*

 

Oranjes zijn verknocht aan Afrika

Van onze verslaggever Jan Hoedeman − 12/07/08, 02:45

Gisteren werd er een nieuwe mijlpaal gezet in de relatie tussen de familiegeschiedenis en het Afrikaanse continent.

  • Kroonprins Willem-Alexander en Maxima tijdens de persdag vrijdag. (Reuters)

Prins Willem-Alexander gaf vrijdag op het landgoed de Horsten in Wassenaar een toelichting op zijn bouwplannen in Mozambique. Binnen niet al te lange tijd gaat de eerste paal voor het vakantiehuis de grond in. De prins houdt de locatie geheim, en stelt dat deze ergens aan de 2.700 kilometer lange kuststrook is. De liefde voor Afrika zal ook de drie prinsessen met de paplepel worden ingegoten en dat zal dan de vierde generatie zijn.

Zijn grootvader prins Bernhard mijmerde aan het eind van zijn leven voor de camera van Rik Felderhof dat hij in Afrika zou willen sterven. Bernhard voelde zich er thuis, ging er heen voor de jacht, het wildbeheer en het opzetten van nationale wildparken. Achterin het programmaboekje van zijn uitvaart stond een door hem gemaakte tekening van een olifant. Het postbedrijf van Mozambique eerde de prins met postzegels waar hij met een aapje op staat.

Bernhard regelde eind jaren tachtig met vijf Afrikaanse presidenten dat de jacht op de olifant zou stoppen: Kenia, Zimbabwe, Zambia, Malawi en Tanzania lieten zich door hem overhalen. Hij beijverde zich voor nationale wildparken, die over de grenzen van landen heen aan elkaar verbonden moesten worden. Zo kon aan de olifanten, leeuwen en tijgers hun oude ruimte worden teruggegeven.

Tijdens een reis met haar vader werd prinses Irene gegrepen door de schoonheid van een natuurgebied in Zuid-Afrika. Daar kocht ze een landgoed en draagt zorg voor een natuurgebied in de Karoo-woestijn.

De oudste familiewortels liggen in Tanzania, waar prins Claus in de jaren dertig van de vorige eeuw opgroeide. Zijn vader dreef er een sisalplantage. Hij bezocht er de Deutsche Schule maar hij ging niet om met zwarte leeftijdgenoten. Dergelijke contacten waren zeker destijds niet gebruikelijk.

‘Afrika was zijn eerste liefde’, zegt oud-minister Pronk die in drie kabinetten minister van Ontwikkelingssamenwerking was. ‘Afrika is het toonbeeld van wat er internationaal misgaat, maar ook het toonbeeld van de veerkracht van de menselijke natuur. Claus mengde zich graag onder de gewone mensen. Hij heeft Willem-Alexander op het Afrikaanse spoor gezet.’

Tijdens zijn opvoeding kreeg Willem-Alexander veel van zijn vader over Afrika te horen, maar die vond dat hij eerst ouder moest zijn om met hem mee te gaan. Dat gebeurde tijdens een reis in 1995 naar Tanzania. Claus was bijzonder adviseur van de minister voor Ontwikkelingssamenwerking en erevoorzitter van de ontwikkelingsorganisatie SNV. Tot grote ergernis van Claus scheurden ze met achttien fourwheel-drives en motorpolitie door Tanzania. Hij raakte mismoedig bij de aanblik van het mislukte Tanzaniaanse ontwikkelingsbeleid.

Maar het gaf hem ook de kans zijn zoon zijn wortels te laten zien. In Lusotho stopte de colonne op een plek langs de rivier, waar zijn kostschool had gestaan. Frans Bieckmann schrijft in zijn boek De wereld volgens Claus dat hij daar driekwartier met zijn zoon stond te praten. Zelf gaf Claus tijdens die reis een toelichting op zijn passie voor het continent aan Jeroen Pauw. ‘Lichtpunt is dat de mensen hier niet vertwijfelen, dat ze altijd vrolijk zijn, dat ze lachen, dat ze ontzettend gastvrij zijn.’ En: ‘Ik voelde me vrij, en als je dan terugkeert naar Europa heb je heimwee naar Afrika.’

Door over Afrika te spreken kon zijn depressie verdreven worden. In een periode dat hij er last van had, kwam huisvriend Kofi Anan op bezoek bij Beatrix en Claus. Ze zouden gaan eten en zaten al aan tafel, toen Claus zichtbaar niet in goeden doen binnenkwam. In zijn boek Beatrix schrijft Coos Huijsen dat Kofi Anan naar Claus toeliep en zei: ‘Waarom zouden we niet gaan zitten en praten over ons geliefde Afrika?’ Daar knapte Claus van op.

Willem-Alexander kwam voor het eerst in Afrika als piloot, in 1989. Hij vloog voor de Flying Doctors in Kenia, een vakantiebaan dacht hij, maar Afrika pakte ook hem. Bernhard was er beschermheer van en deed er niet veel meer aan.

De kroonprins vroeg hem of hij die functie mocht overnemen omdat hij zich wilde inzetten voor ontwikkelingswerk. Als piloot was hij met zijn neus op het werk van de artsen gedrukt en leerde hij wat het ontwikkelingswerk inhield. Willem-Alexander: ‘Afrika heeft me vanaf dag één gegrepen: de geur, het licht de weidsheid, maar ook de manier van leven en de mensen.’

Mozambique speelde een rol in zijn bestaan als globale watermanager. In 2000 was hij in Zuid-Afrika toen Mozambique werd geplaagd door overstromingen. Hij besloot er niet heen te gaan om hulpverleners niet in de weg te lopen. In oktober van dat jaar ging hij naar de hoofdstad Maputo en hield een toespraak op een conferentie over overstromingen.

Hij haalde het Mozambikaanse spreekwoord aan dat het welvaart brengt als iemand tegelijk met de regen komt. Behalve als er te veel regen valt, zoals in maart 2000. Willem-Alexander vertelde dat Nederland ook aan een delta van rivieren ligt en in 1953 geteisterd werd door een watersnoodramp. Zijn gehoor maakt ook kennis met de wapenspreuk van de provincie Zeeland, waarin de Nederlandse strijd met het water wordt gesymboliseerd: ik worstel en kom boven.

Dat Willem-Alexander voor Mozambique heeft gekozen vindt Pronk niet vreemd. ‘Het is een jonge democratie, de corruptie neemt er toe maar zit niet op het niveau van de president. Het land heeft een redelijk goed perspectief. Als ze daar een huis neerzetten waar de bevolking ook baat bij heeft, lijkt me dat goed.’

mailIcon print |