*

 

De vrijheid niet te hoeven geloven

Van onze verslaggeefsters Janny Groen, Annieke Kranenberg − 03/05/07, 02:46

Ehsan Jami en Loubna Berrada willen een debat over het taboe: breken met de islam...

Een aantal Nederlandse islamafvalligen gaat zich verenigen in het Centrale Comité voor Ex-moslims. Twee van de initiatiefnemers, het 22-jarige PvdA-raadslid Ehsan Jami uit Leidschendam-Voorburg en de 31-jarige Loubna Berrada, zeggen met de oprichting van een officieel orgaan van ex-moslims taboes te willen doorbreken en het maatschappelijk debat over vrijheid van geloof en van ongeloof te willen aanzwengelen.

Jami, die elf jaar geleden met zijn ouders en zus vanuit Iran naar Nederland vluchtte, zegt geïnspireerd te zijn door de Duits-Iraanse Mina Ahadi (51). Zij lanceerde eind februari op een persconferentie in Berlijn de nieuwe vereniging Zentralrat der Ex-Muslime met de leuze ‘Wir haben abgeschworen’.

Sindsdien hebben Ahadi en haar medebestuursleden permanente politiebescherming. Afvalligheid is in de islam een groot taboe. Ahadi en haar medevoorzitter en penningmeester ontvangen geregeld doodsbedreigingen.

‘Zo’n vereniging moet toch in Nederland ook van de grond kunnen worden getild’, dacht Jami, die zelf na de aanslagen van 11 september 2001 van zijn geloof viel. Hij noemt zich ‘een ietsist’. Hij gelooft wel in een God, maar niet meer in de islam. De burgemeester van Leidschendam waarschuwde hem zich publiekelijk toch vooral voorzichtig uit te laten over afvalligheid. Jami kent honderden moslims die ‘ook niet echt stevig meer geloven, maar er niet voor uit durven komen. Zelfs niet tegenover hun familie’.

Het debat over geloof en ongeloof moet in een westerse democratie vrijuit kunnen worden gevoerd, vindt Jami. ‘Het is een gigantisch probleem, waarvoor ook mijn partij de ogen sluit.’

De Marokkaans-Nederlandse Loubna Berrada heeft niet een specifiek moment waarop ze van haar geloof is gevallen. ‘Ik ben er langzamerhand uitgegroeid’, zegt ze. Berrada benadrukt dat ze ‘absoluut niet wil provoceren’. Ze respecteert de islam, maar wil er voor strijden dat iedereen volkomen vrij kan zijn in de intensiteit van zijn geloofsbelevenis. Ze werd eind vorig jaar in een uitzending van de Nederlandse Moslimomroep tegen zichzelf beschermd. Haar opmerking dat ze niet meer gelooft, werd uit de uitzending geknipt. Berrada: ‘De NMO is goed bezig, bespreekt tal van taboes. Maar dit thema ligt kennelijk nog te gevoelig.’

Berrada merkt om haar heen dat veel moslims ‘niet 100 procent meer gelovig zijn’. Die ontwikkeling wil ze bespreekbaar maken. Ze wil stapje voor stapje, heel voorzichtig, een stevig platform bouwen voor een liberale islam. Jami: ‘Een liberale opvoeding moet dan ook bespreekbaar worden. Jonge meisjes moet de hoofddoek niet worden opgedrongen. Zij zouden vrij opgevoed moeten worden, zodat ze de keuze later zelf, zonder druk van de sociale omgeving, kunnen maken.’

Vooralsnog willen Jami en Berrada geen namen noemen van anderen die bij het comité betrokken zijn. Jami: ‘Het ligt allemaal nog heel gevoelig.’ Jami zegt dat ze de steun hebben van rechtsgeleerde Afshin Ellian, rechtsfilosoof Paul Cliteur en publicist Michiel Hegener. In september wordt het comité officieel gepresenteerd.

Jami: ‘We willen premier Balkenende uitnodigen en hem vragen het open debat over vrijheid van geloof en ongeloof te garanderen.’ En, zegt hij, de bescherming van degenen die, doordat ze die vrijheid nemen, worden bedreigd.

Jami is herhaaldelijk gewaarschuwd dat hij, als een van de boegbeelden van het comité, zijn leven in gevaar kan brengen. ‘Ik wil niet dood’, zegt hij. ‘Ik wil ook een toekomst en kinderen. Maar ik wil ook een tegengeluid laten horen. Wij weten wat de problemen zijn van degenen die worstelen met hun geloof.’

Ellian ziet het nieuwe comité als een uitdaging voor de Nederlandse politiek en met name de PvdA. Hij herinnert aan de uitspraak van PvdA-Kamerlid Aleid Wolfsen, die onlangs in het tv-programma Buitenhof pleitte voor een aparte juridische status voor kunstenaars en opiniemakers in het kader van de vrijheid van meningsuiting. De uitdaging is de leden van het nieuwe comité optimale bescherming te bieden, zegt hij.

Ellian: ‘De oprichting van dit comité leert dat Ayaan Hirsi Ali geen incident is. Steeds weer komen mensen op die strijden voor de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van geloofsafval. Er is iets in beweging.’

mailIcon print |