Mijn moeder heeft niet de moeite genomen mij een naam te geven. De verpleegkundige die bij de bevalling was, is naar de burgerlijke stand gegaan....
Zij bedacht dat mijn voornamen met de p van papa en de m van mama moesten beginnen. Daarom heet ik Petra Marina. Ieder jaar op mijn verjaardag had ze aan mij gedacht. Zij heeft mij mijn identiteit gegeven, een volslagen vreemde die zich om mij bekommerde.
Toen ik een half jaar oud was, ben ik geadopteerd door geweldige ouders. Met mijn afkomst ben ik nooit zo bezig geweest. Totdat ik zelf moeder werd. Het eerste wat door mij heen schoot toen ik na de bevalling mijn zoon in mijn armen kreeg, was: Hoe kun je je eigen kind wegdoen? Waar ben je doorheen gegaan om tot zo’n besluit te komen?
Door mijn kinderen werd ik bovendien geconfronteerd met vragen over erfelijkheid. Mijn dochter van 9 heeft reuma en dat zou met erfelijke factoren te maken kunnen hebben. Mijn zoon, die nu 10 jaar is, heeft net als ik een heupafwijking.
Zelf heb ik al drie keer een knobbeltje in mijn borst gehad. Zit er borstkanker in de familie?, vraagt de specialist steeds en dan moet ik antwoorden: dat weet ik niet. Daardoor kom ik niet in aanmerking voor jaarlijks preventief onderzoek. Toen wij ons huis kochten was het voor mij bijna onmogelijk een levensverzekering af te sluiten omdat ik eerlijk had ingevuld dat ik was geadopteerd. Omdat het risico op erfelijke ziekten niet kon worden beoordeeld, werd de premie torenhoog.
Acht jaar geleden heb ik besloten mijn biologische ouders te gaan zoeken. Het leven dat ik leid is goed, maar ik wil het verhaal compleet hebben. Mijn biologische moeder had ik snel gevonden. Haar achternaam staat op mijn geboorteakte en omdat die naam vrij bijzonder is, achterhaalde ik eenvoudig haar telefoonnummer. Ik weet nog goed dat ik haar, na weken dralen, op een dinsdagavond opbelde, tijdens de pauze van Goede Tijden Slechte Tijden. Ze was heel vriendelijk, zei dat ik haar overviel en dat ze zou terugbellen. Maar dat gebeurde niet.
Ik heb haar toen per brief toestemming gevraagd om bij de Fiom, de instelling die de adoptieprocedure had begeleid, mijn dossier in te zien. Dat vond ze goed. Ik werd er niet veel wijzer van. Ik las dat mijn moeder mijn vader had leren kennen toen ze als telegrafiste en telexiste in Den Haag werkt.
Nadat ze de relatie had beëindigd ontdekte ze dat ze zwanger was. Omdat ze het idee had dat een kind haar te veel in haar vrijheid zou beperken, heeft ze mij afgestaan.
Voor vragen over de identiteit van mijn vader moest ik, kortom, bij mijn moeder zijn. Maar het bizarre is dat zij mij daarbij niet wenst te helpen. Zelfs de rechtszaken die ik tegen haar heb gevoerd, leverden me niets op. Het dagvaarden van je eigen moeder is geen sinecure, zei de rechter nog, maar voor haar telt blijkbaar alleen haar eigen belang. Terwijl ik helemaal niets van haar hoef. Ik wil alleen mijn levensverhaal, en afgeleid daarvan dat van mijn kinderen, compleet maken.
Zeven jaar geleden liet ze haar huidige echtgenoot een brief sturen. Hij schreef dat de familie van mijn moeder niet van mijn bestaan weet en dat mijn biologische vader nooit op de hoogte is gesteld van mijn geboorte. Ik moest me eens realiseren wat ik allemaal overhoop zou halen als ik na dertig jaar ineens zou opduiken. Dat zou toch in een aantal gezinnen zaken veranderen waarvan ik de consequenties niet inzag. Mijn moeder wilde er verder niets mee te maken hebben, liet hij weten, want daarvoor was er teveel gebeurd.
Die brief maakte me woest. Het voelde alsof ik geen bestaansrecht kreeg. Ik moest mijn mond houden en me niet laten zien. Ik mag er niet zijn want dan breng ik haar in de problemen. Zo makkelijk is dat blijkbaar: je krijgt een kind, doet het weg en negeert het verder. Is de anonimiteit van spermadonoren niet juist opgeheven omdat kinderen het recht hebben te weten wie hun vader is?
Ik heb een advocaat ingeschakeld. De dag voor de rechtszaak kwam ze opeens met een naam op de proppen. De zitting ging niet door en ik ben via het internet op zoek gegaan naar Peter, de man die volgens haar mijn vader moest zijn. Ik vond hem in Terneuzen, ik heb hem opgezocht, hij was ontzettend aardig. Hij kende mijn moeder inderdaad uit haar tijd in Den Haag.
