*

 

‘Als we 6 miljoen verdelen, is het goed’

Van onze verslaggevers Merijn Rengers, John Schoorl − 26/04/08, 09:21

Het werd tijd voor het grote en flitsende eindspel: een grensoverschrijdende miljardendeal, samen met internationale zakenmagnaten. Jan van V., de Heemsteedse projectontwikkelaar en hoofdverdachte in de vastgoedfraude – de zaak-Klimop – zag het helemaal voor zich.

Een cleane exit, noemde hij dat. De rest van zijn leven zou hij dan vanuit zijn landgoed Bloemenoord de zaken besturen, en vooral veel op zijn bootje zitten. Want als hij dan toch iets was, was hij een botenman.

Zo reed Jan van V. op 18 mei 2007 van Heemstede naar het Mövenpick-hotel in Den Bosch. Daar had hij een kleine vergaderzaal afgehuurd, om met Robert L., directeur van Philips Real Estate Investment Management (PREIM) en eveneens verdachte, de zaak door te nemen. Het Philips Pensioenfonds had nog enorme pakketten vastgoed te verkopen – de bouwstukken van het eindspel.

Jan van V.: ‘Rob, zal ik beginnen wat dingen*’

Robert L.: ‘*de bühne over te gooien. Dat is goed.’

Zo begon het gesprek tussen de vastgoeddirecteur en de projectontwikkelaar, waarvan de afgeluisterde verslagen door de Volkskrant zijn ingezien. Een conversatie waarin de omvangrijke vastgoedfraude rond het Philips Pensioenfonds en het Bouwfonds in zijn ware gedaante in het spotlicht kwam.

Wat de mannen niet wisten, was dat de FIOD-ECD hen al geruime tijd in de gaten hield. De vergaderzaal was geprepareerd; er waren microfoons geplaatst, waardoor rechercheurs alles woordelijk konden volgen.

Een half jaar eerder werd Philips-directeur Robert L. bij ditzelfde hotel gefotografeerd door rechercheurs. Daar kreeg hij – namens Jan van V. – drie Cartier-horloges ter waarde van 6.000 euro, in zwarte doosjes.

‘Clocks for Al Gore’, stond later in de boeken. Want zo noemde de hoofdverdachte Robert L. als hij hem niet omschreef als ‘de Fransman’, naar zijn Franse achternaam. Ook zijn voorganger en medeverdachte bij Philips, Will F. had een Franse bijnaam. Die werd ‘don Guillaume’ genoemd, of ‘chef inkoop’, omdat hij de hoofdverdachte tussen 2004 en 2007 hielp bij het goedkoop verwerven van grote pakketten vastgoed.

Robert moest in het Mövenpick-hotel bewerkt worden om mee te blijven doen in het grote eindspel. Want Robert twijfelde, had hij al eerder gezegd in een eveneens afgeluisterd gesprek. Hij zat in ‘een spagaat met zijn geweten’.

Robert: ‘Ik ben heel loyaal naar Philips toe. Maar ja, aan de andere kant was ik ook bezig met mijn toekomst.’

Dat was niet de enige aanleiding voor Roberts dubbele gevoelens. Het pensioenfonds van Philips wilde stoppen met vastgoed, wist hij. Daarmee stond zijn baan als vastgoeddirecteur op de tocht.

Het tanende enthousiasme bij het pensioenfonds had alles te maken met vermoedens van fraude. Bij Philips liepen inmiddels forensische accountants rond. Die waren ingeschakeld, omdat binnen de top van het concern twijfels bestonden over de spectaculaire vastgoeddeals die het pensioenfonds in 2006 en 2007 deed. Bij de aankoop van een aantal wolkenkrabbers aan de Zuidas in Amsterdam zou bijvoorbeeld te veel betaald zijn.

Vrijwel alle mannen die later in november 2007 door de FIOD-ECD als verdachte werden aangehouden, werden in opdracht van Philips door de accountants gehoord.

Over het eindresultaat was Robert niet gerust, in tegenstelling tot Jan.

Die hield het erop dat het Philipsonderzoek naar de aankoop van de wolkenkrabbers in een papierbak zou verdwijnen met de verzuchting ‘moet je die klootzakken eens zien, hoe ze gejat hebben’.

Jan stelde Robert in het Mövenpick-hotel in Den Bosch gerust:

‘Rob waar ik voor ben, is om jouw exit mee te nemen. Jouw exit betekent alles verkopen. Dan ga ik weg, Rob, en dan spelen we een brutaal spel. Dan lijnen we een bv op, Rob. Dan kan je alles op papier klaar hebben, Rob. Dan participeer jij in die bv, die er uitjumpt, nadat we alles getekend hebben Rob.’

Zo zou het moeten gaan: Jan wilde de ophanden zijnde verkoop van alle panden van het Philips Pensioenfonds orkestreren. En Robert zou als vastgoeddirecteur niet worden vergeten. Jan: ‘Ik ben iemand die... Als ik geld moet betalen, dan betaal ik graag.’

Het pakket dat Philips wilde verkopen was gigantisch: 160.000 vierkante meter aan kantoor- en winkelruimte, 270 appartementen, vier parkeergarages, ruim 1.500 woningen en twee prestigieuze wolkenkrabbercomplexen aan de Amsterdamse Zuidas. De totale waarde van het pakket bedroeg zeker 2 miljard euro.

Terwijl de ober informeerde of er wat gedronken en gegeten moest worden in het vergaderzaaltje van het Mövenpick-hotel, ontvouwde Jan zijn plannen. Hij wilde de meeste van de gebouwen doorverkopen, en zijn eigen zakken en die van Rob spekken door te ‘toveren’ met de restanten. ‘Die gaan voor een leuke prijs, Rob.’

