Johanna Bakker-van der Steen (85) wil niet gereanimeerd worden. ‘Dadelijk herken ik mijn eigen kinderen niet meer.’..
In een fauteuil bij het raam kijkt ze van zeven hoog uit over Schalkwijk. Vóór haar staat een tafeltje op wieltjes, waarop zojuist de lunch is geserveerd. Ze laat het staan en steekt van wal.
‘Als me vandaag iets overkomt, zeg ik: reanimeer me niet’ , zegt Bet Lammertink (78), bewoonster van het verzorgingstehuis Schalkweide in Haarlem, resoluut. ‘Ik heb een kaartje waar het op staat: NR.’
De discussie over het reanimeren van bewoners van verzorgingshuizen laaide vorige week op, toen een tehuis in Amersfoort de bewoners per brief liet weten dat zij, als ze de zeventig gepasseerd waren, alleen gereanimeerd zouden worden als ze daar nadrukkelijk om zouden vragen.
Ouderen zouden vrijwel altijd slechter uit reanimatie komen dan ze ervoor waren, zo redeneerde het Amersfoortse gasthuis St. Pieters en Bloklands. De instelling heeft het voorstel inmiddels ingetrokken en zal nu reanimeren, tenzij de bewoner dat uitdrukkelijk niet wil.
Dat laatste, de uitvoering van de eigen wens, is voor Lammertink zeer belangrijk. ‘Ik heb geen kinderen of kleinkinderen’, vervolgt ze. ‘Maar ook tegen de mensen die ze wel hebben, zeg ik: je moet je eigen wil doorzetten. Je hoort zo vaak mensen zeggen: mijn dochter wil dit, of mijn zoon wil dat. Maar die kan niet weten wat jij doormaakt.’
Haar medebewoonster Johanna Bakker-van der Steen (85), een paar kamers verderop, sluit zich hierbij aan. ‘Ik beschik over mijn eigen leven’, zegt ze. ‘Ik heb zes kinderen. Ik heb altijd tegen ze gezegd: ik wil geen lijdensweg zoals je vader. Mijn man heeft tien jaar met longkanker gelopen. Zijn laatste tien weken waren een lijdensweg. Ik wil niet gereanimeerd worden, als ik eruit kom als een kasplantje.’
Dat de keuze voor reanimatie altijd per geval moet worden gemaakt, betoogt ook internist en specialist in de ouderengeneeskunde Sophia de Rooij van het Academisch Medisch Centrum in Amsterdam. ‘De hoge leeftijd alleen voorspelt niet hoe iemand uit een reanimatie komt’, zegt De Rooij. ‘Wèl voorspellen als het ware lichamelijke en geestelijke beperkingen de reservecapaciteit die een oudere heeft om te herstellen.’
Ook heeft onderzoek van De Rooij en anderen uitgewezen dat ouderen lang niet altijd als kasplantjes uit een reanimatie komen (zie inzet), maar de angst hiervoor zit er bij veel ouderen goed in.
‘Je herkent je eigen kinderen niet meer’, vreest Bakker-van der Steen. ‘Ze moeten voortdurend achter je aan lopen. Op vakantie gaan durven ze niet, omdat ze bang zijn dat oma doodgaat. Ze hebben een hoop werk aan je, naast hun werk en gezinnen.’
Huisgenote Lammertink vreest voor een verdere beperking van haar toch al geringe bewegingsvrijheid en voor het verlies van geliefde bezigheden. ‘Je kan al niks meer omdat je lijf niet meer wil. Vroeger hield ik enorm van borduren. Die platen aan de muur heb ik allemaal zelf gemaakt. Nu zijn mijn handen te stijf. Na zo’n reanimatie blijft er helemaal niets van je over.’
Bij Johanna Bakker-van der Steen op tafel liggen twee breinaalden met een stukje blauw wol ertussenin gebreid. ‘Ik brei al 21 jaar kleertjes voor de missie in Bolivia’, vertelt ze. ‘Ik heb foto’s waar kinderen op staan in truitjes die ik gebreid heb. Als ik niet meer van dat soort kleine dingen kan genieten, hoeft het voor mij niet.’
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.
Volg het nieuws op onze zustersite in België www.demorgen.be.
Nieuws:
Belgisch nieuws,
buitenlands nieuws,
wetenschap,
gezondheid,
stand der dingen.