*

 

Voetbalclub haalt drop-out uit de put

Van onze verslaggeefster Anja Sligter − 01/10/08, 02:45

Een profclub plus een strak begeleidings- en scholingsplan als laatste reddingsboei voor probleemjongeren. Het werkt!..

‘Hij sprak me aan met u, gaf me een hand en had een stel nette kleren aan. Ik was helemaal verbaasd.’ Chris Zeevenhooven, wijkmanager van Broek, een van de probleemwijken in Arnhem, is dolenthousiast over het resultaat van het project Scoren door Scholing bij voetbalclub Vitesse.

Van de 26 probleemjongeren die eraan deelnamen, hebben er 21 een baan of zijn weer naar school. Onder hen veel Broekenaren. Zeevenhooven vermoedt al jaren dat de oplossing voor overlast van jongeren schuilt in twee w’s: de wijk uit en aan het werk. ‘Een jaar geleden stonden deze jongens nog op straat. Door hun dreigende aanwezigheid sloot de Albert Heijn zijn deuren. Nu hebben ze een baan. Dat houd je niet voor mogelijk?’

Een voetbalclub als magneet, profvoetballers als buddy, een paar enthousiaste begeleiders, en de businessclub achter de hand voor stages of banen. Het lijkt een verschil te kunnen maken in het leven van een drop-out.

Want ook bij FC Twente, waar eenzelfde project al drie jaar draait, wordt hetzelfde gemiddelde gehaald: 85 procent gaat weer naar school of heeft een baan. Van de overige 15 procent is een aantal verhuisd, of volgt een hulpverleningstraject. Weinig jongeren vallen terug in hun oude gedrag. Bij De Graafschap ligt de score nog hoger: van de 40 jongeren vielen er slechts drie af.

Het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening houdt vandaag het symposium Voetbal als vliegwiel voor de wijkaanpak. De jongeren krijgen vijf weken op het terrein van de club les en gaan daarna vijf weken op stage. Hun hele hebben en houden wordt doorgelicht, plus wat ze willen en kunnen. ‘Ze komen hier met hangende schouders binnen en gaan pittig en mondig weg’, zegt projectleider Ron van Bedaf in het supportershome van Vitesse.

Deelnemer Aytekin staat er thee te drinken. ‘Dit zijn onze toppertjes’, zegt hij grijnzend over Van Bedaf en zijn collega Jan Reinink. Het tekent de enthousiaste sfeer die deze ochtend zal aanhouden. Acht jongens druppelen binnen, twee zijn er met permissie absent.

Petjes moeten af, mobieltjes uit. ‘De eerste twee weken hebben we het gehad over wie je bent en wat je wilt. Vandaag gaan we concreet worden’, meldt Van Bedaf. Hij introduceert een gastspreker van een bouwopleidingscentrum BGA ‘die deze jongens snapt’. De groep krijgt te zien en te horen wat het inhoudt om metselaar of betonlasser worden. Het is een betaalde opleiding: werken én leren.

De jongens zijn opvallend gretig. Ze willen weten waar de meeste vraag naar is, of je als zelfstandige aan de slag kunt, en om hoeveel ‘doekoes’ het gaat. Een videobeeld toont het salaris. ‘Niks mis mee, jongens’, concludeert Van Bedaf, ‘en niet te vergeten: je wordt een echte vakman.’

Dit laatste is wat de tien dromen. Een vak leren en veel geld verdienen. Of dat realistisch is, hangt af van hun wilskracht en discipline. ‘Jullie beginnen niet op zolder maar in de kelder en moeten via de trap omhoog.’ Van Bedaf heeft geleerd te zeggen waar het op staat. ‘Eentje heeft een tattoo in zijn nek van een stengun. Dat kan een nadeel zijn bij het zoeken naar werk. In hoeverre pas jij je aan, vraag ik zo’n jongen. Is een sjaaltje iets?’

Hij snapt dat de jongens van ver komen. De turbulentie in hun leven is groot. Vette schulden, problemen thuis, soms net uit de gevangenis. ‘Ze beleven in een maand wat een ander in een jaar meemaakt.’

De voetbalclub en de niet-schoolse omgeving blijken een goede binnenkomer, maar het succes van project schuilt in de snelle, persoonlijke aanpak en de korte lijnen, evalueerde het bureau Groen & Heesen voor de gemeente Arnhem, het ROC Rijn IJssel en Stichting Vitesse Betrokken.

Na de pauze moeten de groep om beurten ‘op de middenstip’ vertellen wat ze willen worden. Veel dezelfde beroepen passeren de revue: stukadoor, makelaar, schilder, chauffeur, reisleider, kok. Van Bedaf kan zijn mond houden, de jongens analyseren elkaar.

Als Stelios militair oppert, vindt de groep hem daarvoor te gevoelig. En als Glody droomt van een carrière als vliegtuigmonteur, kan hij beter beginnen met scooters. Maar in Brain ziet iedereen iets. Hij is slim, altijd vrolijk, ‘én jongens hij is pas 17’, roept Van Bedaf. Leidinggevende moet hij worden, is de eindconclusie. Doorleren, dus.

mailIcon print |