‘Mama, wat komt die mijnheer bij ons doen?’, zegt Jaco (drieëhalf jaar) elke eerste zondag van de maand. ‘Wat zèg je dan?’, vraagt Sylvia Schramzich vertwijfeld af.
Jaco Schram is een van de 25 à 40 duizend kinderen die opgroeien bij een homo-echtpaar. De spermadonoren die het zaad voor deze baby’s leveren, eisen steeds vaker een actieve vaderrol op. En als het niet goedschiks lukt, dan maar kwaadschiks via de rechter, zoals in het geval van Jaco. Zijn biologische papa kreeg begin dit jaar na anderhalf jaar procederen van het gerechtshof in Amsterdam zijn felbegeerde omgangsregeling. Niet de ochtend of middag per week, zoals hij had gevraagd, maar twee bezoekuren per maand.
Volgens de Tilburgse hoogleraar familierecht Paul Vlaardingerbroek gebeurt het inmiddels zeker zo’n tien keer per jaar dat een spermadonor via de rechter een actieve vaderrol opeist. En de laatste jaren vrijwel steeds met succes. Met als voorlopig hoogtepunt vorig jaar november, toen de Hoge Raad een omgangsregeling toestond aan een spermadonor die zijn kind slechts een keer had gezien.
Sylvia en haar vrouw José dachten het allemaal goed geregeld te hebben. In 1999 zetten ze een advertentie voor een spermadonor die een ‘vaderrol op afstand’ wilde vervullen. ‘We wilden liever geen anonieme donor’, legt Sylvia uit, ‘want dan ontneem je je kind de mogelijkheid zijn vader te leren kennen en zijn genetische wortels te achterhalen. Dus kozen we voor een bekende donor. Iemand die er voor Jaco zou zijn op het moment dat híj behoefte zou krijgen aan een vader.’
Op de advertentie kregen Sylvia en José drie reacties. Eén briefschrijver sprong eruit. ‘Een prettige toon. Het was een homo die graag twee lesbiennes wilde helpen een kind op de wereld te zetten, zo leek het. Een sympathieke vent, dachten Sylvia en José. Ze organiseerden een paar ontmoetingen met de briefschrijver. ‘Je wilt zo’n man toch eerst een beetje leren kennen, voordat je zijn zaad bij jezelf gaat inbrengen. Het blijft toch een gekke situatie.’
Over de marginale vaderrol die de donor zou spelen, waren ze het eens. Althans dat dachten ze.
Drie jaar lang kwam de donor maandelijks aan huis. Na een snelle kop koffie trok hij zich terug in de badkamer. Het was José die zichzelf insemineerde met zijn zaad. Vergeefs. Pas toen Sylvia zichzelf insemineerde met het zaad kwam een bevruchting tot stand.
‘Vanaf het moment dat ik zwanger was, veranderde zijn houding’, aldus Sylvia. ‘Hij wilde bij de bevalling zijn. En op het geboortekaartje staan. We werden compleet verrast. En weigerden, omdat het totaal niet paste in wat er was afgesproken.’
Het eerste echte conflict barstte los na de bevalling. De donor eiste dat hij elke twee weken bij het kind op bezoek mocht komen. Om de lieve vrede te bewaren mocht hij maandelijks even komen kijken. ‘We waren ook dankbaar, natuurlijk. En we wilden het contact goed houden omwille van het kind.’
Maar de lieve vrede keerde niet weer. Sylvia: ‘Achteraf denk ik: we zijn er in geluisd. De donor had een vooropgezet plan. Hij was van meet af aan uit op een actieve vaderrol. Elke eis die we inwilligden werd gevolgd door weer een nieuwe eis.’ Toen Jaco anderhalf was, ging de deur voor de donor op slot.
‘Steeds meer donoren willen een betrokken vader zijn. Dat is de trend’, vertelt Wilma Eusman, een Amsterdamse advocate die vaak met spermadonoren te maken heeft, omdat ze veel lesbische adopties doet. Zo’n adoptie is alleen mogelijk als er nog geen nauwe betrekkingen zijn tussen de spermadonor en het kind. Maar daar wringt vaak de schoen.
‘Ook homo’s willen steeds vaker vader zijn. Vroeger nam je automatisch afscheid van het ouderschap als je homo was. Het krijgen van kinderen was iets voor hetero’s. Daaraan wilde je je niet conformeren. Maar dat is de laatste jaren anders. Er is een groeiende groep homoparen die met kinderen door het leven wil gaan’, aldus notaris Hélène Faasen, spreekster op voorlichtingsavonden over lesbisch ouderschap.
Ook Rita Buitink, een van de auteurs van het net verschenen boek Roze Ouders, ziet steeds vaker dat spermadonoren papa willen zijn. ‘Als mannen gevraagd worden donor te zijn, voelen ze zich vaak vereerd. Maar mannen die nog geen vader zijn, hebben vaak geen idee wat dat betekent. En als dat kind er eenmaal is, willen ze meer contact dan is afgesproken.’
Meestal komen de partijen wel tot een compromis, zegt Buitink. ‘Desnoods schakelen ze een mediator in. Slechts een enkeling stapt naar de rechter.’
Tot een paar jaar geleden was de Hoge Raad zeer terughoudend met het gunnen van omgangsregelingen aan spermadonoren, vertelt Paul Vlaardingerbroek, (kinder)rechter en hoogleraar familierecht aan de universiteit van Tilburg. Dat veranderde toen in 2004 een spermadonor bij de Hoge Raad een omgangsregeling eiste, en zich daarbij met succes beriep op artikel 8 van het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). Artikel 8 voorziet in een grondrecht: het recht op omgang als er sprake is van gezinsleven, ofwel als er als er sprake is van een nauwe persoonlijke band.
