Voor het Haagse perscentrum Nieuwspoort onderzochten ze de verhouding pers/politiek.
Een jaar lang liepen ze mee op het Binnenhof, Herman van Gunsteren (68) en zijn partner Cox Habbema (65). Hij is emeritus hoogleraar Politieke theorieën en rechtsfilosofie aan de Universiteit Leiden. Zij, actrice en oud-directeur van de Amsterdamse stadschouwburg, coacht politici en ondernemers bij hun openbare optredens. Het verslag van hun bevindingen verschijnt vandaag, als Tweede Kamervoorzitter Gerdi Verbeet in Nieuwspoort, het Haagse perscentrum dat hun opdrachtgever was, de tweede Kees Lunshoflezing zal houden.
De opvallendste conclusie van Pers-pectief op het politiek/publicitair complex in 2009, zoals hun boek heet, is dat politici vaak klagen over journalisten, maar dat daar niet zoveel reden toe is. ‘Wij, met de frisse maar misschien ook onnozele blik van vreemde ogen, vonden de pers zo slecht nog niet’, schrijven Van Gunsteren en Cox.
Ze keken overal rond, bij de ‘ontoegankelijke’ ministeries, de ‘publieksvriendelijke’ Tweede Kamer en de Rijksvoorlichtingsdienst en ze spraken met ministers, Kamerleden, voorlichters en journalisten. Zij zien geen aanwijzingen dat het door hen beschreven ‘complex’ op instorten staat, zoals sceptici willen doen geloven. ‘Het gaat best goed eigenlijk’, stellen ze.
Vooral ‘het uitvergroten van incidenten’ en ‘kluitjesvoetbal’ zijn veel gehoorde klachten van politici over journalisten. We zitten toch heel dicht op elkaar?
Van Gunsteren: ‘Ja, maar dat heeft ook een functie. Ik zie een collectief proces van waarheidsvinding, waarbij de waarheid langs vele kanalen aan het licht kan komen en het nieuwsbericht in de zwerm van journalisten, voorlichters en politici meteen op juistheid wordt beoordeeld. Die schaalgrootte geeft correctief vermogen.’
Habbema: ‘Ik heb in zo’n land gewoond waar de politici de pers kregen die ze wilden: Oost-Duitsland. Dan krijg je Pravda-achtige kranten.’
Van Gunsteren: ‘Hypes zijn er wel degelijk, natuurlijk, die zijn inherent aan de pers. Maar zoveel zijn het er nou ook weer niet. Je kunt ze ook nieuwsepisodes noemen, zoals rond de JSF, de Catshuisbrand, het Irak-onderzoek, de omgang met de PVV. En ze hebben als positieve kant dat ze focus geven aan een onderwerp. Neem nu de griep. Dat we daarover zoveel weten, is echt te danken aan de pers. Niet voor niets zegt Stephan Koole, directeur voorlichting van het ministerie van VWS, in ons boek: 80 procent van wat in de krant komt, is belangrijk.’
Is de journalistiek ruimhartig in het corrigeren van fouten?
Van Gunsteren: ‘Nee. Dat is ons belangrijkste kritiekpunt op de pers. Het gaat niet zo vaak fout als wel wordt gedacht, maar als het fout gaat, is het toegeven van dat falen vaak lastig.’
Habbema: ‘Dat geldt ook voor politici overigens. Als minister Ter Horst door de rechter wordt gecorrigeerd over het afluisteren van journalisten, moet ze haar fout toegeven en niet achteraf blijven zeggen dat ze toch gelijk had.’
Beseffen politici voldoende dat ze niet in een willekeurige kantooromgeving werken?
Habbema: ‘Ik geef veel les aan politici en de eerste keer zeggen ze vaak: ik wil mezelf blijven. Nou, veel succes, zeg ik dan. Want dat gaat niet. Ieder mens heeft handicaps. Die moet je overwinnen. Je moet vorm geven aan je optreden. Acteurs leren in hun opleiding wat beweging, gebaren en stemgebruik kunnen veroorzaken. Dat moeten politici ook leren. Als ze hun élégance niet kennen, krijgt hun optreden iets viezigs. Terwijl het een theaterwet is dat je altijd gewassen voor je publiek moet staan. Politici die die les ter harte nemen, klagen minder over beeldvorming door de media.’
Van Gunsteren: ‘Politici zijn snel geneigd te zeggen dat als de burger maar beter geïnformeerd zou zijn, hij sneller voor hun partij zou kiezen. Zoals de PvdA na de Europese verkiezingen of het CDA over het kabinetsbeleid. Politici mogen zich vaker afvragen of de boodschap niet overkwam, of dat de burger geen boodschap had aan de boodschap. Die laatste mogelijkheid vergeten ze nogal eens.’
Politici nemen elkaar vaak moreel de maat, stellen jullie vast. Is dat afkeurenswaardig?
Van Gunsteren: ‘Ja. Ze zijn heel erg bezig elkaar te vertellen wat juist gedrag is. Het duidt op gebrek aan institutionele binding. Dankzij de instituties in onze democratie hebben we hier geen burgeroorlog. Die instituties zijn aan regels gebonden en daarover moet de Kamer praten. Want de overheid is niet een uitvergrote burger, nee, dankzij regels die de Kamer vaststelt mag de overheid dingen doen die de burger niet mag. Geweld gebruiken bijvoorbeeld, belasting heffen. De regels moeten voortdurend worden aangepast en daarover moet het debat gaan. Dat elkaar vastspijkeren op eerder ingenomen standpunten impliceert dat je altijd hetzelfde zou moeten handelen en dat is niet zo.’
Habbema: ‘Het is ook zo deprimerend, dat gehakketak, dat vliegen afvangen. En zo humorloos. Heb je nog lol in je baan, denk ik dan.’
Van Gunsteren: ‘Ik gebruik graag het woord spel voor de politiek. Je moet het spel wel ernstig nemen, maar dat moet blijken uit je gedrag. Niet uit voortdurend verontwaardigd zijn, ernstig geschokt of zelfs ziedend.’
Is meer regulering van de pers nodig?
Van Gunsteren: ‘De pers is een zelfstandige macht geworden. Als je die naast de machtenscheiding van de trias politica kunt reguleren, als een vierde of vijfde macht, prima, maar alleen om haar vrijheid te waarborgen, niet om te muilkorven. Lukt dat niet, dan is niets regelen toch de betere optie.
‘Het is wel belangrijk dat journalisten niet blijven zeggen dat ze niet aan politiek doen. Dat mag in letterlijke zin dan zo zijn, maar ze maken wel deel uit van de publieke sfeer. Hun keuzes doen ertoe.’
Habbema: ‘Het is niet één pot nat in Den Haag. Die doemverhalen dat we met z’n allen in het huidige systeem de afgrond ingaan’
Van Gunsteren: ‘Natuurlijk, alles kan over drie jaar anders zijn, maar aanwijzingen die dat staven hebben wij niet gevonden.’
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.
Volg het nieuws op onze zustersite in België www.demorgen.be.
Nieuws:
Belgisch nieuws,
buitenlands nieuws,
wetenschap,
gezondheid,
stand der dingen.