Minister Van Mierlo van Buitenlandse Zaken meent dat de pers zorgvuldiger zou moeten zijn in de berichtgeving over de monarchie....
HANS VAN MIERLO, ooit journalist geweest, spreekt als minister van Buitenlandse Zaken harde woorden over de tegenwoordige journalistiek. Tijdens een persconferentie aan de vooravond van Prinsjesdag heeft hij volgens NRC Handelsblad van 10 oktober zelfs 'grote zorgen' geuit over 'ontwikkelingen' in de journalistiek. 'Journalisten moesten zich beter bewust zijn van de staatsrechtelijke gevolgen van hun berichten', meende hij.
Natuurlijk ging het over de berichten dat koningin Beatrix zich in enkele gevallen indringender dan staatsrechtelijk wenselijk is, zou hebben bemoeid met regeringsbeslissingen. Wat de koningin denkt, zegt, bepleit of desnoods zeurenderwijs afdwingt, geldt als het geheim van Noordeinde.
Uitsluitend de ministers zijn politiek verantwoordelijk voor de uitkomst. Ook als zij zich als lakeien gedragen, blijven zij aansprakelijk.
Welke babbelkous heeft eigenlijk wereldkundig gemaakt dat niet de minister van Buitenlandse Zaken, maar het staatshoofd persoonlijk het nodig vond een Nederlandse ambassade in Amman te vestigen? Dat was Van Mierlo zelf. Wie hebben de verhalen in de wereld gebracht dat de ambassadeur in Zuid-Afrika op koninklijke wens werd overgeplaatst? Dat waren loslippige ambtenaren van het ministerie van Buitenlandse Zaken.
Van Mierlo - van wie liefkozend wordt gezegd dat hij altijd iets jongensachtigs heeft behouden - reageert zich kinderachtig af op de pers. Hij gedraagt zich als een jongetje dat is betrapt op iets heel stouts (pruimen geplukt, suiker gesnoept) en nu huilend naar zijn strenge moeder loopt: hullie hebben het gedaan, de journalisten.
Dat is allemaal niet zo erg - het betreft incidenten, geen rampen - maar Van Mierlo máákt het erg. En wel door als minister van de Kroon de volgende staatsrechtelijke gotspe te debiteren: 'Er rust een extra verplichting op journalisten die in dit staatsbestel opereren om behoedzaam te zijn.' Dit is een oproep tot dienstbaarheid, waarmee Van Mierlo de journalistiek in het hart treft.
Zijn uitspraak roept twee vragen op. Ten eerste: wat betekent 'opereren in dit staatsbestel'? De minister kan onmogelijk serieus bedoelen dat de constitutionele monarchie op gespannen voet staat met de in artikel 7 van de Grondwet vastgelegde persvrijheid. Van alle pijlers van het staatsbestel is dat grondwetsartikel zeker niet de minst belangrijkste.
Ten tweede: waar haalt Van Mierlo een 'extra' verplichting van journalisten om voorzichtiger te zijn dan anderen vandaan?
Er bestaat een breed aanvaarde theorie over de maatschappelijke verantwoordelijkheid van de pers in de democratie. Deze theorie zegt dat een verantwoordelijke pers waarheidsgetrouw verslag moet doen van de gebeurtenissen in een betekenisvolle context, een podium voor meningen en kritiek moet bieden, een representatief beeld moet geven van de samenleving, enzovoort. De hoofdregel is dat journalisten aan het publiek moeten vertellen wat zij weten.
In sommige landen is de theorie van de maatschappelijke verantwoordelijkheid een eufemisme voor zelfcensuur. Toen Van Mierlo nog journalist was, dertig en meer jaar geleden, was dat hier ook nog het geval. De media in Nederland begonnen in die tijd juist zo'n beetje afscheid te nemen van de slaafsheid die regel en traditie was in de verzuilde parochiekranten en omroepen. Hij heeft aan de emancipatie van de journalistiek zelf nog meegewerkt door als eerste in het Algemeen Handelsblad met een opiniepagina te beginnen.
Over die historie heb ik hem tien jaar geleden nog eens uitvoerig geinterviewd. Ook toen sprak hij over 'staatsburgerlijke plichten' van de media, maar toen zei hij nog: 'Ik vind dat een krant zijn staatsburgerlijke plicht vervult door zijn beste mensen naar Den Haag te sturen, die in staat zijn kwaliteit en onafhankelijkheid te garanderen.'
De Nederlandse journalistiek is sinds de jaren zestig volwassen geworden. Alleen over het Koninklijk Huis wordt soms nog verkrampt, omfloerst en omzwachteld geschreven. Daar is geen enkel constitutioneel belang mee gediend.
Onvermijdelijk komt de Greet Hofmans-affaire van 1956 in herinnering. De toenmalige minister van Buitenlandse Zaken J.W. Beyen riep een vertrouwelijke persconferentie van hoofdredacteuren bijeen met als resultaat dat zij de in het buitenland gepubliceerde berichten over een dreigende constitutionele crisis uit hun kranten hielden.
Over deze zwarte bladzijde in de Nederlandse persgeschiedenis schreef H.J.A. Hofland in Tegels Lichten dat 'het bewaren van de geslotenheid en de daarmee verbonden geheimhouding als onmisbaar voor het gezag' werden beschouwd. Het gevolg was dat 'een escalatie van gedraai en gescharrel de simpele waarheid verdringt en onvindbaar maakt'.
Dat was een schoolvoorbeeld van behoedzaam opereren in het staatsbestel. Kan dat bestel geen openbaarheid velen? Is de constitutionele monarchie van porselein?
Gijs Schreuders is docent journalistiek aan de School voor Journalistiek en Voorlichting in Utrecht.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.
Volg het nieuws op onze zustersite in België www.demorgen.be.
Nieuws:
Belgisch nieuws,
buitenlands nieuws,
wetenschap,
gezondheid,
stand der dingen.