Peter heeft meteen mijn moeder gebeld om haar ter verantwoording te roepen. Waarom had ze hem nooit over mij verteld? In dat gesprek krabbelde ze terug, zei dat hij mijn vader helemaal niet was. Daarop heb ik alsnog een rechtszaak aangespannen. Daar, in de gang van de rechtbank, ontmoette ik voor het eerst mijn biologische moeder. Ik heb me voorgesteld, met opgeheven hoofd. En dan zit je daar in zo’n rechtszaal, er ging zoveel door me heen. Het liefst was ik tegenover haar gaan zitten om haar aan te kijken.
De rechter was keihard. Ze vroeg mijn moeder: Was je aan de drank? Aan de drugs? Nee? Nou, dan kun je ook vertellen wat er aan de hand was. Vier mannen kwamen volgens mijn moeder uiteindelijk in aanmerking voor het predicaat vader. Via een mediator spraken we af dat iedere negatieve dna-test door haar zou worden betaald en dat we bij een match ieder de helft zouden bekostigen. Ze kwam toch weer als eerste met de naam van Peter maar de test bleek negatief. Ook de tweede man die ze noemde, heb ik opgespoord en ontmoet maar ook hij bleek na een test niet mijn vader. Toen moest de naam van nummer drie komen. Maar die kwam niet.
We zijn teruggegaan naar de rechtbank, met de eis: de naam van mijn vader of een dwangsom van een ton. De rechter nam mij daar apart en zei me: Je kunt iemand niet op zijn kop houden en de waarheid eruit schudden. Je gaat dit niet redden, ze zal je betalen om van je af te zijn en dan kun je in de toekomst juridisch gezien geen kant meer op. Daarop hebben we het kort geding ingetrokken. Maar de bodemprocedure die ik daarna in gang wilde zetten, is geweigerd omdat er onvoldoende rechtsgronden waren om verder te procederen. Ik voelde me met de rug tegen de muur gezet.
De verpleegkundige die mij ter wereld heeft geholpen, heeft me laten zien waar ik ben geboren. Een kamertje in een Amstelveens ziekenhuis, kort voordat het werd afgebroken. Ik was met mijn adoptievader, het was een emotioneel moment. Hij bedankte haar voor haar goede zorgen. En zij zei: het is goed zo, leef je leven.
En het is ook goed, ik had geen andere ouders willen hebben dan mijn adoptie-ouders. Maar loslaten kan ik het niet. Mijn moeder speelt voor God. Wie is zij om te bepalen dat mijn biologische vader mij niet mag kennen? Ik moet een hele familie missen, van mijn vaders kant omdat die niets weten en van mijn moeders kant omdat die van niets mogen weten. Mijn moeder heeft later, met haar huidige man, nog een kind gekregen; een halfbroer of halfzus met wie ik niet mag kennismaken.
De laatste tijd groeit mijn verzet. Ik ben altijd correct geweest maar nu houdt het op. Eind vorig jaar heb ik alle mensen met haar achternaam die ik dankzij internet kon vinden een mail gestuurd. Haar moeder, mijn oma dus, heb ik in een brief om hulp gevraagd. Ook Peter, de man die mijn vader niet bleek te zijn, en met wie ik nog steeds contact heb, heeft mijn moeder en mijn oma gebeld. Tevergeefs.
Mijn fatsoensnormen hebben me tot nu toe van verdere stappen weerhouden. Maar er komt een dag dat ik er klaar mee ben. Dan ga ik naar oma, die in een bejaardenhuis woont, of ik bel aan bij mijn moeder. Daar komt een hoop drama van, dat besef ik, maar behandelen zij mij dan met zoveel respect?
Misschien moet ik alsnog een claim tegen haar indienen vanwege de emotionele schade die ik heb opgelopen. Ze heeft me gevoerd, hoop gegeven, met voorbedachten rade valse informatie verschaft. Met het geld zou ik een advertentie op de voorpagina van een krant kunnen zetten met haar naam en een verzoek om informatie. Er moeten mensen zijn die weten hoe het zit.
Ze heeft mij geschreven dat ze niet wil dat ik haar naam nog noem. Als ik haar blijf lastigvallen zal ze in een rechtszaak geld van me eisen. Daarom mag haar identiteit in dit verhaal helaas niet worden vermeld.
Ik kan haar afhoudende reactie niet plaatsen, tenzij ik het gevolg ben van iets vreselijks. Een verkrachting misschien? Incest? Wil ze iemand beschermen? Had me dat dan gezegd, of op papier gezet. Daar had ik mee kunnen leven. Dit is geen kwestie van niet weten, dit is een kwestie van niet willen vertellen. Ik heb sterk het gevoel dat ze het me kwalijk neemt dat ik besta, dat ik haar ergens aan herinner. Ik ben het kind dat er niet had mogen zijn, om wat voor reden dan ook.’
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.
Volg het nieuws op onze zustersite in België www.demorgen.be.
Nieuws:
Belgisch nieuws,
buitenlands nieuws,
wetenschap,
gezondheid,
stand der dingen.