*

 

Wilders’ kritiek is geen belediging

Van onze verslaggeefsters Janny Groen, Annieke Kranenberg − 01/07/08, 02:46

Maandenlang klaagden organisaties en personen die aangifte deden tegen PVV-leider Geert Wilders over het ‘opzichtig getreuzel’ van het Openbaar Ministerie....

Een gezonde rechtsstaat kan volgens het OM een stootje velen en geeft veel ruimte aan deelnemers in het politieke debat. Choquerende, provocerende en grievende uitspraken kunnen in de context van de maatschappelijke discussie het beledigende karakter verliezen.

Dat wil niet zeggen dat onbelemmerd kan worden beledigd. Onnodig grieven mag niet. Om uit te maken of de uitlatingen van Wilders onnodig kwetsend waren (meer grieven dan voor de inhoud van het debat noodzakelijk is), heeft het OM zich georiënteerd op nationale en Europese jurisprudentie en advies ingewonnen bij het Landelijk Expertise Centrum Discriminatie en vier onafhankelijke wetenschappers.

Het OM heeft twee stukken van Wilders uit de Volkskrant (van 7 oktober 2006 en 8 augustus 2007), een uit dagblad de Pers (19 februari 2007), een column op internet en zijn film Fitna juridisch tegen het licht gehouden. Steeds luidde de conclusie: de PVV-leider beledigt geen moslims. Hij levert kritiek op een godsdienst, in zijn ogen een gevaarlijke ideologie. Dergelijke kritiek valt volgens het OM niet onder het discriminatieverbod.

Uit het opiniestuk ‘Genoeg is genoeg: verbied de Koran’ (de Volkskrant) selecteerde het OM vijf uitspraken die ‘mogelijk strafbaar’ zijn. Onder andere de opmerking: ‘Ik heb genoeg van de islam in Nederland: geen moslimimmigrant er meer bij.’

Hieruit kan worden opgemaakt dat Wilders vindt dat moslims ‘minderwaardig moeten worden behandeld ten opzichte van andere groepen immigranten’, stelt het OM. Toch vervalt het discriminerende karakter van Wilders’ opmerking, omdat het OM zijn artikel plaatst in de context van het politieke debat.

Fitna is beeld voor beeld geanalyseerd. Inclusief de Deense cartoon van de profeet Mohammed met bomtulband, die tot heftige rellen leidde in islamitische landen.

Die spotprent is volgens het OM toelaatbaar. De cartoon is onmiskenbaar krenkend voor moslims, maar geen belediging over de groep moslims, stelt het OM. De cartoon is niet los beoordeeld, maar in samenhang met de rest van de film, die – wederom – wordt gezien als Wilders’ bijdrage aan het politieke debat.

Veel moslimorganisaties zitten met de vraag waarom het OM wel tot vervolging is overgegaan van CP ’86, die ook opereerde in de politieke arena. Waarom werd CP ’86 verboden en mag Wilders de meest vreselijke opmerkingen maken?

Keer op keer werd deze vraag gesteld op bijeenkomsten over Fitna. Een antwoord geeft het OM niet. Geconstateerd wordt slechts dat het maatschappelijke debat van destijds niet meer dat van nu is en dat de Nederlandse samenleving ingrijpend is veranderd.

mailIcon print |