Topman Claude Dauphin van oliehandelaar Trafigura wordt niet in Nederland vervolgd voor de illegale export van giftig afval met het schip de Probo Koala.
Volgens de Amsterdamse rechtbank is het onwaarschijnlijk dat de persoonlijke betrokkenheid van de Trafigura-directeur kan worden bewezen.
In de rechtszaak die deze week begint, zullen wel het bedrijf Trafigura Beheer BV en een Londense medewerker worden vervolgd. Zo ook het Amsterdamse afvalverwerkingsbedrijf APS. Een voormalige APS-directeur en de gemeente Amsterdam moeten voorkomen.
Het Amsterdamse bedrijf wordt eveneens verdacht van enkele tot dusver onbekende milieuovertredingen, die gepleegd zouden zijn tussen 2005 en 2007. Beide zaken zullen vrijwel zeker worden verdaagd voor nader onderzoek.
De rechtbank behandelt niet de dodelijke gifdump in Ivoorkust maar alleen het Nederlandse deel van de affaire. Dat betreft overtredingen van de Europese afvalwet waarop een maximumboete staat van 450.000 euro of een gevangenisstraf van zes jaar.
Het Openbaar Ministerie wilde de Trafigura-topman aanvankelijk wel persoonlijk vervolgen, maar werd vrijdag teruggefloten door de rechtbank. Die honoreerde een bezwaarschrift van Dauphin.
De andere Trafigura-verdachte, kantoormedewerker Naeem A., heeft justitie verteld dat hij persoonlijk met Claude Dauphin tijdens een speciale vergadering in Nigeria heeft gesproken heeft over de ‘alternatieven voor de afgifte’ van het afval, dat kort daarop in Ivoorkust werd gedumpt. Dat betekent volgens de rechtbank echter niet dat de directeur op de hoogte was van de voorafgaande, mogelijk illegale export van het afval vanuit Europa.
Trafigura is een van de grootste onafhankelijke grondstoffenhandelaren ter wereld en boekte in 2006 een omzet van 45 miljard dollar. Na afloop van de Ivoriaanse gifdump werden directeur Dauphin en twee andere medewerkers vijf maanden in het Afrikaanse land vastgehouden. Ze werden zonder proces vrijgelaten nadat het bedrijf 152 miljoen euro schadevergoeding had betaald; later aangevuld met nog eens 7,6 miljoen.
Trafigura heeft geen onbesproken verleden. Het bedrijf was onder meer verdachte in de corruptieaffaire rond het Iraakse olie-voor-voedsel-programma, maar werd daar niet voor veroordeeld. In Jamaica kwam de onderneming in opspraak wegens een betaling van 360.000 euro aan de regeringspartij.
Afgelopen jaar begon het bedrijf een offensief tegen de media om zijn naam te zuiveren. Verschillende kranten die over nieuwe aspecten van de gifaffaire berichtten, waaronder de Volkskrant, werden via een Londens advocatenkantoor gesommeerd daarmee op te houden. Ook werd bezwaar gemaakt tegen gebruik van het woord ‘losgeld’ voor de schadevergoeding waarmee de drie medewerkers werden vrijgekocht. De dreigementen leidden overigens niet tot juridische stappen.
In Nederland voerden advocaten van Trafigura een rechtszaak tegen het ministerie van Verkeer en Waterstaat, dat niet alle vertrouwelijke en interne rapporten over de Probo Koala-zaak aan Trafigura wilde afstaan. Zo weigerde de minister 140 interne e-mails en bijlagen openbaar te maken, omdat die volgens hem niet vallen onder de Wet Openbaarheid van Bestuur. In maart besloot de Raad van State dat een deel van die correspondentie alsnog moet worden vrijgegeven.
Volgens Justitie staat vast dat de in Amsterdam aangeboden partij afval niet bestond uit ‘slops’, oftewel waswater waarmee de tanks zouden zijn schoongemaakt, zoals Trafigura aanvankelijk beweerde. Het ging om het restant van een ongebruikelijke ‘brandstofzuivering’ op open zee.
Trafigura gebruikte de tanker Probo Koala om 70 duizend ton goedkope nafta met chemicaliën om te werken tot duurdere benzine. Het afval dat daarbij ontstond was extreem zuur en bevatte allerlei gevaarlijke chemische componenten. Volgens experts leverde de brandstofopwerking per lading een winst op van ongeveer 5,5 miljoen euro.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.
Volg het nieuws op onze zustersite in België www.demorgen.be.
Nieuws:
Belgisch nieuws,
buitenlands nieuws,
wetenschap,
gezondheid,
stand der dingen.