*

 

Pers steeds vaker gezien als partij in een conflict

Van onze verslaggever Noël van Bemmel − 14/08/08, 02:45

Sinds kort staat op het dak van BBC Broadcasting House in Londen een glazen sculptuur van tien meter hoog. Daaruit schiet elke avond, als het journaal van 10 uur begint, een lichtstraal een kilometer de lucht in ter ere van alle journalisten die tijdens hun werk zijn omgekomen....

Een vergelijkbaar monument staat ook in Washington, waar de namen van 1.800 gevallen journalisten in staan gegraveerd. Die van de Nederlandse cameraman Stan Storimans komt daarbij, plus die van zijn collega’s die de afgelopen dagen zijn omgekomen in de Kaukasus.

Volgens het International News Safety Institute (INSI) in Brussel, dat het geweld tegen journalisten inventariseert, was het aantal slachtoffers onder de media in Georgië uitzonderlijk hoog voor vijf dagen oorlog. Vijf personen kwamen om – vier journalisten en een chauffeur – en minstens tien journalisten raakten gewond.

Een groepje journalisten was al aanwezig in de Zuid-Ossetische hoofdstad Tschinvali – enkele Russen, Georgiërs en een Amerikaan – toen vrijdag een Georgische aanval begon. Een deel van hen liep tijdens de straatgevechten in de richting van een Ossetisch mitrailleursnest, dat het vuur opende. Twee personen kwamen om, de rest is gewond.

Zaterdag werd een Russisch konvooi bestookt, waarbij de commandant van het 58ste leger, luitenant-generaal Anatoly Khroelev, gewond raakte. Net als de cameraploeg en de Pravda-verslaggever die hij bij zich had.

Zondag probeerden veel journalisten Tschinvali te bereiken. Dat lukte twee Turkse reporters die wel lichtgewond raakten toen hun auto werd beschoten. Een BBC-ploeg moest rechtsomkeert maken toen een vliegtuig raketten op hen afschoot. Een team van ITV kwam iets verder, maar keerde terug met kogelgaten in de kofferbak.

RTL-Nieuws-verslaggever Jeroen Akkermans en cameraman Storimans stonden op het centrale plein van het Georgische plaatsje Gori toen daar een granaat insloeg. Een dag later stierf op dezelfde plek een Georgische journalist met zijn chauffeur bij een inslag.

‘Steeds meer journalisten sterven tijdens de uitoefening van hun werk’, stelt operationeel directeur Sarah de Jong van het INSI. Haar organisatie telde 1.000 doden – journalisten en ondersteunend personeel – tussen 1996 en 2006. Dat is twee per week. Vorig jaar vielen 171 doden, dit jaar staat de teller op 47, dankzij een verbeterde veiligheidssituatie in Irak.

De meeste slachtoffers vallen volgens De Jong onder lokale journalisten, die vermoord worden. ‘Maar daar lees je nooit wat over.’ De daders worden vrijwel nooit vervolgd, concludeert het rapport Killing the Messenger uit 2006.

Ook het verslaan van gewapende conflicten is gevaarlijker geworden. Journalisten worden vaker als partij gezien, onder meer door de ‘embedded journalistiek’, en ook als minder belangrijk. Strijdende partijen zetten hun boodschap gewoon op internet.

Volgens het INSI, dat veiligheidsanalyses maakt en trainingen organiseert, moeten journalisten ook de hand in eigen boezem steken. ‘Ze hebben haast en storten zich blindelings in gevaarlijke situaties. Zonder voorbereiding, militaire kennis of de juiste uitrusting. Dat is onverantwoord.’

De schrijvende pers loopt op dit gebied ver achter op de audiovisuele media. Volgens De Jong onderscheiden de NOS en RTL zich door hun medewerkers veiligheidstrainingen en goede spullen aan te bieden. Op die redacties liggen ook protocollen klaar voor noodgevallen.

mailIcon print |