*

 

Hindernisrace voor minister Vogelaar

Van onze verslaggever Ron Meerhof − 01/03/08, 02:46

De renovatie van veertig probleemwijken is een van de kroonjuwelen van Balkenende IV. De werkelijkheid is weerbarstiger dan de politiek....

Vóór 1 maart, vandaag dus, moesten de steden van de veertig ‘probleemwijken’ hebben getekend voor een plan van aanpak. Heel wat gemeenten, waaronder Amsterdam, Rotterdam, Utrecht, Leeuwarden en Nijmegen, hebben die deadline niet gehaald. Tot verdriet van minister Vogelaar, die gaandeweg in een onderhandelingsmoeras is geraakt. Hoe is dat zo gekomen? Een reconstructie in tien momenten.

1. De aanloop naar de verkiezingen, november 2006.

In de Tweede Kamer bestaat heel af en toe grote eensgezindheid. Vijftien jaar geleden was dat rond de analyse van wat er met het onderwijs moest gebeuren. De afloop kennen we.

In de aanloop naar de verkiezingen van november 2006 is er vergelijkbare eensgezindheid over de corporaties. Die eensgezindheid luidt als volgt: de woningbouwcorporaties zitten op honderden miljarden, de rijke corporaties worden steeds rijker en de arme krijgen het steeds moeilijker. Hoe dan ook doen ze allemaal te weinig aan de wijken die verslonzen.

Vrijwel alle partijen in de Tweede Kamer onderschrijven dit beeld en willen actie. De nieuwe minister moet de sector afromen, de overheveling van miljarden van rijke naar arme corporaties regelen en de sector dwingen om vele miljarden extra in de achterstandswijken te pompen.

Ziehier het uitgangspunt van minister Vogelaar bij haar aantreden op 22 februari 2007.

Maar volgens kenners kloppen de aannames niet. Juist de corporaties in de achterstandswijken zijn de afgelopen jaren steeds actiever geworden. Vooral in de grote steden lopen belangrijke investeringsprogramma’s. De reserves van de sector zijn al aan het slinken. De verdeling tussen arme en rijke corporaties is fictie.

2. De onderhandelingen in het voorjaar en zomer 2007.

In de maanden daarna bevindt Vogelaar zich in een oorlog waarvan het aantal fronten niet te tellen is. Bijvoorbeeld Aedes, de koepel van woningcorporaties. Dat is een verdeelde club. Enkele corporaties in de grote steden willen best extra investeren, vooral als die worden opgebracht door de corporaties die niet in de Vogelaarwijken actief zijn. Aedes onderhandelt met Vogelaar, en met de eigen leden.

De koepel krijgt het krapst mogelijke mandaat: buig net zoveel mee als absoluut noodzakelijk is om de politiek en de publieke opinie tevreden te houden, maar zorg dat het zo weinig mogelijk echte euro’s kost. Want au fond, meent de koepel, is de hele operatie onzin. Juist in de veertig achterstandswijken is een extra investering niet nodig.

Een bijzondere rol is er voor enkele wethouders en politici van PvdA-huize. Zij zien kansen om de corporaties af te romen en dat geld in de wijken te stoppen. Maar dan moeten de Haagse bewindslieden het innen. Ze weten dat ze kansloos zijn als ze lokaal in de slag moeten met de woningbouwcorporaties. Die vinden immers dat ze al genoeg doen.

3. De bespreking tussen Bos en Vogelaar van 12 juli.

Na maanden onderhandelen meent Vogelaar een afspraak te hebben met Aedes. Trots presenteert ze die aan partijleider Bos, tevens vicepremier en minister van Financiën. Bos is ontevreden en stuurt haar terug naar de onderhandelingstafel. Ze moet alsnog zorgen dat het geld via de staatskas de wijken in zou vloeien. Zo zou het ook meetellen voor Bos’ begroting.

Vogelaar is zo geschokt dat ze haar tranen de vrije loop laat. Dat roept de vraag op: hebben die twee in de voorafgaande maanden wel gecommuniceerd?

