*

 

Peter Higgs, aanstichter

Jan van den Berg − 10/09/08, 11:07

Het Higgs-deeltje geldt als de hoofdprijs voor de LHC-versneller. Maar de bedenker ervan, Peter Higgs, laat zich nooit interviewen. Behalve door filmmaker Jan van den Berg, die een dag lang met hem sprak. ‘Er was geen Eureka.’

  • Theoreticus Peter Higgs (79) bij één van de detectoren van het nieuwe LHC-project in Genÿve. (CERN)

Op de kop af 43 jaar nadat professor Peter Higgs zijn geschiedenis makende artikel schreef, ontmoet ik hem. Eerst bij zijn voormalige werkplek aan de Universiteit van Edinburgh, Schotland. En later die middag bij hem thuis. Het is 27 juli 2007. We voelen ons bevoorrecht. Higgs laat zich zelden interviewen, wij krijgen een dag filmen en praten.

Een fraaie portretfoto van oud-decaan Higgs siert een van de muren van de School of Physics. Medewerkers komen hun vroegere collega hartelijk begroeten als ze merken dat hij weer even terug in the house is.

In de bibliotheek daarentegen blijkt dat het artikel waarmee Higgs in 1964 de natuurkunde zo’n grote dienst bewees, is verhuisd naar de kelder van het gebouw. Koortsachtig werkt iedereen mee om het boven te halen. Hét wapenfeit van de faculteit zit al in de archieven nog voordat het Higgs-deeltje daadwerkelijk is gevonden.

De man naar wie het deeltje werd vernoemd, is zelf overigens nog allerminst een archiefstuk. Integendeel, Higgs bestáát, lééft en geniet van zijn ‘quiet life’ in Edinburgh; in afwachting van de ontwikkelingen bij CERN, waar dan nog driftig aan de LHC wordt gebouwd.

Erg zenuwachtig, nu de LHC uw Higgs-deeltje moet gaan vinden?
‘Ik heb er alle vertrouwen in. Tegen iedereen die suggereert dat het Higgs-deeltje níet bestaat, zou ik willen zeggen: hoe verklaart u dan in ’s hemelsnaam alle successen uit de experimentele deeltjesfysica van de afgelopen decennia? Die bevestigen allemaal dat zoiets als ‘de Higgs’ wel moet bestaan. En op het energieniveau dat de LHC kan realiseren, gaat dat ook zeker worden aangetoond.’

Ik wens u van harte toe dat u dat binnenkort mag meemaken.
‘Dan ga ik er volop van genieten, dat het geen volslagen nonsens is geweest wat ik in 1964 heb bedacht.’

U was toen een wiskundig natuurkundige van 35 jaar, werkzaam aan de Universiteit van Edinburgh. Wat zijn uw belangrijkste herinneringen aan dat jaar?
‘Die zijn vooral van persoonlijke aard. Die zomer waren mijn vrouw en ik één jaar getrouwd. We begonnen na te denken.

‘Het was bovendien een jaar waarin ik geruime tijd ziek was. Vanaf februari was ik maandenlang verhinderd om college te geven en onderzoek te doen. Pas in de zomer kon ik mijn onderzoeksactiviteiten weer oppakken.’

Wat waren de kwesties waar u destijds vooral aan werkte?
‘Ik was vooral geïnteresseerd in de zogenoemde ‘spontane symmetriebreking’.

‘Eenvoudig gezegd: in de natuur is sprake van een onderliggende symmetrie, maar elementaire deeltjes gedragen zich niet zo. Sommige collega's waren heel stellig: de zaak was uitzichtloos. Walter Gilbert schreef zoiets in Physical Review Letters.

‘Ik was ontdaan, en het begon tot me door te dringen dat er wel degelijk een uitweg bestond. En bovendien: dat ik de oplossing wist! Ik realiseerde me dat twee dingen die ogenschijnlijk niets met elkaar te maken hadden, in dit specifieke geval juist wél bij elkaar hoorden. En waar ik betrekkelijk veel van af wist.

