*

 

Schrijven was Kees’ verslaving

Pieter Broertjes − 16/06/08, 02:46

‘Ik zou zo graag schrijven over de elf jongens van Marco.’..

Mijn laatste ontmoeting met Kees Fens was afgelopen woensdag in het Onze Lieve Vrouwe Gasthuis in Amsterdam. Kees was er slecht aan toe, hij kreeg extra zuurstof, hij kon nauwelijks meer lopen, maar hij was reuze opgewekt. ‘Ik heb net 1.000 woorden over de dichter Petrarca geschreven. Ik moet er nog 500. Dat doe ik morgen.’ Hij glunderde. Schrijven was voor hem een verslaving. Niet schrijven, daar werd hij somber van.

Kees Fens en de Volkskrant waren bijna veertig jaar een innig bondgenootschap. Hij mopperde graag op zijn krant. Dat we onze katholieke wortels te weinig koesterden, dat we niet kritisch genoeg waren op de kopij. Verhalen moesten in de eerste plaats een genot zijn om te lezen. Hij was een geboren stilist, een grootmeester in mooie zinnetjes.

Maar er zat ook boosheid in hem, woede over de verloedering van de taal, over de leegheid van mensen. Hij had de pest aan bepaalde milieus, hij kon haten en bewonderen. ‘In mijn laatste column’, zei hij vorige week, ‘wil ik alleen mensen noemen aan wie ik een hekel heb. En bovenaan staat Frans Bauer. Dat kan toch niet, al die slijmerij.’

Zijn, soms venijnige, profielen waren legendarisch. Kees Fens schreef ze in een vloek en een zucht. Hij hoefde zijn slachtoffers niet te kennen, hij observeerde ze en dat was genoeg. Je kon hem geen groter plezier doen dan hem ’s avonds op te bellen met het verzoek iemand van naam en faam af te leggen. ‘Heb ik een uur? Dat is genoeg.’ Het liefst schreef hij zijn kroniek op zijn geliefde kunstpagina. Miniatuurtjes over het leven op straat, in de tram, in het museum. Dat was Kees Fens in topvorm.

‘Heb je nog een sportcolumnist nodig? Ik zou zo graag schrijven over de elf jongens van Marco.’ Tot drie dagen voor zijn dood bood hij zich aan voor een nieuw avontuur. Kees, de man die altijd nieuwsgierig bleef, kon niet stoppen.

Hij, katholieke jongen, bleef zijn leven lang trouw aan de Chasséstraat in Amsterdam. Maar hij was ook trots dat hij het had gebracht tot professor in Nijmegen en dat hij de P.C. Hooftprijs mocht ontvangen. Hij verheugde zich op de film die Hans Keller over hem heeft gemaakt: Kees Fens, erfgenaam van een lege hemel. Zondagmiddag zou hij hem gaan bekijken met zijn kinderen en zijn vrouw Uta.

Het is onvoorstelbaar dat Kees Fens er niet meer is. Zijn luide en krachtige stem hoorde vier decennia bij de krant. We voelen ons ontheemd.

mailIcon print |