Hij had brochures meegenomen van HDG Mansur, een in Dubai, Engeland en de Verenigde Staten gevestigde investeringsmaatschappij. Mansur was gespecialiseerd in islamitisch bankieren, en wilde graag in Nederlands vastgoed investeren.

Jan: ‘Rob, dat is lijn een.’

Robert: ‘Mansur.’

Jan: ‘Wat mij betref Rob, is dat onze grootste statement.’

Jan had al een aantal deals met HDG Mansur in elkaar gestoken. Zo waren het Unsisysgebouw op Schiphol en het Tupolev-gebouw in Sloten terechtgekomen in een vastgoedfonds van HDG Mansur. De panden waren ooit eigendom van het Philips Pensioenfonds en werden door Jan in een ingewikkelde constructie via brievenbusbedrijven op de Kaaimaneilanden verkocht aan de beleggers uit de Arabische wereld.

Die werden daardoor ongewild, en ook in tegenspraak met het idee achter het ‘rein beleggen’ onderdeel van het grootste justitie-onderzoek naar fraude met vastgoed in de Nederlandse geschiedenis.

Jans broer Simon, ook in het vastgoed, had Jan in contact gebracht met het bedrijf HDG Mansur, in zijn optiek ‘een grote’ en goed voor ‘vele billions of dollars’. En Jan had nóg een kaart in zijn mouw.

Jan: ‘Dan heb je hier John Fentener van Vlissingen, Rob, met drie broers. Twee zijn helaas niet meer in leven, hij is de oudste van de hele familie, Rob. Ze hebben met z’n drieën de SHV.

Robert: ‘Steenkolen Handels Vereniging.’

Jan: ‘Dat heeft een waarde van tien miljard, dus daar zitten ze in met z’n drieën. Dat is één. Maar die John heeft in z’n eentje ook nog BCD, de op een na grootste reisorganisatie ter wereld. Is ook waard plusminus drie miljard, dat is helemaal van hem, Rob. Dat wordt gerund door een vent, Joop Drechsel.’

Drechsel en Jan waren dik, zei Jan. En hij zat aan de knoppen bij het bedrijf van de Fenteners van Vlissingen, een van de rijkste families van Nederland. Zij zouden ook moeten meedoen in de Philipsdeal, wilde Jan.

Jan: ‘Rob, dit is hard, dit is ook echt op niveau hard. Ik dineer morgenavond met Joop.’

Robert: ‘Maar noem nog geen namen.’

Jan: ‘Ik noem nooit wat, Rob.’

Robert: ‘Stel er loopt ons iets voor de voeten.

Jan: ‘Ik ga hem zeggen: Joop, ik ga je in contact brengen met Mansur. We gaan een attack-force oplijnen. Als we ergens op een groot project kunnen toeslaan, dan doen we het.’

De familie Fentener van Vlissingen had al zakelijke banden met Jan. Gezamenlijk bezaten ze twee bedrijven, Winshield Holding en Europalaan Utrecht, en hadden grote transacties gedaan in Utrecht, Haarlem en Hengelo. De samenwerking was naar alle tevredenheid. Dat Jan later werd opgepakt en als hoofdverdachte vast kwam te zitten, was voor hen dan ook een grote verrassing.

Jan: ‘Rob, dan zorg ik dat Joop Drechsel* hij is 1.52, ik ken hem dus nog uit mijn studietijd. Die vent* Rob, als je dus 92 kantoren worldwide runt, dan weet je echt wel hoe laat het is*’

Om Drechsel gunstig te stemmen regelde Jan, een maand na het gesprek, een studentenwoning voor de dochter van Joop Drechsel. Justitie onderzoekt momenteel het studentenpand, dat voor 229.000 euro werd gekocht en werd gefinancierd door Jan en een zakenrelatie van hem.

De plannen voor het eindspel vielen goed bij Robert L., die kansen zag om de groeiende argwaan bij het Philips Pensioenfonds te keren. Jan hield hem voor dat hij daar kon vertellen dat hij ‘twee tycoons’ had weten te interesseren voor het vastgoed, en dat die wel ‘twee of drie miljard’ zouden meebrengen.

Jan: ‘Dat moet jouw credit zijn, Rob. Dat iemand toch gaat zeggen: nou hij heeft goeie contacten. Die komt gewoon met John Fentener van Vlissingen.’

Robert wilde wel wel een paar zaken geregeld zien, voordat hij definitief in het eindspel zou stappen. Zo vroeg hij Jan om ‘een soort garantie’ dat hij mee zou delen, want er werd niets op papier gezet.

Robert: ‘Kijk als we een miljoen kunnen delen door twee, prima, maar als het 6 miljoen is, dan is het ook goed.’

Jan: ‘En dat ik het weer cash kan verrekenen. Dan worden de bedragen overzichtelijk.’

Robert: ‘Juist daarom en anders tel je het op bij mijn tegoed.’

Op 13 november vorig jaar deed justitie invallen bij Robert, Jan en op nog tientallen adressen in Nederland, België en Zwitserland. Robert kwam snel vrij, maar hoofdverdachte Jan zit nog steeds vast. Het grote eindspel, de miljardendeal waar hij van droomde, kwam er niet van. Terwijl hij toch dacht in het Mövenpick-hotel het naar alle tevredenheid in elkaar te hebben gestoken:

Jan: ’Goed. Deal. Dan laat ik dit even kopiëren.’

mailIcon print |