‘Aan de ene kant de spontane symmetriebreking en aan de andere kant een reeks publicaties van Julian Schwinger over het foton. Over de vraag waarom het foton geen massa heeft.

‘Toen ik die twee in mijn hoofd liet samenkomen, besefte ik dat ik de oplossing wist.’

Kunt u zich een exact eureka-moment herinneren?
‘Mijn herinnering zegt me dat het eerder een groeiend inzicht was. Het spijt me dat ik u moet teleurstellen, maar ik ben niet ‘eureka’ roepend door de kamer gaan rondspringen, of zoiets.’

Wie was de eerste die het hoorde?
‘Euan Squiers, als ik me niet vergis. Hij was niet onder de indruk. Die hele quantumveldentheorie was totaal niet in de mode.’

Realiseerde u zich direct het belang van uw inzicht?
‘Jazeker. En ik was ook buitengewoon opgewonden toen ik het zag. Ik stuurde een kort artikel naar Physics Letters in Genève om mijn inzicht uit te leggen.’

Waarna u in één moeite door een tweede artikel schreef, met daarin een duidelijk voorbeeld?
‘Was dat maar waar. Ik had mijn vrouw beloofd dat we een weekend zouden gaan kamperen in de West-Highlands. Dat draaide uit op een regelrechte ramp. Het hoosde het hele weekend, de handleiding van de geleende tent was zoek. En ik was met mijn gedachten alleen maar bij mijn ontdekking.

‘Ik kon niet wachten om weer terug naar Edinburgh te gaan en mijn tweede artikel te schrijven. Mijn vrouw en ik hadden er waarschijnlijk beter aan gedaan om ons huwelijk toen al te beëindigen.’

Er wordt wel beweerd dat het Higgs-mechanisme en het Higgs-deeltje eigenlijk aan meerdere ‘ontdekkers’ moet worden toegeschreven.
‘De naamgeving komt voor rekening van Ben Lee. We spraken elkaar in 1966 op een receptie, vooral in algemene termen, zonder dat ik hem daarbij allerlei details gaf. En zonder te verwijzen naar de bijdragen van anderen. Enkele jaren later, in 1972, hield Ben een belangrijke toespraak op de internationale conferentie met veel vooraanstaande natuurkundigen. Voortdurend als het over ‘spontane symmetriebreking’ en aanverwante kwesties ging, noemde hij mijn naam. Sindsdien heeft iedereen het over het Higgs-mechanisme en het Higgs-deeltje. Met name de Belgische natuurkundigen Robert Brout en François Englert worden daardoor tekortgedaan.’

Beschouwt u ‘Higgs’ als het beste idee uit uw leven?
‘Het is ongetwijfeld het meest productieve idee uit mijn leven. Zeker gezien de consequenties die het heeft gehad en nog steeds heeft. Kijk maar naar CERN. Maar in een heel andere tak van wetenschap, de biofysica, wordt mijn naam nog steeds in verband gebracht met een berekeningstechniek voor moleculaire vibraties. Een methode die ik ooit als student heb ontwikkeld en waar nog altijd gebruik van wordt gemaakt. Daar word ik ook heel gelukkig van.’

Droomt u weleens van een Nobelprijs voor uw theorie?
‘Ik heb in het verleden één keer een vals alarm gehad. Een collega-natuurkundige wist me toen uit de eerste hand te vertellen dat het Nobelprijscomité serieus overwoog om mij de prijs te gaan toekennen. Maar er zijn ook jaren geweest dat ik blij was als de eerste week van oktober, wanneer jaarlijks de prijs wordt toegekend, weer voorbij was. Dat is trouwens lang geleden. Al zal het hele circus door de start van het LHC-project ongetwijfeld weer opnieuw beginnen.’

De film HIGGS van Hannie van den Bergh en Jan van den Berg (Theatergroep Adhoc) wordt in 2009 uitgezonden door de Humanistische Omroep. Voor achtergrondinformatie zie ook www.higgsdoc.nl.

mailIcon print |