*

 

Interview Cees Fasseur - De genade van de historicus

Door Jan Tromp − 11/11/08, 16:00

Bij de samenstelling van zijn boek Juliana en Bernhard kreeg Cees Fasseur toegang tot alle archieven. Een interview.

  • Cees Fasseur (archief 1998) (ANP)

Wat opvalt aan Fasseur (69) – een kleine man, rappe prater – is zijn oogopslag. Die zou je schalks noemen, als dat niet een woord is dat voor kinderen is gereserveerd.

Hij vertelt met verve over de kist die in een kelder van Soestdijk werd aangetroffen, bij het leeghalen van het paleis, na de dood van Bernhard eind 2004. De kist was afgesloten, de sleutel was zoek. Het ding werd versleept naar het Koninklijk Huisarchief in Den Haag en daar opengebroken. Er lag een schat aan documenten in en brieven, waaronder correspondentie tussen Juliana en Bernhard uit de oorlogsjaren.

‘Fantastisch natuurlijk om zoiets aan te treffen. Het waren allemaal stukken die Bernhard in de loop der jaren belangrijk genoeg had gevonden om te bewaren. Het was zijn ongeordende archief.’

Fasseur vond niets dat leek op een Stadhoudersbrief; een brief aan Hitler uit 1942 waarin Bernhard zich zou hebben opgeworpen als stadhouder van Nederland. Ook geen snippers over Juliana die op aandringen van Bernhard in 1956 in een psychiatrische kliniek zou moeten worden weggestopt.

Fasseur: ‘Ook al is de geschiedenis rondom Greet Hofmans nog maar vijftig jaar oud, het wemelt van de mythes, van de kinderen van de leugen en het misverstand.’

Dat krijg je ervan als je een onderzoek naar een geruchtmakende koningscrisis in de doofpot stopt.
‘Je kunt ook een andere invalshoek kiezen. Je kunt ook zeggen dat het bewonderenswaardig is van de huidige koningin dat ze nog geen vier jaar na het overlijden van haar laatst overgebleven ouder medewerking verleent aan publicatie ervan.

‘Het is een rapport dat gaat over een huwelijkscrisis. De commissie-Beel wierp zich in 1956 op als een bureau voor gezinsbemiddeling. Ze zeggen eigenlijk: luister majesteit, breek met die onzin van de gebedsgenezeres. U zou eigenlijk moeten gaan paardrijden. Uw man is er dol op, uw kinderen houden ervan, sluit u aan. En tegen de prins zeggen ze: wees nou eens wat aardiger voor je vrouw. Dan kan ik mij heel goed voorstellen dat je als oudste dochter zegt: kijk eens, bij het leven van pa en moe gaan we dat niet publiceren.’

De zeëen gingen hoog aan het Hof, in de eerste helft van de jaren vijftig. Uit het niets kwam Greet Hofmans op, een geheimzinnige, afstandelijke vrouw met niet meer dan vier jaar lagere school. Ze beweerde in rechtstreeks contact te staan met Boven. Ze kreeg in een oogwenk de tot dan toe nuchtere Juliana aan haar voeten.

Premier Drees sprak van een Raspoetin. Fasseur: ‘Drees had op dat moment eraan moeten toevoegen: en dat kunnen wij niet tolereren, dus ga ik morgen naar de koningin en zal ik haar zeggen: majesteit, het spijt me, maar u moet dat mens nu de deur wijzen. Dat had hij moeten doen. Maar Drees koos voor pappen en nathouden. Het zegt iets over de mentaliteit van gezagsgetrouwheid na de Tweede Wereldoorlog.’

Kan de monarchie als staatsvorm bij tijd en wijle niet een doodeng ding zijn?
‘Het kan ook gebeuren dat president Sarkozy over twee maanden in handen valt van een gebedsgenezeres. Het heeft niets te maken met monarchie.

