Sportland Nederland dient zijn investeringen te intensiveren en zijn inspanningen te concentreren om de lang gepredikte doelstelling, een plaats bij de beste tien sportlanden van de wereld, te bereiken.
De ‘toptienambitie’, een term die sinds 2000 door de Nederlandse sportaccommodaties waait, blijft recht overeind in de studie die Sportkoepel NOC*NSF vandaag presenteert. De studie Nederland in de top 10 laat zien dat de 25 topsportbonden, van atletiek tot zwemmen, barsten van ambitie. Zij zien een grote toekomst voor hun sport op internationaal niveau. ‘Buitengewoon ambitieus en optimistisch als het gaat om het leveren van toekomstige topsportprestaties’, zo benoemen de schrijvers van de studie hun houding.
In 2008, bij de Olympische Spelen van Peking, werden 16 medailles gewonnen en eindigde Nederland als twaalfde in het medailleklassement. Dit klassement geldt als de leidraad in het toptienverhaal. Voor de toekomst wordt een spectaculaire stijging van de medaillespiegel voorzien: 37 in 2012 (Londen), 57 in 2016 (Rio de Janeiro) en 82 bij de nog niet toegewezen Spelen van 2020.
‘Het aantal medailles is zo hoog omdat het de optelsom is van de maximale ambities van de sportbonden bij een optimale inrichting van programma’s. Daarbij is de bonden gevraagd om onbegrensd te denken’, is de verklaring van de samenstellers van de studie.
Ook voor de Olympische Winterspelen, waar Nederland al lange tijd behoort tot de vaste toptien van het medailleklassement, worden sprongen voorspeld. Van 8 medailles in 2012 (Vancouver) naar 13 in 2014 en 16 in 2018.
Medailles worden vooral gehaald door verhoging van de budgetten voor de topsport. In dat verband constateert NOC*NSF: ‘Over de grenzen investeert men steeds meer in topsport.’
Nederland, waar ‘investeringen onder druk staan’, dient mee te gaan in die rat race. Daarin speelt het momenteel met bescheiden middelen een aardige rol. In 2000, bij de Spelen van Sydney, werd het Nederland van de beperkte financiën achtste in het medailleklassement. Uit die tijd dateert de toptiengedachte in de Nederlandse sport. Vijf van de twaalf gouden medailles kwamen in Australië van de zwemmers Van den Hoogenband en De Bruijn.
Intussen is het ‘directe’ budget voor topsport gegroeid naar 37,3 miljoen euro. Het ministerie van Sport (VWS) draagt daaraan 19 miljoen bij. De Lotto, de loterij die de sport ondersteunt, geeft 12,4 miljoen en sponsors 5,5 miljoen.
De studie laat zien dat bij de concurrerende landen veel meer geld omgaat. ‘Een internationale trend is dat landen steeds meer investeren in topsport en Nederland dreigt achter te lopen ten opzichte van concurrerende landen’, valt te lezen in Nederland in de top 10.
Zuid-Korea heeft een topsportbudget van 75 miljoen euro, Japan 76, Australië 87 en Canada 100 miljoen. Frankrijk en Italië, Europese landen met wie Nederland in Peking streed om de bezetting van de tiende plaats, hebben sommen van 200 en 135 miljoen euro te besteden. Ons land heeft een droombudget voor 2020: 195 miljoen.
Nederland moet zijn geld beter en slimmer uitgeven. In dat verband wordt gewezen op samengebalde toewijzing van middelen aan de acht bonden met structurele medaillekansen: judo, hockey, paardensport, roeien, schaatsen, zeilen, wielrennen en zwemmen. Maar geld kan ook naar particuliere initiatieven (van sponsors) en naar individuele toppers, zolang het maar bijdraagt aan de toptiendoelstelling van Nederland.
Versnippering van gelden moet worden voorkomen. Uit de studie: ‘De conclusie is dat de huidige focus op topsportprogramma’s niet effectief genoeg is voor een structurele plek in de mondiale toptien.’ Panellid Maarten van Bottenburg onderlijnt die opvatting: ‘Prioritering is onontkoombaar, als je de toptienambitie wilt realiseren.’ Van Bottenburg maakt met elf anderen deel uit van het panel dat aan de studie heeft meegewerkt. De opvallendste naam uit dat rijtje is Johan Cruijff.
Naast meer geld en beter besteed geld rept de 200 pagina’s tellende studie van een meer bedrijfsmatige aansturing van de topsport. Er wordt gewezen op UK Sport in Engeland dat een onafhankelijke status heeft, juist onder het ministerie van Sport. Korte lijnen zijn van groot belang in het dagelijkse snelle proces van de topsport. De studie noemt dat ‘een meer centrale aansturing en een grotere snelheid van handelen’. Daar zou ook een afrekencultuur naar Brits voorbeeld bijhoren. Het beoogde systeem is immers gericht op succes, niet op solidariteit. Bonden die niet presteren, moeten hun middelen inleveren ten bate van wel presterende bonden.
Veel waarde wordt toegekend aan de vervolmaking van het in tien jaar gebouwde Nederlandse sportsysteem, met CTO’s en NTC’s. Deze Centra voor Topsport & Onderwijs, in Amsterdam, Arnhem, Heerenveen en Eindhoven, en Nationale Trainingscentra worden als effectief gezien. Een betere bemanning van die centra, meer kwaliteit, betere managers, zou een volgende stap zijn.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.
Volg het nieuws op onze zustersite in België www.demorgen.be.
Sport:
voetbal,
wielrennen,
tennis,
auto- & motorsport,
meer sport.