‘Ik zit al zes weken in een hotelkamertje. Dan ga je nadenken. Nog twee wedstrijden. Twee keer 90 minuten en dan kun je met de wereldbeker staan. Dat haalt zoveel kracht in jezelf naar boven, dat is met geen pen te beschrijven. Tegen Uruguay, dát is de wedstrijd waarom het gaat. Daarna heb je genoeg tijd om naar de finale toe te leven.
Ik ben niet bezig topscorer van het toernooi te worden. Je moest eens weten hoeveel sms-jes ik krijg over alle persoonlijke prijzen die ik kan winnen. Ik lees die maffe berichten niet eens meer. We zijn bezig met Uruguay. Als je er straks uitligt tegen Uruguay, heb je helemaal niets.
Voorafgaand aan het toernooi ging het om de Grote Vier, uiteindelijk is het anders gegaan. Dirk (Kuijt) doet het fantastisch. Hij gaat er gewoon niet meer uit. Ik heb nooit getwijfeld aan Dirk. En het vertrouwen van de coach is belangrijk, dat je dat terugbetaalt. Bij Inter maakte ik dat mee met Mourinho. Dan ontstaat er iets, dat kun je niet omschrijven.
Robin (Van Persie) werd de eerste drie ballen tegen Brazilië makkelijk weggezet, maar hij stond ook tegen twee kleerkasten. Je ziet dat hij het dan oppakt, dat hij balvast is. Robin is in alle wedstrijden heel nuttig en bruikbaar geweest. Wat minder nadrukkelijk aanwezig dan dat hij kan laten zien, maar we spelen nog twee wedstrijden. Hij sleurt, maakt meters en helpt het team. Je moet geloven dat je dan wordt beloond.
Het gevoel dat we de finale kunnen halen overheerst. Daarin geloven we met zijn allen. Maar we hebben nog niks. Ik begreep dat ze in Nederland al in de grachten lagen, maar pas op 12 juli spring ik erbij. En dat merk je aan de hele groep.
Op het EK, toen we van Italië of Frankrijk wonnen, reden we weg uit het stadion en was het één groot feest in de bus. We sloegen op de ramen, we gingen helemaal los. Nu niet. Nu is het rustig, relaxt, zelfs na Brazilië. De focus was alweer op de volgende wedstrijd. Dat woord focus keert trouwens steeds terug, een irritant woord begint dat te worden. Maar het is wel zo. We moeten ons weer concentreren op de halve finale. Want we willen de finale spelen.
Ja, de Duitsers hebben ook rust. Die trainer (Löw) is rustig en relaxt, net als Van Marwijk. Ze zijn niet als Maradona, die als een zenuwenlijer langs de kant loopt, of Dunga. Dat heeft ook helemaal geen zin.
Bij elk toernooi zeiden we: nu hebben we een echt team, nu is de sfeer goed. Maar pas nú is het echt. Het is niet nep. Ik zeg niet dat het bij de voorgaande toernooien nep was, maar nu merk je aan alles.
Ik las een stukje van voor de wedstrijd tegen Brazilië, waarin Dirk Kuijt zei: we gaan gewoon van ze winnen. Dat gevoel heeft iedereen. We hebben niet ons beste voetbal laten zien, maar op de momenten dat het moest, in de tweede helft tegen Brazilië bijvoorbeeld, stonden we er.
Mijn spel is een beetje te vergelijken met dat van het Nederlands elftal. Je krijgt niet veel momenten tegen ploegen die dat niet toelaten, maar op de momenten die je wel krijgt, moet je er staan. En dat heb ik bewezen in de vier wedstrijden voor Brazilië, want ik was bij bijna alle doelpunten betrokken. Tegen Brazilië heb ik laten zien dat ik goed in mijn vel zit en op sommige momenten het verschil kan maken. Dat eis ik ook van mezelf. Tegenstanders laten mij ook niet meer vrij. Die tijd is geweest. Maar als je de 9 goals analyseert, ben ik bij 7 betrokken geweest.
In het verleden kon ik er niet tegen als ik minder ballen kreeg. Nu wel. Ik liep me weleens voorbij. Dat zijn leermomenten geweest. Ik ben 26 en heb al het nodige meegemaakt. Volgens mij ben ik voor rust tegen Brazilië wel tien keer in het eigen strafschopgebied geweest. Dan moet je gewoon wachten, wachten op momenten. Daarop moet je gefocust zijn. En in dit Nederlands elftal komt dat moment. Al moet je 90 minuten wachten. We hebben het gevoel dat we altijd een doelpunt maken.
Bij voetbal komt tegenwoordig veel meer kijken dan meedoen in balbezit. Als je de bal niet hebt, moet je zorgen dat de verdediging goed staat en dat je je collega’s helpt. Ik loop me elke wedstrijd het schompes, omdat ik één doel heb. Als je je dan constant focust op dat doel, lukt het ook. Dat is de sleutel van het succes.
We hebben niet één keer verloren, in de kwalificatie, in oefenduels voor het WK en tijdens het WK zelf. Dan kun je zeggen dat dat tegen mindere landen was, maar mindere landen bestaan niet meer, of je moet tegen Afghanistan 3 spelen. Het geeft vertrouwen als je continu blijft winnen. Dan is het hosanna. Als je het op het WK dan even niet kunt laten zien, voetballend, omdat de tegenstander ons goed analyseert, komt het mentale deel kijken. Hoe stel je je daar tegenover. Vooral in dat opzicht hebben we stappen gezet.
Misschien wordt de wedstrijd tegen Uruguay moeilijker dan die tegen Brazilië. De tegenstander weet hoe wij kunnen voetballen. Ze zijn niet achterlijk en zullen ons geen centimeter geven. We moeten winnen, ten koste van alles. Dan is de finale een wedstrijd op zich, een wedstrijd die je nooit meer speelt in je leven. Daarvan moet je ook genieten.
Ik snap dat de stemming in Nederland is dat we even afrekenen met Uruguay, maar bij ons is dat gelukkig niet zo. Als je nu niet beseft, na zes weken, in de halve finale van het WK, dat je in die wedstrijd alles moet geven om de finale te spelen, kun je net zo goed nu naar huis gaan. Dan kun je net zo goed stoppen met voetballen.’
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.
Volg het nieuws op onze zustersite in België www.demorgen.be.
Sport:
voetbal,
wielrennen,
tennis,
auto- & motorsport,
meer sport.