‘De hele Hofmans-affaire als zodanig zie ik niet als een argument om te zeggen: het koningschap zou je moeten afschaffen.’

President Sarkozy is gekozen, voor een beperkte periode. Een koning is benoemd, voor het leven. Dus nog eens: kan de monarchie soms niet een doodeng ding blijken?
‘Oké, stel dat Juliana onhandelbaar was gebleken. Stel dat het kabinet geen oplossing zag, omdat Juliana weigerde de banden met Hofmans te verbreken en tegelijk weigerde de ontslagaanbieding van het kabinet, wat dan een logisch vervolg zou zijn, te aanvaarden. Dan was het moment aangebroken waarop gezegd zou zijn: de koningin moet dan maar buiten staat worden verklaard. De grondwet biedt die mogelijkheid.

‘Vroeger of later had koningin Juliana altijd bakzeil moeten halen.’

De 70-jarige jurist en historicus Fasseur is de eerste en voorlopig de enige die toegang heeft gekregen tot het Koninklijk Huisarchief, het privédomein van de koninklijke familie. In 2002 voltooide hij een tweedelige biografie over Wilhelmina, ook op basis van privémateriaal. Nu Fasseur exclusief de Hofmans-documenten heeft mogen inzien en op grond daarvan nu rapport doet, woedt een discussie over de vraag: wie controleert nou eigenlijk de boodschapper?

Fasseur: ‘Ik weet wel, van mij wordt natuurlijk gezegd dat ik niet te vertrouwen ben, als lakei van Beatrix die alles van de eerste tot de laatste pagina met het rode potlood heb laten doornemen. En meer van zulke onzin.

‘Dat ik de enige ben is een bezwaar. Maar je kunt het niet wegnemen. De koningin stelt zich op het standpunt: ‘Het boek is er nu, inclusief het Greet Hofmans-rapport. Vanwege de gevoeligheid voor de familie laat ik het voorlopig hierbij, de zaak is wat mij betreft niet meer aan de orde.’

‘In mijn voorwoord heb ik geschreven: vroeg of laat zal het materiaal ook voor anderen toegankelijk worden. Ik ben de eerste die het zal bepleiten. Maar ik bestrijd de opvatting dat ik het boek alleen had mogen schrijven als ook andere serieuze onderzoekers toegang hadden kunnen krijgen tot het materiaal. Ik heb totale openheid voor mijzelf bedongen, plus totale vrijheid van schrijven. Als ik ook had bedongen dat andere historici vrije toegang kregen, zou dat niet zijn ingewilligd.’

Het probleem is: alleen wat falsificeerbaar is, wat valt na te trekken is wetenschap, de rest is pseudo-wetenschap.

‘Wat heb ik aan het beamen van een stelling als ik weet dat we dan zitten te praten over een project dat geen project zou zijn geworden?’

In de zomer van 2006 is hij op bezoek geweest op Huis ten Bosch. De koningin vertelde hem dat ze wist van zijn belangstelling voor het rapport-Beel en bereid was hem inzage te geven. Ze wilde niet dat het rapport sec zou worden gepubliceerd, maar dat het zou worden voorzien van een context.

Is het stoutmoedig te veronderstellen dat de koningin heeft gedacht: voordat Willem-Alexander en Máxima mij opvolgen wil ik dit vuiltje hebben weggewerkt?
‘Het is niet zo dat de koningin mij haar overwegingen heeft gegeven. Maar nee, het is niet stoutmoedig om zoiets te veronderstellen. Het ligt zelfs nogal voor de hand.’

Is het vervelend om als hofbiograaf te worden aangemerkt?
‘Het ligt eraan wat daarmee bedoeld wordt. In Wikipedia (de digitale encyclopedie) staat over mij: ‘Fasseur is een gezagsgetrouw auteur.’ Wat wordt daarmee bedoeld?

‘Mijn inschatting is dat de koninklijke familie van mij denkt dat ik haar geen loer zal draaien. Ik zal de zaak niet vernaggelen. Dat vertrouwen zal een rol spelen, denk ik.