‘Het EVRM is een heel belangrijk verdrag voor Nederland’, aldus Vlaardingerbroek. ‘Anders gezegd: de Europese wetgeving dwingt de rechters een omgangsregeling toe te staan als er sprake is van een nauwe persoonlijke band.’
Maar wat is een nauwe persoonlijke band? In vrijwel alle vonnissen wordt geturfd hoe vaak de donor het kind heeft gezien en hoe intens het contact is geweest. Daarbij wordt de Hoge Raad steeds soepeler voor de spermadonoren, signaleert Vlaardingerbroek. ‘Internationale grondrechten hebben nu eenmaal de neiging steeds verder opgerekt te worden. Dat zie je op alle vlakken.’
In november vorig jaar kreeg een spermadonor van de Hoge Raad het recht op een omgangsregeling terwijl hij het kind – van inmiddels 7 jaar – nog nooit had gezien. Het leek een op voorhand verloren zaak. De Hoge Raad liet echter zwaar wegen dat de donor het kind wel graag had wíllen zien, maar door de moeder werd gedwarsboomd. Dat er hecht contact was ten tijde van de bevruchting. Dat beide partijen voor de donor een rol zagen weggelegd in het leven van het kind, al verschilden ze van mening over de mate daarvan.
‘Eigenlijk krijgt deze donor recht op een omgangsregeling louter omdat hij de biologische vader is’, analyseert Vlaardingerbroek. ‘Er is nul contact geweest. Er was slechts de intentie om contact te hebben.’
Daarom verbaast het de hoogleraar niets dat de rechter de spermadonor van Jaco een omgangsregeling heeft toegekend. De donor heeft het kind maandelijks gezien totdat het anderhalf werd. En hem was een vaderrol toebedacht, zo blijkt uit de advertentietekst, ook al was het een vaderrol op afstand.
Sylvia en José zijn woest. ‘We worden nu om onze oren geslagen met die tekst: vaderrol op afstand. In gesprekken met de donor hebben we dat begrip handen en voeten gegeven. Maar dáár trekt de rechter zich niets van aan. We voelen ons tot op het bot gediscrimineerd. Als wij een heterostel waren geweest was dit nooit gebeurd. Blijkbaar vindt het hof dat een kind een vader nodig heeft, punt uit. Een ontzettend ouderwetse uitspraak.’
De Amsterdamse advocate Eusman denkt niet dat de lesbische achtergrond van Sylvia en José de doorslag heeft gegeven. Als het een heterostel was geweest, had het Hof waarschijnlijk hetzelfde geoordeeld, denkt Eusman.
Paul Vlaardingerbroek kan zich de boosheid van de vrouwen goed voorstellen – ook al krijgt de donor maar twee uur per week toegekend. ‘Het voelt als een enorme inbreuk op je privacy. Ze krijgen bovendien de plicht de donor te informeren over de ontwikkeling van het kind. Hij kan zich gaan bemoeien met de schoolkeuze. Hij kan voorstellen het kind minder truttig aan te kleden. Noem maar op.’
Dat spermadonoren steeds vaker een omgangsregeling krijgen toegekend, vindt Vlaardingerbroek niet ouderwets. ‘Ook een donor heeft bepaalde rechten. Het is ook zíjn kind en het is vervelend als een vader zijn kind niet kan zien. De rechter kan eigenlijk in dit geval niet anders
beslissen, gezien het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.’ Het past ook in een brede trend waarin het vaderschap wordt opgewaardeerd, meent Vlaardingerbroek. Hij verwijst naar een recente stemming in het Europees parlement over adoptie. De Europarlementariërs vinden in meerderheid dat adoptie alleen mogelijk moet zijn als de vader én de moeder afstand doen van het kind. Tot nu toe speelde de mening van de biologische vader geen enkele rol.
Op het internet circuleren verschillende ‘donorcontracten’ om afspraken tussen de spermadonoren en het ontvangende paar in goede banen te leiden. Sylvia en José hadden alleen mondelinge afspraken gemaakt. Volgens Paul Vlaardingerbroek maakt dat niet zoveel uit. ‘Mondelinge afspraken zijn iets moeilijker hard te maken voor de rechter dan schriftelijke. Maar afspraken die indruisen tegen het Nederlands of Europees recht zijn niet rechtsgeldig. Die schuift de rechter gewoon terzijde.’
Notaris Hélène Faasen adviseert op voorlichtingsavonden altijd toch zo’n donorcontract op te stellen. ‘Het dwingt alle betrokkenen om na te gaan hoe ze hun toekomstige rol zien en wat men wel en juist niet van elkaar verwacht. Dat schept duidelijkheid. En als je niet op één lijn zit, kun je besluiten niet met elkaar in zee te gaan. En neem de tijd om te kijken of je bij elkaar past. Men is vaak veel te gehaast.’
Volgens Paul Vlaardingerbroek moeten Sylvia en José met de nieuwe situatie leren leven. Maar toekomstige paren die met een bekende donor in zee gaan, zijn gewaarschuwd: je blijft levenslang van elkaar afhankelijk. Zelfs als de donor toezegt af te zien van het vaderschap. Op zo’n toezegging kan de donor altijd terugkomen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.
Volg het nieuws op onze zustersite in België www.demorgen.be.
Nieuws:
Belgisch nieuws,
buitenlands nieuws,
wetenschap,
gezondheid,
stand der dingen.