Op de Netwerkschool krijgen nieuwe leerlingen eerst een assessment, een beoordeling om vast te stellen wat ze kunnen en wat hun ‘potentie’ is....
Op de Netwerkschool zitten minder leraren dan op een gewone school. En toch wordt er meer les gegeven. De leraren doen namelijk niks anders dan lesgeven. Ze hoeven niet te surveilleren in de kantine en ze hoeven leerlingen niet te begeleiden.
Daar zijn dan weer anderen voor. Mentoren, tutoren, instructeurs, onderwijsassistenten, gastdocenten: een heel scala aan docenten en begeleiders loopt er rond. Ouderejaars onderwijzen de jonkies en krijgen daar ook nog geld voor, zodat ze hun tijd niet meer hoeven te verdoen met rot-baantjes bij de supermarkt.
Het idee begon met een column van Frank Kalshoven in de Volkskrant, anderhalf jaar geleden. ‘Het kan anders, het kan beter, het kan goedkoper’, schreef hij. Volgens hem moest de productiviteit in het onderwijs omhoog door de inzet van de techniek. ‘Speel voor de Kerst minstens tot level 24 voor Engels, zorg bij economie dat de cybercommissarissen het businessplan voor je virtuele onderneming hebben goedgekeurd, bouw voor wiskunde en techniek een virtueel zeilschip’, zo dagdroomde hij.
Acht onderwijsdeskundigen zagen wel brood in Kalshovens vergezicht, en zetten zich samen met hem aan de uitwerking ervan tot een compleet model.
Pieter Hettema, een van de acht, durft grote woorden te gebruiken: ‘Het maatschappelijk rendement van elke euro die in het onderwijs wordt gestoken, wordt verdubbeld.’
Hettema, tot 1 januari voorzitter van de organisatie van middelbare scholen: ‘Ik heb jarenlang de beloftes aangehoord van de politieke partijen dat ze meer geld in het onderwijs zullen steken, maar dat gebeurt gewoon niet. Nu weer. Ze beloven 1,2 miljard, maar je zult zien dat er niets van komt.’ Productiviteitsverhoging is de enige optie. Bovendien: het lerarentekort is onafwendbaar, dus zal efficiënter met leraren moeten worden omgesprongen.
De ontwikkelaars geloven in de voortreffelijkheden van hun model dat niet is gebaseerd op een didactische aanpak, zoals het nieuwe leren, maar op bedrijfseconomie. Zij denken dat de uitval met de helft kan worden verminderd. Zittenblijven wordt afgeschaft. De kosten kunnen minstens 15 procent omlaag.
De Netwerkschool blijft niet beperkt tot het papier van de bedenkers. In Almere staat er een in de startblokken. Jenneke Peek, een van de directeuren van de Almeerse middelbare school Het Baken, heeft al een pand gehuurd en gooit in september de deuren open, te beginnen voor ongeveer honderd mbo-leerlingen. In het eerste jaar worden ‘een paar elementen’ van de Netwerkschool gebruikt, maar in 2008 gaat Peek voluit.
Van haar geen grote woorden over verdubbeling van het maatschappelijk rendement, maar ze verwacht wel grote voordelen. Bijvoorbeeld van een flexibel personeelsbeleid, waarin met allerlei soorten contracten wordt gewerkt. En ze zou dolgraag de school 52 weken per jaar opengooien. ‘Dan moeten we eerst een moderne onderwijs-cao krijgen’. De vakanties van zestig dagen per jaar zijn een probleem, zegt ze.
Van de lesmethodes met de computer verwacht ze ook veel. En ook dat leerlingen minder lang hoeven te wachten. ‘Leerlingen moeten nu heel vaak wachten. Om bij een computer te komen, om een docent te spreken, om examen te kunnen doen. Dat is frustrerend. Reken maar dat dat veel uitval zal schelen.’ Van het werken met contracten verwacht ze weer niet zo veel: ‘Je kunt die kinderen toch niet van school sturen.’
Ook het Nova-college in Haarlem overweegt delen van het model in te voeren. Maar, zegt bestuursvoorzitter Bart Bongers, ‘Het is beter een groep van scholen te vormen om dit in te voeren. Dan kun je bijvoorbeeld beter onderhandelen met de vakbonden. En het ontwikkelen van software doe je ook niet in je eentje.’
Hij overweegt wel zelfstandig onderdelen van het model te gebruiken. ‘Ouderejaars of hbo-studenten kunnen jongerejaars les geven.’
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.
Volg het nieuws op onze zustersite in België www.demorgen.be.
Nieuws:
Belgisch nieuws,
buitenlands nieuws,
wetenschap,
gezondheid,
stand der dingen.