‘De koningin heeft nadrukkelijk gezegd: ‘Ik wil het manuscript niet lezen. Want als ik dat ga doen, ga ik duizend-en-een-opmerkingen maken en daar is niemand mee gediend’.

‘Ik ben toen het boek bij de drukker lag, eind vorige maand, bij de koningin geweest en ik heb aan haar en haar drie zussen verteld over de inhoud. Het was op haar verzoek. Het is opgekomen in de zomer van 2008. Ik vond het ook een redelijke gedachte dat ze niet in de krant moet lezen wat in het boek staat.

‘Nee, ik vond het bezoek niet moeilijk. Dat kwam ook door de reactie, moet ik erbij zeggen. Die was heel goed, ik zou bijna zeggen heel waardig. Zo van: ja, het is zoals het is. Geen van de vier zei iets als: ja maar, moest u dat nou zo wel opschrijven, had u dan geen andere woorden kunnen gebruiken, nee, niets van dat alles.’

Dat bezwaar was voorstelbaar geweest. Het boek wemelt van de kattebelletjes en brieven tussen ‘Bernilo’ en ‘Jula’. Juliana op 19 oktober 1940 bijvoorbeeld, aan Bernhard: ‘Besef je eigenlijk wel hoe weinig ik van je afweet. (-) Ik weet niet in wiens gezelschap je slaapt. Ik weet niets, niets niets!’

Wie gaat dit aan?
‘Nou ja, met dit soort stukken valt en staat de hele geschiedschrijving. Kijk naar de brieven van koningin Victoria aan haar dochters. Nooit zal Victoria hebben gedacht aan de mogelijkheid dat die brieven openbaar zouden worden.’

(Het moet gezegd, hij citeert prachtig. Victoria moet aan de vooravond van haar huwelijksnacht aan een van haar uitgehuwelijkte dochters hebben geschreven: ‘Close your eyes and think of England.’)

Fasseur: ‘Ik denk dat publieke persoonlijkheden weten dat hun privéleven heel beperkt is in vergelijking met dat van gewone burgers.’

Maar van de privécorrespondentie tussen Bernhard en Juliana schep je dit af: nooit hebben ze gedacht dat ze naast de kassa in de boekwinkel zouden komen te liggen.
‘Dit boek had zo niet kunnen verschijnen zijn als beiden, Juliana en Bernhard, nog hadden geleefd.

‘Maar het is waar, wie dood is, is overgeleverd aan de genade van de geschiedschrijver. Er is geen clementie. Je bent afhankelijk van de eerste de beste gek die over je gaat schrijven.

‘Je mag hopen op goede smaak van de historicus. Dat is een zeer subjectief criterium. Men kan zeggen dat ik de goede smaak met voeten heb getreden. Ik stel er tegenover dat ik steeds weloverwogen te werk ben gegaan, achter de briefcitaten zitten overwegingen die boven geroddel uitstijgen.’

Hoe nieuwsgierig bent u eigenlijk?
‘Ik ben wel nieuwsgierig, ja. Ik moet zeggen: ik beschouw het als een slechte eigenschap. Toen ik in die brieven van Juliana zat te grasduinen, waren er momenten waarop ik dacht: wat ben jij toch een vervelende, nieuwsgierige vent. Het gevoel van de pottenkijker die zit te loeren in een correspondentie die niet aan zijn adres is gericht.

‘De wetenschappelijke roeping verdringt dat gevoel wel weer, hoor. En ook de idee dat het niet zoveel kwaad kan. Het zijn toch stuk voor stuk goed geschreven, charmante brieven. Ik vind dat Juliana mooie opmerkingen maakt over Bernhard, je leest hoe Bernhard zich in bochten wringt om te ontkennen wat eigenlijk niet te ontkennen valt – het is ook mooie, intrigerende leesstof.’

mailIcon print |