*

 

Markt CO2 -compensatie is nog te vrij

Jeroen Trommelen − 07/02/08, 02:46

Minister Cramer (Milieu) wil geen strengere regels voor de afkoop van CO2-uitstoot. Ze vertrouwt op de marktwerking...

De markt van vrijwillige klimaatcompensatie zal zichzelf regelen, zei minister Cramer van Milieu deze week in de Tweede Kamer. Ze wil best met de bedrijven gaan praten, maar uiteindelijk zal de klant uitmaken of hij of zij een paar tientjes extra blijft uitgeven aan het compenseren van een vliegreis of andere activiteit.

De minister werd op initiatief van D66-Kamerlid Van der Ham ondervraagd over het nieuws van de Volkskrant dat sommige van deze klimaatprojecten helemaal niets bijdragen aan een beter klimaat. Een Limburgs ‘klimaatbos’ van de stichting Trees for Travel bijvoorbeeld blijkt al eerder aangeplant om andere reden. Energieprojecten van de Klimaat Neutraal Groep blijken soms zwak onderbouwd of al volledig betaald uit ontwikkelingsgeld.

Temeer omdat ook de regering en de Tweede Kamer hun vliegreizen compenseren, pleiten D66 en de PvdA voor beter toezicht en strengere eisen voor de markt van het afgekochte schuldgevoel.

Strengere eisen zijn voorbarig, vindt Cramer. Het probleem is in haar ogen niet zo groot. De minister verwijst naar een opgave van de bedrijven: minder dan 1 procent van hun projecten is discutabel. Bovendien is er certificering in de markt. Daarbij wordt onafhankelijk beoordeeld of klimaatprojecten werkelijk leiden tot minder CO2-uitstoot, en of er ze zonder dat geld niet zouden zijn geweest. Kwaliteitsverschil vindt Cramer geen probleem. ‘Je kunt een gold standard of een silver standard hebben, dat is allemaal prima.’

Of de compensatiemarkt zich kan reguleren, blijft evenwel de vraag. Zo zijn de bedrijven niet eerlijk over de omvang van het probleem. De door de minister geciteerde ‘minder dan 1 procent van de projecten’ slaat op een berekening van de Klimaat Neutraal Groep. Die becijfert het aandeel discutabele projecten na het Volkskrant-onderzoek op 0,8 procent.

Ook volgens de andere aanbieder, Trees for Travel, is de schade hoogstens 1 procent. In werkelijkheid staat de toegevoegde waarde van zeker 6 van de 19 projecten van Nederlandse aanbieders ter discussie. Dat is ruim 30 procent.

Het zijn vooral de kleine, herkenbare energieprojecten in de derde wereld die vragen oproepen. Ze zijn opgenomen in de portfolio’s om de sympathie van de klant te winnen. De 0,8 procent slaat niet op het aantal projecten, maar op het kleine aandeel bespaard broeikasgas in drie betwiste projecten in Nicaragua, Tanzania en Jamaica.

In (omstreden) kilo’s vermeden CO2 stellen ze weinig voor – hoewel dat nog altijd goed is voor de verkoop van ‘klimaatcompensatie’ voor 3.100 verre vliegreizen.

Ook concurrent Trees for Travel toont zich weinig schuldbewust. Dat het Limburgse Broekheiderbos in de aanbieding werd gedaan als ‘speciaal aangeplant’ klimaatbos, was een vergissing. Maar bestaande bossen zouden wel degelijk gebruikt mogen worden voor klimaatcompensatie. Dat laatste is volgens de meeste experts onzin. Ook een ander project van deze aanbieder, de Groene Kamer dat in 2005 is gepland, hoort daarom niet thuis in de portfolio.

Dat certificatie de problemen van de markt zal oplossen, wordt door die markt zelf betwijfeld. Drie projecten van Trees for Travel zijn van het Hivos-klimaatfonds. Dat heeft er bewust voor gekozen projecten niet te certificeren, omdat de kosten daarvan niet opwegen tegen de baten. Een van deze projecten in Cambodja is financieel in de steigers gezet met ontwikkelingshulp.

De bedrijven zeggen dat de problemen deels zijn ontstaan doordat de regels voor vrijwillige projecten strenger zijn geworden. Wat het ene keurmerk goed vindt, wijst het andere af. Nieuwe keurmerken, zoals van het Wereldnatuurfonds, zijn strenger dan oude. Wat de minister prima vindt – een beetje goudmerk en een beetje zilvermerk in één pot – is juist onderdeel van het probleem.

mailIcon print |