4. Bos voert vervroegd de vennootschapsbelasting in.

Terwijl Vogelaar weer onderhandelt met Aedes, maakt minister van Financiën Bos bekend dat hij per 2008 al vennootschapsbelasting gaat heffen. De corporaties zijn ziedend. Vogelaar wordt in haar onderhandelingen weer terug geworpen.

5. Aedes schort onderhandelingen op.

Op de laatste dag van augustus is Aedes-baas Van Leeuwen op weg naar Den Bosch voor wat hij ziet als een afrondende bespreking, als hij op de radio de bewindslieden Vogelaar en Bos hoort zeggen dat de zaak in kannen en kruiken is. Er komen striktere voorwaarden voor de sector dan voor andere bedrijven gelden. Als gevolg hiervan gaat de vennootschapsbelasting wel 500 miljoen per jaar opleveren.

Van Leeuwen schort de onderhandelingen per direct op.

6. Akkoord met Aedes, 17 september 2007.

Vogelaar en Aedes sluiten een akkoord. De corporaties gaan in tien jaar 2,5 miljard euro investeren in de veertig Vogelaarwijken. De zo gewenste verevening wordt geregeld via een investeringsfonds. Via dit fonds moet 750 miljoen euro van de corporaties buiten de veertig wijken vloeien naar de corporaties die in die wijken actief zijn. Aedes zal een opzet maken voor zo’n fonds, het ministerie zal berekenen of het voldoet.

De wethouders moeten op hun beurt de miljoenen bij elkaar onderhandelen bij de plaatselijke corporaties. Vogelaar benadrukt dat zij de verloedering van de wijken een halt toe gaat roepen met deze ‘nieuwe, extra investeringen’. Voortaan wordt gesproken van ‘Vogelaargelden’. Het akkoord is echter zeer vaag. Zo wordt nergens duidelijk aan welke voorwaarden die extra, nieuwe investeringen moeten voldoen.

7. Het lijstje met Vogelaargelden.

Vogelaar maakt op 3 oktober bekend welke bedragen naar welke gemeente gaan, optellend tot 250 miljoen euro per jaar. Sommige corporaties verwijten haar dat ze net doet of zij dat geld aan de wijken geeft. Terwijl het om het geld van de corporaties gaat.

8. De wethouders kiezen eieren voor hun geld.

In de loop van oktober en november beseffen de meeste wethouders dat de bedragen die Vogelaar noemt een wassen neus zijn en dat ze op zichzelf zijn aangewezen. Ze accepteren dat allerlei eerdere afspraken nu onder het kopje ‘Vogelaargeld’ geschaard worden.

Corporatiedirecteuren laten daar ook geen misverstand over bestaan. Zo zeggen Rotterdamse directeuren hardop in de media en tegen de gemeenteraad dat ze het Pact op Zuid (operatie van gemeente, deelgemeenten en corporaties om de buurt op te knappen) uit 2006 meetellen als nieuwe, extra investering van de Vogelaar-operatie.

9. Vogelaar noemt alsnog deadline.

Nadat de Volkskrant bericht dat er amper sprake is van nieuwe investeringen, noemt Vogelaar op 15 januari in de Kamer alsnog een deadline: al het geld dat al vóór 16 juli 2007 is toegezegd, geldt als oud geld en telt niet mee.

De corporaties reageren ontsteld. Rotterdam, dat eerder beweerde dat de corporaties daar nog meer extra geld ter beschikking stelden dan Vogelaar vroeg, noemt de deadline ‘onwerkbaar’.

10. Vogelaar gaat heffen voor investeringsfonds.

Ook na drie pogingen slaagt Aedes er niet in een investeringsfonds te ontwerpen dat aan de voorwaarden van Vogelaar voldoet. Op 14 februari maakt ze bekend dat ze zelf gaat heffen. Daarmee voldoet ze aan de wens van de Kamer. Toch komen uit diezelfde Kamer meteen bedenkingen. Vogelaar moet wel zorgen dat ze eruit komt met de corporaties. CDA-fractieleider Van Geel spreekt onheilspellend van ‘een probleem- en risicodossier’.

mailIcon print |