Babysterfte in Nederland zeer hoog

Het risico op babysterfte is nergens in West-Europa zo hoog als in Nederland. Zowel met sterfte tijdens de zwangerschap als kort na de geboorte steekt Nederland ongunstig af.

Dit blijkt uit Europees onderzoek dat vandaag in Parijs verschijnt. Vijf jaar geleden deed Nederland het al slecht in een eerder, vergelijkbaar Europees onderzoek. Toen ging het om 15 EU-landen, nu om 25 plus Noorwegen.Uit het rapport blijkt dat de sterfte van levend geboren baby’s in West-Europa het hoogst is in Nederland: hier sterft een op de honderd baby's voor, tijdens of direct na de geboorte. De sterfte van foetussen na de 22ste week van de zwangerschap is in Nederland op Frankrijk na het hoogst in Europa. Weliswaar is in Nederland de zogenoemde ‘perinatale’ sterfte – die optreedt vanaf de 22ste week van de zwangerschap tot 28 dagen na de geboorte – in vijf jaar afgenomen, maar in andere landen was die daling sterker. Alleen in Frankrijk en Letland ligt de perinatale sterfte hoger. Na de verontrustende uitkomsten van het eerste onderzoek, vijf jaar geleden, laaide in Nederland een discussie op over babysterfte. Mogelijk echter zou de uitkomst te wijten zijn aan een ‘toevalstreffer’. Dat sluiten de onderzoekers na dit tweede rapport uit. Khadija Arib, die voor de PvdA-fractie in de Tweede Kamer al jaren het onderwerp babysterfte volgt, toont zich diep geschokt. ‘Er moet echt wat gebeuren. Denk aan conceptiezorg met goede voorlichting, over gezond gedrag voor en tijdens de zwangerschap. Dit is echt een heel urgent probleem.’De woordvoerder van minister Ab Klink van Volksgezondheid wijst erop dat het om cijfers uit 2004 gaat. ‘Sindsdien is veel beleid aangescherpt. Maar kijk ook naar de gegevens: in Nederland tellen late abortussen ook mee, in andere landen niet. Hier krijgen vrouwen vaak op latere leeftijd kinderen, en dat heeft risico’s. En onder migranten is de babysterfte relatief hoog.’Het onderzoek geeft geen verklaring voor de slechte score. Wel zit Nederland in de middenmoot met vroeggeboorten, laag geboortegewicht en roken tijdens de zwangerschap, en scoort het hoog wat betreft meerlingen en oudere moeders.Het Europese onderzoek heeft niet gelet op etniciteit en sociaal-economische status. In Rotterdam bleek dit jaar dat bij allochtone vrouwen en vrouwen in achterstandswijken meer baby’s voor of kort na de bevalling sterven dan gemiddeld in Nederland. Ook het terughoudende Nederlandse beleid inzake prenatale tests op foetussen, om aangeboren afwijkingen of erfelijke ziektes op te sporen, zou een rol kunnen spelen.