*

 

‘Zware pabo’ werft veel vwo’ers voor lerarenvak

Van onze verslaggever Gerard Reijn − 30/07/08, 02:45

Diep in zijn ziel wist Pepijn Meeuwsen (18) al jaren dat hij iets met kinderen wilde doen. Komt waarschijnlijk door zijn vader....

Maar toen hij dit voorjaar zonder enige noemenswaardige inspanning zijn vwo-diploma haalde, was hij helemaal niet van plan om naar zoiets voor de hand liggends als een pabo te gaan. ‘Ik vond het vwo al heel makkelijk, ook al heb ik er twee talen bij gedaan. Ik hoefde er niets voor te doen. Dan vind ik de pabo echt niet uitdagend genoeg.’

Hij had al een heel ander pad uitgestippeld, waarbij ‘iets doen met kinderen’ alleen nog op lange termijn in beeld kwam. Eerst ‘iets met economie’ studeren. Niet omdat dat zo boeiend is, maar ach, veel inspanning kan dat niet vergen, en je kunt er uiteindelijk veel geld mee verdienen. En als hij dat heeft, ‘dan heb ik de mogelijkheid om alsnog iets met kinderen te gaan doen.’

Ook Sofie Thio (17) wilde dolgraag met kinderen werken, liefst op een basisschool. Maar ja, die pabo. ‘Ik ken mensen die daar studeren en die zeggen: moet je niet doen. Het niveau is zo laag. En daar zijn mensen bij die via het vmbo en het mbo daar zijn gekomen. Ik heb net gymnasium gedaan.’ Dus ook zij had al een alternatief bedacht, je moet toch wat. Psychologie zou het zijn geworden.

Maar Pepijn gaat geen economie studeren om rijk te worden, en Sofie gaat geen psychologie studeren. Ze zijn allebei ‘gered’ voor het basisonderwijs, dankzij een nieuwe opleiding. Weliswaar een pabo, maar dan een heel bijzondere: de Academische Lerarenopleiding Primair Onderwijs (Alpo) die na de zomer in Utrecht van start gaat.

De opleiding is de optelsom van de pabo van de hogeschool en de opleiding Onderwijskunde van de universiteit. Beide geven na vier jaar een diploma af. Maar eigenlijk is de Alpo méér dan de optelsom van twee opleidingen. Initiatiefnemer Theo Wubbels: ‘Het is echt een universitaire pabo geworden.’ En die bestond nog niet.

Bijna uniek is dat de opleiding studenten mag selecteren. Er zijn maar weinig opleidingen aan de universiteit die dat mogen, maar Alpo maakt gebruik van een slimme truc: iedereen kan worden toegelaten tot de opleiding Onderwijskunde, maar wie naar de ‘speciale variant’ Alpo wil, moet door een sollicitatieprocedure. Een truc die de Universiteit Utrecht al vaker en met succes heeft toegepast, bij ondermeer het University College en bij het Law College op de rechtenfaculteit.

De opleiding lijkt voortgekomen uit de aanzwellende roep om zwaardere opleidingen tot leraar en onderwijzer, vorig jaar culminerend in het rapport van de Commissie Rinnooy Kan. Maar toen dat rapport uitkwam, was initiatiefnemer Theo Wubbels van de Universiteit Utrecht al jaren bezig met de voorbereidingen. Hij is tevreden met het resultaat: ‘We hebben een loodzware opleiding gecreëerd.’

Een waar de scholen ook op zitten wachten. De basisscholen, waar de studenten eerst stage moeten lopen maar daarna ook een werkkring zullen zoeken, reageren enthousiast. Wubbels: ‘Onze studenten leren het vak van onderwijzer, maar daarbovenop leren we ze wetenschappelijke technieken. Zij kunnen op een school onderzoek doen naar problemen die zich voordoen.’ Aan Sofie Thio is dat idee nog niet besteed. ‘Ik zie nog niet dat ik het functioneren van heel ervaren collega’s ga onderzoeken. Ik wil na mijn studie eerst lekker voor de klas staan.’

mailIcon print | |
<spring:message code='commonMessages.loading' />