Rabbijn Aryeh Leib Heintz (50) is zich ervan bewust dat hij de toorn van Den Haag kan opwekken. Al zestien jaar werkt hij als geestelijk verzorger in het gevangeniswezen, maar nog nooit heeft hij zich inhoudelijk met de zaak van een gedetineerde bemoeid....
Daarom is Heintz bereid zijn nek uit te steken voor Soumaya S. (25), de enige vrouwelijke terrorismeverdachte in Nederland. Uit eigen beweging schreef de rabbijn een uitgebreide brief aan het Haagse gerechtshof, dat vandaag het hoger beroep tegen S. en vier medeverdachten in het Piranhaproces na een maandenlange pauze hervat. In zijn epistel wil hij als een soort character witness (die getuigt van het goede karakter van de verdachte) tegenwicht bieden aan het beeld dat het Openbaar Ministerie van S. heeft geschapen.
De steun van orthodox-joodse zijde aan een strenggelovige moslima die wordt verdacht van het voorbereiden van terreuraanslagen op politici, is opmerkelijk. Heintz relativeert: ‘Het orthodoxe jodendom en de orthodoxe islam hebben veel raakvlakken. Ik geef vrouwen ook geen hand.’ Eerder kreeg S. ook al bijval uit onverwachte hoek. Ayaan Hirsi Ali noemde haar eind 2006 in deze krant ‘de hoop voor de toekomst’ in de strijd tegen radicalisering.
De rabbijn ontmoette S. voor het eerst eind 2005 in de gevangenis in Zwolle, waar zij zes maanden vastzat wegens medewapenbezit. Eerder dat jaar was ze opgepakt met Nouredine el F. die een schietklaar machinepistool op zak had. Met hem was S. enkele weken voor haar arrestatie islamitisch gehuwd (inmiddels zijn ze gescheiden). Voor ongeveer dezelfde feiten als destijds – S. heeft de beschuldigingen altijd tegengesproken – staat zij nu opnieuw terecht in het Piranhaproces.
Heintz was door een joodse medegedetineerde van S. op haar afgestuurd. Het klikte. ‘We hebben een goed gesprek gehad over religie. Soumaya toonde respect voor het jodendom.’
Maanden later hoorde Heintz dat S. opnieuw was gearresteerd. Ditmaal omdat ze met medeverdachten als Samir A. en Nouredine el F. een terroristische organisatie zou vormen. In november 2006 werden de vijf Piranhaverdachten door de rechtbank veroordeeld tot celstraffen van drie (Soumaya S.), tot acht jaar (Samir A.), wegens het beramen van aanslagen. Vrijspraak volgde voor deelname aan een terreurorganisatie, omdat de contacten onderling ‘te weinig, te divers en te sterk wisselend van intentie waren’.
Heintz, ook rabbijn van de joodse gemeenschap in Utrecht, was verbijsterd. Had zijn mensenkennis hem dusdanig in de steek gelaten? Nee, concludeert de rabbijn stellig, nu hij S. deze zomer opnieuw – meermaals – heeft kunnen bezoeken. ‘Op mij komt Soumaya eerlijk en integer over.’ Er zitten volgens hem ook gaten in de bewijsvoering, maar, zegt hij, zijn expertise beperkt zich tot ‘het karakter’ van S.
Bovendien kan Heintz begrijpen waardoor S. in ‘verkeerde kringen’ terechtkwam. ‘Wij joden leven al tweeduizend jaar in ballingschap. Wij hebben geleerd hoe we ons als minderheidsgroepering moeten gedragen. De moslims zijn de nieuwe minderheden, die worstelen daar nog mee. Vooral de tweede en de derde generatie zoekt haar wortels. In de meeste moskeeën krijgen zij geen of inconsequente antwoorden op geloofsvragen. Fanatici hebben wel heel heldere antwoorden.’
S. ontmoette ook zo’n ‘haatzaaiende imam’ in Den Haag, zegt Heintz. Volgens hem zaait de echte aanstichter nog steeds haat, terwijl ‘een strenge, maar tolerante moslima die niet blij is met fanatici die anderen verketteren’ vastzit.
Hoewel verschillende collega’s achter Heintz’ steunbetuiging staan, zijn er ook mensen die hem hebben gewaarschuwd: ‘Ze misbruikt je om zichzelf koosjer te maken.’ Heintz gelooft dat niet: ‘Die mensen kennen haar niet en bovendien wilde Soumaya mij al spreken tijdens haar eerste detentie, toen ze bijna vrijkwam en er nog geen sprake was van een terrorismeverdenking.’
In de brief aan het hof zal hij ook pleiten voor haar vrijlating en volledige rehabilitatie. Onrechtvaardig vindt hij dat S. op een lijst is geplaatst waardoor ze, als ze vrijkomt, niet kan pinnen en geen verzekering kan afsluiten. Volgens de Sanctieregeling Terrorisme 2007 II mogen S. en haar medeverdachten geen financiële transacties verrichten en mogen anderen hun geen middelen ter beschikking stellen. ‘Op deze manier wordt zij eeuwig gestraft’, aldus de rabbijn, die vindt dat zij na haar vrijlating een nieuw leven moet kunnen opbouwen.
Hij denkt dat de Nederlandse samenleving juist de vruchten kan plukken van S.’ ervaringen. ‘Ik geloof dat zij een rolmodel kan zijn voor meisjes die dreigen te radicaliseren. Zij kan hen duidelijk maken dat je best een strenge moslima kunt zijn, maar dat de islam zich niet tegen de maatschappij keert.’
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.
Volg het nieuws op onze zustersite in België www.demorgen.be.
Nieuws:
Belgisch nieuws,
buitenlands nieuws,
wetenschap,
gezondheid,
stand der dingen.