*

 

Bossen van bezinning op platteland Noord-Brabant

Peter de Graaf − 13/06/08, 02:47

Zeg: Brabant en platteland. En menigeen denkt aan varkensstallen. Maar dat beeld raakt in rap tempo achterhaald. Steeds meer varkens- en andere boeren stoppen....

Maar er zijn nieuwe kansen voor de economie op het Brabantse platteland, zo blijkt uit een onderzoek van het Tilburgse kennisinstituut Telos dat is uitgevoerd in opdracht van de groene ontwikkelmaatschappij Agro & Co. Het zijn weliswaar nog vergezichten, maar de termen spreken tot de verbeelding. Zoals: bossen van bezinning. En: erven voor ontwikkeling.

Met ‘Bossen van Bezinning’ wordt ingespeeld op een andere neergaande spiraal, die van de uitstervende kloosters. Brabant telt tachtig à negentig kloosters. Veel kloosterorden zijn sterk vergrijsd en worden met uitsterven bedreigd. ‘Traditioneel worden lege kloosters door projectontwikkelaars omgetoverd tot appartementen voor de hogere inkomens en voor senioren’, zegt projectmanager Jasper van Deurzen. ‘Maar we kunnen het religieuze erfgoed in Brabant ook een nieuwe dimensie meegeven die recht doet aan de oorspronkelijke functie van bezinning en zorg.’

Zo kunnen kloosters worden ingericht tot conferentie- en bezinningscentra.

Een lichtend voorbeeld daarvan is ZIN in Vught, een samenwerking tussen de Fraters van Tilburg en communicatiebureau Bikker. Maar kloosters kunnen ook worden gebruikt voor ‘overbruggingszorg’. Daaraan is een groeiende behoefte: onderdak en zorg bieden aan mensen die op een wachtlijst staan voor een operatie of een andere medische behandeling.

Ook verwacht Agro & Co veel heil van ‘Erven voor Ontwikkeling’. Brabant trekt met hightechbedrijven als Philips en ASML of met de universiteiten van Eindhoven en Tilburg veel hoog opgeleide kenniswerkers uit het buitenland aan. Meestal betrekken deze expats een woning in de stad. Maar ‘bètamensen’ wonen volgens Van Deurzen vaak liever in het rustige groen van het buitengebied.

Vrijkomende boerenhoeven lenen zich prima voor een hoogwaardig pension voor de eerste weken van een verblijf of voor vaste bewoning gedurende twee tot vier jaar. Volgens de projectmanager is daaraan veel behoefte: ‘Laatst heeft een intermediair een buitenlandse professor bij gebrek aan beter tijdelijk in een studentenhuis moeten onderbrengen.’

mailIcon print |