft ertoe geleid dat alle kinderen in deze wijk konden sporten. Dat was vooral belangrijk omdat de sport-infrastructuur in deze wijk nog niet was ontwikkeld.’
Met de steun van een combinatiefunctionaris wil deze zogenoemde ‘sport-accentschool’ uitgroeien tot een schoolsportvereniging.
Een voorbeeld van een geslaagde combinatie van schoolsportclub, voetbalvereniging en aanpassing van de sportvoorzieningen is ontstaan bij de volksclub Laakkwartier. Zes scholen werken er samen. Bram Poons is het geweten van de club, meer dan 30 jaar de spil in de mini-samenleving op het zorgvuldig bewaakte natuur- en kunstgras van de voetbalclub. ‘De kinderen kennen elkaar van school, van de buurt en van de voetbalclub. Dat schept een band in deze smeltkroes van nationaliteiten en culturen.’
Vanaf 4 uur ’s middags ontwaakt Laakkwartier. Dan komen de kinderen van alle kanten naar het complex, dat tegen de omliggende huizen aandrukt. ‘Op zulke momenten merk je hoe belangrijk je als sportclub bent’, zegt Poons.
Wethouder Dekker: ‘De sportvereniging staat onder druk, de belangstelling voor sport niet. Sport op Maat heeft de toekomst. Den Haag speelt daarop in met zijn Cruijff Courts en Richard Krajicek Playgrounds. Een sportieve stad is namelijk een vitale stad.’
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.
Volg het nieuws op onze zustersite in België www.demorgen.be.
Sport:
voetbal,
wielrennen,
tennis,
auto- & motorsport,
meer sport.