*

 

Wie heeft er niets te verbergen?

Van onze verslaggever Weert Schenk − 28/05/08, 07:46

Thuis door internet, in de winkel met de bonuskaart en op de snelweg bij Zwolle dankzij vele camera’s: onbespied zijn we nergens. ‘De combinatie van deze technologieën is een inbreuk op de levenssfeer', zegt Corien Prins, hoogleraar Recht en Informatisering.

De sociale verzekeringsbank kan bij een verdenking van uitkeringsfraude gegevens opvragen bij Albert Heijn. De AH-bonuskaart staat op naam en zo kan onderzocht worden of het patroon van de afgerekende boodschappen overeenkomt met het officiële inkomen. Prins vermoedt dat veel mensen dat niet weten.

Dat is dus het probleem van de meeste mensen die zeggen dat ze voor politie of justitie niets te verbergen hebben. Ze kennen het totaalplaatje niet.

Prins: ‘Burgers denken nog steeds in eenmalig of enkelvoudig gebruik van hun gegevens, maar beseffen niet dat allerlei databanken worden gekoppeld, en op basis van profielen keuzes voor en over mensen worden gemaakt.’

Personen hebben zo niets te verbergen en worden toch gedupeerd. ‘Zonder het zelf te weten krijgen ze bijvoorbeeld geen aanbieding voor een bepaalde verzekering. Ze wonen in een bepaalde buurt, hebben een bepaald inkomen of vormen in de toekomst wellicht genetisch gezien een te groot risico voor de zorgverzekeraar.’

Zeker, ze is van de privacy, zegt Corien Prins, maar dat betekent niet dat ze per definitie tegen alle maatregelen is die de persoonlijke levenssfeer inperken. Zo heeft Prins geen principiële bezwaren dat de politie ‘verkeershufters’ stalkt en op de snelwegen bij Zwolle alle passerende auto’s registreert.

‘Ze mogen me in de gaten houden. De politie moet dan wel aantoonbaar meer verkeershufters bekeuren en misdrijven oplossen’, aldus Prins, die gespecialiseerd is in de relatie tussen burger en overheid in een informatiesamenleving.

Opsporing en privacy lijken voor het eerst sinds 11 september 2001 weer een politiek thema. De reactie van de Tweede Kamer op de actie bij Zwolle is dat er grenzen gesteld moeten worden aan het registreren en bewaren van gegevens van onverdachte passanten.

De verplichting van aanbieders van telecomdiensten om alle bel-, surf- en chatgegevens van hun cliëntèle te bewaren leidde onverwacht tot een heftig debat in het parlement.

Na de aanslagen op het WTC in New York kregen politie en justitie een scala van bevoegdheden om het terrorisme te bestrijden. Nu lijkt de technologie steeds meer te worden ingezet om, zoals de politie zegt, het land veiliger te maken. Prins spreekt van ‘wildgroei’.

In het publieke domein is inmiddels nauwelijks nog sprake van een ‘persoonlijke levenssfeer’, zegt Prins, die behalve hoogleraar ook lid is van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid.

Door het cameratoezicht, de identificatieplicht, trajectcontroles, het opslaan van mobiele telefoonverbindingen, het tappen van het satellietverkeer en het biometrisch paspoort loopt volgens haar vrijwel niemand meer onopgemerkt over straat. ‘Vooral de combinatie van al deze technologieën maakt de inbreuk op de persoonlijke levenssfeer steeds indringender.’

Maar ook binnenshuis brokkelt de privacy steeds meer af. ‘Het surfgedrag op internet wordt gevolgd. Er komen RFID-chips op goederen, waarmee fabrikanten nagaan wat er met hun producten gebeurt en ook de intelligente koelkast is op komst. Zo wordt het privédomein geobserveerd en geregistreerd.’

Prins signaleert bij de overheid een ‘verzamelwoede’ van persoonlijke gegevens. En zo komt ze op haar grootste bezwaar tegen alle stappen: weinig maatregelen worden geëvalueerd. ‘Als burger heb ik recht op een mate van verantwoording met gedegen cijfers. Als de overheid daar geen zorg voor draagt, keert het zich op een gegeven moment tegen haar.’

De vorige week aangenomen regeling voor het bewaren van surf- en belgegevens is een eerste uitzondering op het ontbreken van evaluatieverplichtingen.

Prins meent dat maatregelen die de privacy beïnvloeden standaard elke vier tot zes jaar moeten worden geëvalueerd. Daarbij moet de geldigheidsduur van de wetten die een heel concreet beleidsdoel voor een bepaalde periode hebben worden beperkt: ‘Het gaat om onze grondrechten. Die hoeven toch niet voor eens en altijd verder ingeperkt te worden?’

De hoogleraar ziet een welhaast oneindig vertrouwen in de techniek, waarbij de nuances verloren gaan. ‘Zo zit er achter de toepassing van biometrie een complexe technische wereld. Er worden afwegingen gemaakt waar burgers geen weet van hebben, maar die wel hun positie bepalen.’

Als voorbeeld geeft ze de chauffeur die zich bij de Rotterdamse haven kan legitimeren met een vingerafdruk. ‘Dat is mooi. Maar dit systeem moet ook functioneren met een vieze vinger. Daarom is er een foutmarge van 20 procent. Dat speelt ook op Schiphol met de snelle Previum-reizigers. Als er door de foutmarge iets in het systeem misgaat, kan dat tot grote problemen leiden. En jij als burger weet van niets van keuzes zoals foutmarges.’

Mensen die zeggen: ik heb niets te verbergen, dus ik heb niets te vrezen, begrijpt ze dan ook niet. ‘Weet jij wat jouw positie is als je niks hebt misdaan en toch wordt beschuldigd?’

Er is volgens Prins een steeds grotere afhankelijkheid van complexe technologie die voor veel mensen niet meer is dan een black box. ‘Mocht het fout gaan, blijft de zwarte doos van het systeem gesloten.’ De agent op straat, de marechaussee op Schiphol, de gemeenteambtenaar achter het loket hebben geen van allen weet van de finesses van de techniek, zegt ze. ‘Als het systeem een fout maakt, kan je ten onrechte worden veroordeeld of in onmogelijke positie komen waarin je als burger je gelijk moet aantonen.’

Bij de invoering van nieuwe technologie moet volgens Prins niet alleen worden gesproken over de gevolgen voor de privacy. ‘We moeten duidelijk maken welke belangen er achter dat simpele woord ‘privacy’ zitten.

Hoe transparant is het systeem, hoe kwetsbaar maken we ons en op welke wijze wordt verantwoording afgelegd? Hoe afhankelijk maken we ons als maatschappij van de technologie en hoe gaan wij ons gedragen en elkaar beoordelen als we constant door technologie in de gaten worden gehouden.’

Ondertussen valt de technologie niet meer terug te draaien. Wat brengt de toekomst? Prins: ‘Er verschijnen oproepen dat particulieren filmpjes van misstanden bij de politie deponeren. Op YouTube staan heimelijk opgenomen situaties. Het lijkt erop dat er een maatschappij komt waar je buurman, je collega of wie dan ook je in de gaten kan houden. Dat is een maatschappij waar niemand meer zichzelf kan zijn en we ons vanzelf anders zullen gaan voordoen dan wie we eigenlijk willen zijn.’

mailIcon print |