COSA (‘Circles of support and accountability: cirkels van steun en verantwoording’) is een methode die speciaal is ontwikkeld om zedendelinquenten veilig te laten terugkeren in de maatschappij....
Een zware zedenmisdadiger kwam vrij na een lange celstraf te hebben uitgezeten. Hij had een hoog recidive-risico. Zijn terugkeer in de maatschappij veroorzaakte veel commotie. Burgers reageerden verontrust, de politiek stond onder druk om ‘zulke beesten niet meer los te laten’, de politie werd geacht de man 24 uur per dag in de gaten te houden.
De dader zelf wilde graag hulp bij zijn herintreding in de maatschappij. De pastoor uit de buurt heeft toen een groep vrijwilligers gemobiliseerd om de man bijstand te verschaffen. Dat sociale netwerk bleek van onschatbare waarde. De man, uitgespuugd door de samenleving, raakte daardoor niet in een sociaal isolement. En de kring van vrijwilligers fungeerde als een soort buffer naar de verontruste omgeving.
De spontaan ontstane methode werd onderzocht en verfijnd. Na bemoedigende resultaten in Canada waaide COSA over naar Groot-Brittannië. ‘Het is bij ons een groot succes’, zegt Chris Wilson, voormalig psychotherapeut voor de Britse reclassering en nu landelijk projectleider van de 'cirkels', die vorige week uitleg gaf over de methode tijdens een minisymposium van Reclassering Nederland. ‘Sociaal isolement en emotionele eenzaamheid – de grootste risicofactoren voor recidive – nemen sterk af. Door de sociale contacten met vrijwilligers ervaren zedendelinquenten ook de waarde van relaties. Ze ervaren dat intimiteit niet hetzelfde is als seks.’
Volgens de methode bestaan er twee cirkels: een binnencirkel van vrijwilligers en een buitencirkel van professionals. Rond een terugkerende zedendelinquent wordt een groep van vier tot zes vrijwilligers gezet. De dader gaat met de vrijwilligers een soort contract aan. Hij vertelt tijdens een eerste groepsproces precies wat hij heeft gedaan. Hij geeft ook aan waarvoor hij gevoelig is en op welke punten hij kwetsbaar is. ‘Die openheid werkt vaak al bevrijdend’, meent Wilson.
Een pedoseksueel kan zich bijvoorbeeld moeilijk bedwingen in zwembaden. In het contract, opgesteld en begeleid door professionals, komt dan te staan dat de man niet in zwembaden mag komen. Bij het eerste groepsgesprek zit ook een politieagent. Zijn aanwezigheid fungeert als signaal dat de afspraken serieus en niet vrijblijvend zijn.
Daarna volgen elke week groepsgesprekken. Maar tijdens de week ontmoeten ook individuele vrijwilligers de zedendelinquent zo veel als mogelijk is, voor een gesprek of een bezoek aan de bioscoop. ‘Zij zijn de oren en ogen van de professionele hulpverleners en politie’, aldus Wilson.
Zij merken vaak ook wanneer een zedendader weer onrustig wordt en dreigt terug te vallen in zijn oude criminele gedrag. Bijvoorbeeld als hij in een park ronddoolt of het steeds over vrouwen heeft. De vrijwilligers waarschuwen dan de politie of hulpinstelling, die tot actie kan overgaan.
In de afgelopen zes jaar zijn in zes regio’s in Groot-Brittannië 98 ‘cirkels van steun en verantwoording’ gevormd. ‘Van de 98 zedendelinquenten heeft er nog geen gerecidiveerd’, vertelt Wilson niet zonder trots. ‘Wel is een aantal teruggeroepen naar de gevangenis, nadat vrijwilligers hadden gewaarschuwd voor een verhoogd risico. Bijvoorbeeld als iemand een park had bezocht, wat verboden was, ’s nachts altijd wakker was, of niet kwam opdagen voor ontmoetingen binnen de cirkel.’
Uit onderzoek in Canada is gebleken dat de recidive bij zedendelinquenten die gebruik maken van de COSA-methode met 75 procent vermindert. En dat in een groep die traditioneel – mede vanwege de mechanismen van isolement en uitsluiting – een hoge recidive kent. ‘Dat is goed nieuws voor een groep die buurten, politie en hulpinstellingen erg veel kopzorgen bezorgt’, aldus Wilson.
In Groot-Brittannië, dat een traditie heeft van ‘charity’, is het volgens hem niet moeilijk om vrijwilligers te vinden. ‘Mensen vinden het interessant om met zedendelinquenten in contact te komen. Sex sells, seks verkoopt.’ Ook de kosten – voornamelijk voor het vinden, trainen en begeleiden van vrijwilligers – vallen mee: ‘De kosten van 24-uurs politiebewaking zijn veel hoger.’
Bas Vogelvang, lector reclassering en veiligheidsbeleid aan de Avans Hogeschool in Den Bosch, vindt dat juist nu de tijd rijp is voor een COSA-aanpak in Nederland. ‘De zedendelinquent leeft in een klimaat van angst, uitsluiting, nawijzing en vergelding. Buurten komen in opstand. Bewoners vinden dat de overheid hun veiligheid moet garanderen, daar betalen ze belasting voor. Iedereen vindt zich potentieel slachtoffer. Zedendelinquenten zijn eng.’
Deze zomer raakte een buurt in Roermond in rep en roer nadat een buurtbewoner – getrouwd, één dochter – was opgepakt op verdenking van ontucht met minderjarige jongens in een zwembad. De man bleek al eerder te zijn veroordeeld voor kindermisbruik in Gelderland. Hij mocht nooit meer terugkeren in de kinderrijke buurt, eisten de buurtbewoners in een petitie aan de burgemeester.
Zo erg als in de Verenigde Staten is het gelukkig nog niet, aldus Vogelvang. ‘Daar maakt een wet het mogelijk dat privégegevens van alle zedendaders beschikbaar zijn voor alle buurtbewoners. In sommige staten krijgen ex-delinquenten zelfs een bord ‘zedendader’ op het huis gespijkerd. Zo wordt iemand wel erg geïsoleerd en in de hoek gedreven, met alle risico’s van dien.’
Volgens Vogelvang kan COSA vooral een goede aanpak zijn, omdat het twee dingen combineert: controle en ondersteuning. ‘Het is een controlerend en ondersteunend sociaal netwerk dat de dader als dader ziet, maar ook als mens.’
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.
Volg het nieuws op onze zustersite in België www.demorgen.be.
Nieuws:
Belgisch nieuws,
buitenlands nieuws,
wetenschap,
gezondheid,
stand der dingen.