*

 

‘Kennis over sport moet gebundeld’

Van onze verslaggever Poul Annema − 22/01/09, 21:48

Nederlandse sport schreeuwt om meer betrokkenheid van de wetenschap...

Achter zijn plan schuilt een diepe overtuiging. ‘Nederland wordt zonder kennisontwikkeling geen land op olympisch niveau’, zegt Ronald Kramer over zijn idee om in Nederland een sportuniversiteit te stichten. Het gaat niet meteen om ‘een gebouw met professoren en studenten’, verduidelijkt hij, maar zoiets ‘zou wel het einde van het traject kunnen zijn’.

Kramer (54) is voormalig topambtenaar van het ministerie van VWS en oud-directeur breedtesport bij NOC*NSF. Hij werkt nu als interim-manager en consultant in de sport. Hij heeft zowel de overheid (de ministeries van OCW en VWS) als de sport (NOC*NSF) betrokken bij zijn plan, dat ‘moet beginnen met de conclusie dat Nederland behoefte heeft aan bundeling van sportkennis’.

Kramer stelt de vraag welke wetenschappelijke ondersteuning de sport de komende vier of acht jaar nodig heeft. ‘De sport is breder, sterker en moderner geworden. Wat daarbij achterblijft, is de ontwikkeling van kennis en wetenschap. Er zijn stappen gezet, maar die zijn echt te klein, vooral omdat sport juist nu een structurele kennisontwikkeling nodig heeft.’

Kramer wijst op wat hij de ‘versportende samenleving’ noemt. De sport dringt door tot in de haarvaten van de maatschappij. ‘De politiek reageert erop, de economie ook, maar in academische kring wordt sportonderzoek eerder als hobby gezien dan als serieuze tak van wetenschap.’

Hij pakt er graag de cijfers bij. ‘Universiteiten krijgen anderhalf miljard euro per jaar voor onderzoek. Een minuscuul bedrag daarvan gaat naar sport. Als de sport 1 procent van het Nederlandse bruto nationaal product vertegenwoordigt, vraag ik me af waarom dan niet 1 procent van dat onderzoeksbudget wordt gereserveerd voor kennisontwikkeling in de sport.’

Natuurlijk, de sport klopt ook zelf niet aan bij de grote onderzoeksinstituten. ‘Het is geen automatisme om te investeren in sportonderzoek. De koppeling ontbreekt tussen de diverse terreinen die de sport bestrijken. Maar er is evenmin samenwerking tussen de universiteiten die wél iets ondernemen. Er is behoefte aan een interdisciplinair universitair kenniscentrum, waar bestaande universiteiten elkaar treffen om erkende (sport-)leerstoelen te versterken.’

Kramer heeft bij zijn plannen steun van Nederlands eerste hoogleraar sportontwikkelingen (aan de Universiteit Utrecht), Maarten van Bottenburg, van de directeur van het Mulier Instituut Koen Breedveld, en van het hoofd onderzoek van NOC*NSF, Nicolette van Veldhoven. Bovendien is de KNVB, die zijn eigen academie heeft, zeer geïnteresseerd. Zijn platform wil Kramer de komende tijd verbreden met anderen die kennis van zaken hebben. ‘Alles gericht op het Olympisch Plan 2028, dat de weg naar de Spelen in een brede sportcontext plaatst’, zegt Kramer.

‘Het gaat niet om een acuut maatschappelijk probleem, wel om het organiseren van ambitie om de wereldtop te halen. Dat vraagt om kennisontwikkeling, creativiteit, experimenten en investeringen in innovatie en fundamenteel onderzoek. Met dat laatste kan zelfs geld worden verdiend door opgedane kennis om te zetten in concreet opdrachtonderzoek. Dat is de manier waarop de Sporthochschule in Keulen en het Mulier Instituut in Den Bosch al jaren werken.’

Voorop staat bij Kramer dat de kennis over sport gelijke tred zou moeten houden met de wens als sportland voorop te willen lopen. ‘Met zijn hoogleraren en met instellingen als Innosport, TNO en het Mulier Instituut timmert Nederland aan de weg, maar dat is echt niet genoeg. In de sport zijn zij als buitengewoon hoogleraar tijdelijk of voor één dag in de week werkzaam in de sport. Dat biedt geen structurele basis.’

Het Olympisch Plan 2028 is nodig om de Nederlandse sport verder te ontwikkelen, zegt Kramer, en in die spiraal naar boven moet ook de wetenschappelijke ondersteuning een plaats krijgen. ‘Er is heel veel academische kennis die nog niet doordringt tot de sport, daarvan ben ik overtuigd. Omdat het bruggetje niet wordt gemaakt. Dat zijn vele gemiste kansen. Uit onverwachte hoek kunnen prachtige ideeën komen. Daarom kan dit proces een geweldige vernieuwing in gang zetten.’

mailIcon print |