Ruim 5,7 miljard euro heeft het ministerie van Defensie ervoor gereserveerd: de aanschaf van 85 Joint Strike Fighters ter vervanging van de 87 F-16 gevechtsvliegtuigen van de Koninklijke Luchtmacht....
Maar of het genoeg is, zal pas blijken in 2010, als fabrikant Lockheed Martin de werkelijke aanschafprijs bekendmaakt. Het echte prijskaartje van gevechtsvliegtuigen blijft daarmee een gevoelig punt – ook in de vertrouwelijke studie van Defensie die donderdag naar de Tweede Kamer is gestuurd.
De Joint Strike Fighter is volgens het rapport met overtuiging ‘het beste toestel voor de beste prijs’. Van de zes soorten missies die het toestel moet kunnen uitvoeren, doet de JSF er vijf beter dan de concurrent. Met de nieuwste JSF die vanaf 2015 wordt geleverd, zou de stand zelfs op zes-nul komen, aldus de analyse.
Dat de JSF veel meer geluid produceert dan de concurrent is volgens Defensie geen probleem. De bestaande geluidsgrenzen rond militaire vliegvelden blijven bestaan. Er kan vaker in het buitenland worden geoefend en omdat het toestel langer in de lucht kan blijven, hoeven er minder starts en landingen te worden uitgevoerd.
Bij het predicaat ‘beste prijs’ past een kanttekening. In 2002 investeerde de Nederlandse Staat 800 miljoen dollar in het JSF-project om het bedrijfsleven een kans te geven mee te profiteren van de opdracht.
Vanwege die investering krijgt Nederland nu korting op de aanschafprijs. Dit voordeel wordt dankbaar ingeboekt in de vergelijking, maar de eerder geïnvesteerde 800 miljoen dollar niet. Dat bedrag beschouwt Defensie als ‘sunk costs’, kosten die toch al gemaakt zijn.
‘Het zou oneerlijk zijn om deze kosten mee te tellen. Ongeacht de keuze die we maken, zien we dat bedrag toch niet terug’, aldus De Vries.
De auditdiensten van Defensie en Economische Zaken die het onderzoek controleerden, keken aanvankelijk raar op bij deze redenering. Maar uiteindelijk gingen ze ermee akkoord. In hun rapport noteren ze slechts dat ‘met beide andere fabrikanten niet is geparticipeerd in het ontwikkeltraject, en geen nadere afspraken konden worden gemaakt.’
Fabrikant Saab beweerde afgelopen maanden dat de totale levensduurkosten van de Gripen Next Generation wel degelijk lager zijn dan die van de JSF. Het toestel kan toe met minder onderhoud en gebruikt minder brandstof, zeggen de Zweden.
Volgens accountants van Defensie en Economische zaken is dat moeilijk te bepalen, onder meer door onzekerheden in de valutakoersen en de olieprijs.
Bovendien kunnen de fabrikanten niet worden vastgepind op de prijzen die ze voor dit onderzoek hebben aangeleverd. De gegevens zijn ‘niet bindend’. Als de Amerikaanse luchtmacht minder JSF's gaat kopen dan nu beoogd, gaat de prijs voor de Nederlandse toestellen omhoog.
‘Maar een hogere prijs is niet aan de orde’, zegt kolonel Robert Geerdes, leider van het vervangingsproject. ‘We hebben daar goed inzicht in. Grote verrassingen zijn uitgesloten.’
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.
Volg het nieuws op onze zustersite in België www.demorgen.be.
Nieuws:
Belgisch nieuws,
buitenlands nieuws,
wetenschap,
gezondheid,
stand der dingen.