*

 

Academicus kan best zijn eigen studie betalen

Lisette Kuijper − 14/05/10, 00:00

Afschaffing van de studiefinanciering zal de talentvolle student echt niet afschrikken. Ook uit sociaal oogpunt is behoud van de beurs niet verdedigbaar....

De studiefinanciering kost de staat jaarlijks een miljard euro. De VVD ziet de ernst van de benodigde bezuinigingen in en stelde kort geleden daarom een sociaal leenstelsel voor dat in de plaats moet komen van de studiefinanciering. Tegen een lage rente moet de student de lening na de studie terugbetalen, afhankelijk van de hoogte van zijn of haar inkomen.

Mark Habers vertegenwoordigt de mening van deze partij in de Volkskrant van 29 maart: ‘Wat de VVD betreft is het idee helder: iedere student betaalt zijn eigen schuld af. In Australië is een dergelijk leenstelsel ingevoerd, en uit onderzoek blijkt dat geen student er minder om is gaan studeren.’

GroenLinks vindt ook dat de basisbeurs moet worden afgeschaft, maar deze partij stelt een studietaks voor in plaats van een leenstelsel. Studenten krijgen tijdens hun studie een inkomen waarvan ze kunnen rondkomen. Dit loon moeten ze na hun studie via een verhoging van de belasting terugbetalen indien zij meer verdienen dan het modaal inkomen.

GroenLinkser Tofik Dibi bepleit in zijn artikel ‘Basisbeurs is echt niet meer houdbaar’ in de Volkskrant van diezelfde 29 maart dat ‘de studieheffing immers rechtvaardiger is, leenangst voorkomt én het studenten in staat stelt zich te concentreren op de studie’. De studieheffing is volgens Dibi rechtvaardiger omdat de bijdrage hoger is naarmate het profijt van de studie, dus het inkomen, stijgt.

Veel studenten zijn het oneens met bovengenoemde standpunten. Op het eerste oog volkomen terecht: het gaat om je eigen studiebeurs. Toch zou ik iedereen willen oproepen om niet alleen naar de eigen portemonnee te kijken, maar naar de samenleving als geheel. Laten we nu eens een keer niet kijken naar het doemscenario van de LSVb , dat inhoudt dat vele studenten zullen stoppen met studeren, en laten we ons focussen op de feiten. Studenten uit rijkere milieus maken namelijk veel meer gebruik van de studiefinanciering: ongeveer 50 procent van de jongeren uit rijkere gezinnen gaat studeren tegenover 10 procent van de armere bevolkingsgroepen. Maar iedereen betaalt wel evenveel belasting voor het instand houden van die studiebeurs.

De uitspraak van Wouter Bos in 2006 is dus geheel terecht: ‘De slager op de hoek betaalt mee aan de studie van de advocaat.’ Het CBS verwoordde het als volgt: ‘Subsidies aan het hoger onderwijs leiden tot inkomensoverdrachten van de gemiddelde belastingbetaler naar de groep toekomstig welgestelden.’

Daarnaast maakte de door het LSVb in het leven geroepen site www.wiljijstufi.nl veel los bij studenten. Velen vulden de enquête in, en maar liefst 42 procent van de studenten gaf aan te stoppen met studeren indien de gehele studiefinanciering zou worden afgeschaft.

Ik ben er echter van overtuigd dat de meest gemotiveerde en talentvolle studenten ook met een leenstelsel of een studieheffing zullen blijven studeren. Met een goede baan kan de lening of heffing namelijk makkelijk worden terugbetaald, verspreid over vele jaren. Het door Habers genoemde voorbeeld van Australië mag voor ons dat laatste duwtje in de rug betekenen.

Maar welk voorstel werkt het best om de advocaat zijn eigen boontjes te laten doppen? Het mag duidelijk zijn dat er niet moet worden bezuinigd op de onderwijskwaliteit, maar dat de lasten eerlijk moeten worden verdeeld. Dus de advocaat betaalt zijn eigen studie.

Naar mijn mening komt deze werkwijze het duidelijkst naar voren in het voorstel van de VVD. Elke student moet na zijn studie de lening terugbetalen, maar wel naar draagkracht. Stel dat de student geen werk vindt, dan kan de schuld worden kwijtgescholden. Dibi probeert het voorstel van de VVD te ontkrachten met een wel zeer zwak argument: ‘Ook een sociaal leenstelsel wordt vaak als optie genoemd. De VVD is daar bijvoorbeeld voorstander van. Zeker bij de VVD moet ik dan al snel denken aan een leenreclame denken. En we weten allemaal dat je dan goed op de kleine lettertjes moet letten.’ Met deze een aanval op de partij gaat hij totaal niet in op het voorstel.

Habers weet de studieheffing van GroenLinks veel doeltreffender onderuit te halen: ‘GroenLinks bepleit een academicusbelasting. Hierdoor betaalt de student na afstuderen een hogere belasting. Dat het belastingtarief minstens 6 procent hoger zou moeten zijn om het kostendekkend te maken, wordt voor het gemak even achterwege gelaten.’ Daarnaast denk ik dat dit systeem ook niet helemaal eerlijk is. Vrouwen zullen immers veel minder studieheffing betalen dan mannen: veel vrouwen werken parttime en komen dus nooit boven het modaal inkomen uit. Helemaal eerlijk kan ik dit niet noemen.

Ik roep de studenten op niet alleen te kijken naar hun eigen studiefinanciering maar zich ook te verplaatsen in de overheid, die ruim 30 miljard moet bezuinigen en in de slager op de hoek die zijn schaars verdiende belastingcentjes voornamelijk naar rijkeluiskindjes ziet verdwijnen. Kortom: laat de advocaat zijn eigen boontjes doppen.

mailIcon print |