*

 

Huis wordt in Utrecht luxeproduct

Van onze verslaggeefster Charlotte Huisman − 23/05/08, 07:00

Wachttijden voor een huurwoning langer dan zeven jaar, een gemiddelde prijs voor een koopwoning van meer dan drie ton en een verdere toename van files.

Belangenorganisaties als Bouwend Nederland, werkgeversorganisatie VNO-NCW, MKB-Nederland en de Kamer van Koophandel reageren verontrust. Maak alsjeblieft ruimte voor woningbouw, is kortgezegd hun boodschap. In sommige regio’s mag de bevolking krimpen, in Utrecht blijft deze stijgen. Door de grote universiteit is er een constante toevloed van jonge, hoog opgeleide werkzoekenden, waardoor bedrijven zich er graag vestigen. Maar het woningtekort begint volgens hen zo nijpend te worden, dat dit een negatieve invloed heeft op de economie en het welzijn in de regio.

Echter, uit het deze week gepresenteerde woningbouwplan 2015-2030 blijkt dat er in de komende periode geen grote nieuwe woningbouwlocaties in open gebied bijkomen in het midden van het land. De zogeheten Noordvleugel Utrecht kiest nadrukkelijk voor meer binnenstedelijk bouwen om het landschap en de natuur te sparen.

Een aantal potentiële bouwlocaties die zijn onderzocht, bleken politiek te gevoelig te liggen, zoals de Oude Rijnzone bij Woerden, in het Groene Hart. Omdat er meer dan eerst gepland binnen de bebouwde kom gaat worden gebouwd, is deze locatie volgens de Utrechtse wethouder Bosch ‘niet meer nodig voor de woningbehoefte’.

Met binnenstedelijk bouwen alleen kom je er echter niet, zeggen critici. Hoogleraar demografie Pieter Hooimeijer van de Universiteit Utrecht: ‘Binnenstedelijk bouwen is ingewikkeld, met mogelijke bezwaarprocedures en bestemmingswijzigingen. De kans op vertraging of zelfs het afblazen van plannen is groter.’

Vraag en aanbod komen verder uit elkaar te liggen. ‘Mensen houden van tuinen. Appartementen rond het centrum zijn populair, maar in een vinexlocatie zijn ze al lastiger aan de man te brengen.’

Wethouder Bosch zegt wel degelijk veel belangstelling te verwachten voor appartementen in bijvoorbeeld het toekomstige Leidsche Rijn Centrum. Bosch ziet juist ‘een overaccent op eengezinswoningen in de regio Utrecht’.

Hooimeijer ergert zich aan de ‘woekerwinsten’, die worden gemaakt bij de verkoop van piepkleine appartementen, ‘vaak niet meer dan een luxe studentenkamer van 25 vierkante meter’. Door ‘de volledig verstoorde’ Utrechtse woningmarkt nemen nieuwkomers met steeds minder genoegen. Studenten van Hooimeijer ontwikkelden vorig jaar een plan voor kleine zelfstandige één-kamer-eenheden, waarnaar afgestudeerden kunnen doorstromen; een ‘echt’ huis is onbereikbaar.

Hooimeijer: ‘Degenen met de grootste portemonnees lukt het natuurlijk wel. De tweedeling groeit tussen jongeren die bij hun vermogende ouders kunnen aankloppen voor steun bij de koop, en degenen zonder een rijke familie.’

Hooimeijer mist het gevoel van urgentie. ‘De meeste provincies beseffen dat je standaard 30 procent meer bouwlocaties moet aanwijzen dan nodig is, omdat gemiddeld ruim een kwart van de plannen niet wordt uitgevoerd. Utrecht doet dat niet. Het gevolg is nu al zichtbaar. In de afgelopen drie jaar zijn er 8.500 woningen minder gebouwd dan gepland en er zijn geen reservelocaties. Nu blijkt de planning voor de periode 2015-2030 ook weer veel te krap. Uitwijken naar Almere is geen optie. Almere is er voor de Amsterdamse woningproblematiek, niet voor de Utrechtse.’

mailIcon print |