*

 

Zijn imago doet Klink diep zuchten

Van onze verslaggevers Gijs Herderscheê, Sheila Sitalsing − 16/06/08, 02:46

Na anderhalf jaar als minister van Volksgezondheid kijkt Ab Klink (CDA, 49) nog steeds in verwondering om zich heen.

Neem het etiket van moralist dat hem is opgeplakt. ‘Mijn drie zoons houden het me vaak voor: tik bij Google betuttelen en Klink in en je krijgt honderden hits.’

Wie van het happy hour af wil, verdient die kwalificatie toch?
De minister slaakt een diepe zucht. ‘Dat wílde ik helemaal niet. Weet je hoe dat in de wereld is gekomen? De Stichting Alcoholpreventie wilde me spreken over goedkope alcoholuurtjes. Praten kan nooit kwaad, dus schreef ik ‘akkoord’ op de invitatie. De volgende dag kopte Trouw: Klink wil af van happy hour. Onzin. Ik heb niets tegen een goedkoop biertje. Maar het beeld beklijft.’

Klink vertelt het niet verongelijkt, maar verbaasd. Aan het uitlekken van voornemens moet hij nog steeds wennen. Zo lag vorige week maandag een brief van zijn hand over orgaandonatie op straat die hij pas vrijdag zou bespreken met zijn collega-ministers.

Een rel volgde. Klink legde in de brief het advies van een zware commissie naast zich neer, nog voordat die haar opvattingen formeel had gepubliceerd. De commissie wil dat wie geen bezwaar maakt, automatisch orgaandonor wordt. Klink – en met hem het kabinet – vindt dat een brug te ver. Hij kiest voor een moreel appèl. Zo geschoffeerd voelde de commissie zich, dat Klink niet welkom was op de officiële presentatie.

Dat is toch ook niet netjes, al een mening klaar hebben voordat het advies officieel is gepresenteerd?
‘We hadden de Tweede Kamer beloofd voor de zomer een besluit te nemen. In de coördinatiegroep zitten drie van mijn ambtenaren; de groep wist dat het kabinet zich vrijdag over hun advies zou buigen. En procedureel moest mijn voorstel nu eenmaal een halve week voordat de ministerraad erover vergadert af zijn.’

De dynamiek die de actualiteit teweeg brengt in politiek Den Haag fascineert hem. ‘Net pupillenvoetbal: iedereen op de bal.’

Zelf is hij formalistischer: wat niet officieel ter tafel ligt, is niet bespreekbaar. Neem het wegselecteren van zieke embryo’s bij ivf. Doordat op zijn departement hierover ruzie uitbrak tussen Klinks staatssecretaris Jet Bussemaker en de op VWS inwonende André Rouvoet, kwam Klink in het brandpunt van een politieke ruzie te staan.

Dagelijks zitten ze deze weken gedrieën om Klinks tafel om een uitweg te zoeken, de PvdA-staatssecretaris, de ChristenUnie-minister en de CDA-minister. Maar een mening wil Klink niet ventileren. ‘Dat is aan het kabinet.’

Het waren de ambtenaren voor wie u verantwoordelijk bent, die niet zagen dat het dynamiet betrof, toen Bussemaker zonder overleg haar besluit nam. Hoe kan dat?
‘Iedereen kent de gevoeligheid. Maar de stellige overtuiging was, bij de staatssecretaris én de ambtenaren, dat het geen nieuw beleid betrof, maar een nadere invulling van de praktijk. Ik kan me voorstellen dat Jet Bussemaker dacht: dit hoef ik niet af te stemmen. Dat was een verkeerde inschatting. Nee, zelf wist ik van niets.’

Zijn er butsen geslagen?
‘De verhoudingen zijn open. Ik geloof niet dat een van ons drieën erg butsig is. We komen er uit. Ik weet niet of minister Rouvoet er echt zo geharnast in staat als wel wordt gesuggereerd. Ik heb hem het begrip glijdende schaal nergens horen gebruiken.’

Veel liever dan met het ‘pupillenvoetbal’ houdt Klink zich bezig met zijn kerntaak: de zorg. Na anderhalf jaar voelt hij zich thuis in het mijnenveld van belangenclubs dat op drift is geraakt met het nieuwe stelsel van verzekeringen en de marktwerking.

Nu mogen zorgverleners concurreren om 20 procent van de behandelingen. Klink wil dat volgend jaar uitbreiden tot 34 procent. Opdat ziekenhuizen zich afvragen: waar zijn we goed in? ‘De acute zorg blijft voor iedereen bereikbaar. Dat garandeer ik. En voor de rest zal competitie op kwaliteit en prijs tot excellente zorg leiden.’

Er komt een kwaliteitsinstituut, terwijl de inspectie zich intensief over de veiligheid gaat buigen. Doet een ziekenhuis jaarlijks wel het benodigde aantal behandelingen om die specifieke ingreep te mogen blijven doen? Kiest men niet te rap voor een kijkoperatie?

Het ultieme doel: de patiënt moet koning worden. Hij moet inzicht krijgen in de kwaliteit, zodat hij kan kiezen voor de beste zorgverlener. ‘Dat is een basaal recht. Mensen rijden echt een stad verder als ze weten dat ze daar beter geholpen worden. Dit zal de zorg wezenlijk veranderen.’

Hij betwist dat een tweedeling dreigt, waarbij mondige burgers gehaaid de beste arts opduiken terwijl de rest zich wendt tot de dichtstbijzijnde, onwetend dat betere zorg mogelijk is. ‘Onderschat de patiënt niet, maar ook niet de verzekeraar die de zorg contracteert. Patiëntenorganisaties zijn belangrijk. Neem het Amerikaanse AARP, dat ouderen actief op hun rechten wijst. We hebben 10 miljoen euro extra gereserveerd voor patiëntenorganisaties. Zij moeten net zo’n sterke positie krijgen als verzekeraars en ziekenhuizen.’

Maar ondertussen kampt u met oplopende personeelstekorten in de zorg, die het ideaal verstoren.
‘Dat is mijn grootse zorg. Deels is dat op te lossen door intensiever te werven, meer uren te werken en langer door te werken. Maar het meest verwacht ik van innovaties. Neem het nieuwe medicatiedossier – een voor alle zorgverleners toegankelijk elektronisch mapje met daarin alle medicijnen die iemand gebruikt. Er zijn 19 duizend ziekenhuisopnamen per jaar als gevolg van medicatiefouten. Met zo’n dossier voorkom je die.

‘En neem het werk van verpleegkundigen. Dat is nu te vaak voor eenderde logistiek van aard. Zichzelf verplaatsen, het verschuiven van bedden. Als gebouwen anders worden ingericht, boek je wezenlijke winst. En denk aan technische uitvindingen als hartbewaking op afstand. Niet voor niets heeft Philips van zijn medische divisie een speerpunt gemaakt.’

En hogere salarissen?
‘Dat zal de schaarste niet oplossen. Ik hoop niet dat de Filippijnse verpleegsters terugkomen. Of de Surinaamse. Zij laten in hun thuisland grote gaten achter. Dat wil ik niet.’

mailIcon print |