*

 

Nederland vult leemtes in het topsportklimaat

Van onze verslaggever Poul Annema − 24/03/09, 23:42

Met vier zogenoemde Centra voor Topsport en Onderwijs en drie Nationale Trainingscentra heeft Nederland dinsdagmiddag een paar leemtes in het huidige topsportklimaat gevuld....

Het was zoals wethouder Carolien Gehrels van Amsterdam aan het eind van de dag zei: ‘Het gaat er bij ons niet om of we het kunnen, want natuurlijk kunnen we het. Het punt in Nederland is of we het ook werkelijk willen.’

Met Amsterdam werden Eindhoven, Heerenveen en Papendal aangewezen als de vier Nederlandse Centra voor Topsport en Onderwijs (CTO). In Den Haag (beachvolleybal), Sittard (triatlon) en Utrecht (waterpolo) zijn de Nationale Trainingscentra gevestigd.

Topsport- en onderwijsprogramma’s zijn in de nieuwe centra bijeengebracht en bieden jong talent de mogelijkheid onder ideale sportieve en medische omstandigheden en de beste voorwaarden een carrière in de sport en voor het leven daarna op te bouwen.

‘Alles om topsport heen moet het beste van het beste zijn’, aldus Hendriks, ‘maar wel op basis van een hele strenge door de sport bepaalde selectie. De CTO’s staan voor een carrière in topsport: jong erin, oud eruit.’

Hendriks werd dinsdag in Den Haag aangevuld door staatssecretaris Jet Bussemaker van VWS: ‘We hadden in Nederland al de loot-scholen in het voortgezet en middelbaar onderwijs, met de Centra voor Topsport en Onderwijs is de volgende stap gezet, ook vanuit de wetenschap dat er een leven na de sport is. Door de elementen van topsport en studie samen te voegen, kunnen talenten zich op elk niveau blijven ontwikkelen.’

In de centra zijn trainings- en studiefaciliteiten optimaal georganiseerd, wordt de centrale huisvesting voor talenten in minimaal zes takken van sport geregeld en is sprake van een voortdurende uitwisseling van sportwetenschap en praktijk. Eindhoven is aangewezen vanwege zijn zwemachtergrond, Heerenveen vanwege zijn schaatshistorie en perspectief. Hoofd topsportontwikkeling Jeroen Bijl van NOC*NSF: ‘We hebben zeer strenge eisen gesteld bij de toewijzing.’

Van de vier kandidaat-locaties heeft alleen Amsterdam aan alle voorwaarden voldaan. Voor eind dit jaar moeten Eindhoven en Heerenveen nog partnercontracten met twee van de minimaal zes vereiste sportbonden afsluiten en zal Papendal eenzelfde overeenkomst moeten hebben met de Universiteit van Nijmegen. ‘In het slechtste geval kan de toewijzing nog worden ingetrokken’, aldus Bijl.

De accreditaties worden slechts toegekend als sprake is van optimale randvoorwaarden voor de hoogste nationale selecties en talenten. De financiering van het unieke project komt voor rekening van het ministerie van VWS, dat in het eerste jaar 700.000 euro bijdraagt en over vier jaar in totaal 6 miljoen. De Lotto steekt gedurende vier jaar 1,4 miljoen euro per jaar in de nieuwe ontwikkeling. Bijl: ‘Het geld mag alleen aan programma’s worden besteed, niet aan andere zaken.’

Voor de accommodaties en de infrastructuur zullen vooral de steden zelf opdraaien. ‘Maar bij de keuze van de steden is de lat zo hoog gelegd, dat daarin meestal al is voorzien’, aldus Bijl. ‘Op Papendal, vanwege zijn plaats in de sport, beschikbaarheid en binding één van de grootste centra, liggen alle plannen voor een nieuw studiegebouw klaar.’

Bijl zelf verwacht net als Hendriks in 2016 de eerste resultaten van de nieuwe aanpak te zien. Bussemaker hoopt al in 2012 een sprongetje in het medailleklassement te zien. ‘Dat geeft een behoorlijke impuls voor de jaren erna; voor de sport maar ook voor het dan zittende kabinet.’

mailIcon print |