*

 

Stuiterend van golf naar golf

Door John Volkers John Volkers − 03/05/10, 00:00

Met ruim 60 kilometer planeren ze over het Grevelingenmeer. Prima: een surfer schrikt niet terug van een beetje wind...

De armen doen zeer. ‘Er zat op het laatste rak weinig sap meer in’, zegt Dennis Littel, een reus van een kerel die onbarmhartig hard aan het zeil van zijn surfplank kan trekken en als eerste over de finishlijn is gevaren.

De omstandigheden zijn deze tweede dag van het NK windsurfen – een serie van zes wedstrijden – lastig en uitputtend. De wind op het Grevelingenmeer, voor de kust bij Schouwen-Duiveland, is harder aangetrokken dan de meteorologen hadden ingeschat. Er worden op deze ijskoude zondag door 32 gestaalde kerels en twee vrouwen liefst vijf races gevaren. Zaterdag scheen het zonnetje en toen bleef het aantal steken op twee.

Aan de wal moet er na drie races van twintig minuten even op adem gekomen worden. Thee en koffie worden uit de campers en caravans aangereikt. Wie denkt klagende surfers aan te treffen, de mannen hebben ook liever ‘bikiniweer’, heeft het mis. De plankzeilers van de Formula-klasse staan lachend de omstandigheden na te beschouwen. Zeventien knopen wind, het kan slechter gekund.

De planken uit andere klassen komen water opspuitend het haventje binnen geschoten. Havenongelukken blijven uit. Hoe hard dat wel niet gaat, is de vraag aan Littel, zesvoudig Nederlands kampioen uit Barendrecht. ‘Nou, dat gaat buiten wel 60 kilometer per uur.’ Hij zit 10 kilometer onder de schatting van wedstrijdleider en organisator Alex Schuttert.

De topsnelheid is indrukwekkend. Dit is geen sport voor watjes. De planken zijn maximaal 1 meter breed en nog geen 2.50 lang, het zijn forse keukentafels zonder poten.

De kunststof planken planeren heel snel, maar dat mag ook weer niet te nadrukkelijk, anders wordt er gevlogen, met alle gevolgen van dien. Over je giek heengaan op volle snelheid is een recept voor gekneusde ribben. De neus moet dus omlaag worden gehouden. Het is een spel voor de ware evenwichtskunstenaars.

Het zeil in de Formula is maximaal 12,5 vierkante meter groot. Titelverdediger Littel heeft voor het ‘course-racen’ op een driehoeksbaan, dat grote zeil zondag aan de kant gegooid. Te lastig, niet te houden in de harde wind. Hij zeilt nu met een doek van 10 m². Hij heeft maar twee zeilen mee. Het derde van 11,0 m² was door een vertraagde levering niet beschikbaar.

Plankzeilen in deze klasse is een sport van evolutie. Elk jaar is er weer wat nieuws, mogelijk beter. Wie iets slims ontdekt, kan het even geheim houden, maar het is geen Formule 1, met garageboxen waar de pottenkijker wordt geweerd. Littel (28) vaart al sinds 1999 in deze avontuurlijke categorie en hij zegt de onderlinge verbondenheid van de zeilers zeer te waarderen. Concurrentie is er op het water, aan de kant helpen surfers elkaar.

Littel: ‘Casper Bouman en ik gaan dit seizoen om de Nederlandse titel strijden, maar hij heeft hier een board en een vin van mij te leen. Zijn materiaal was nog niet klaar. Haat en nijd bestaan niet bij ons. Casper en ik reizen ook samen, zoals naar het WK in Argentinië. Ik zie hem als de surfer die mij naar een nieuw niveau kan tillen.’

Voor Littel is dat niveau bepaald in de Formula. Een overstap naar de olympische RS:X-klasse zit er voor hem niet in. ‘Ik ben 95 kilo, 1.99 lang. Zulke surfers hebben niks te zoeken in het olympische plankzeilen.’

Hij kent Dorian van Rijsselberge, de allrounder van Texel die tegenwoordig in de RS:X de Nederlandse nummer één is. Hij omschrijft hem als een ‘hele talentvolle jongen’ die als het zo uitkomt deze zomer de slalom komt varen.

Littel is zeker zo bijzonder. Hij werd vorig jaar dubbelkampioen van Nederland: in de Formula en de slalom, met een iets slankere plank. Voor de wave, het kunstrijden voor de surfers, komen andere kandidaten in beeld. Dat toernooi der golfrijders wordt, afhankelijk van de windvoorspelling, uitgeschreven voor september, oktober dan wel november op de Noordzee bij Scheveningen.

Het topevenement dit jaar is de EK slalom voor de kust van Texel. Het bewijst dat Nederland, 26 jaar na de olympische titel van Stephan van den Berg, nog altijd een vooraanstaand surfland is. Al zijn echte cijfers zijn lastig te krijgen, geeft organisator Schuttert toe.

‘Het enige bekende cijfer is dat van de verkochte planken sinds de uitvinding van deze sport. In Nederland zijn er sinds eind jaren zeventig 550 duizend surfplanken verkocht, maar hoeveel mensen er nog mee zeilen, is onduidelijk. We weten niet hoeveel er de shredder zijn ingegaan en hoeveel er nog in garages liggen te verstoffen.’

mailIcon print |