*

 

Van Bommels galanterie werd niet gewaardeerd

Sheila Sitalsing − 23/08/07, 02:46

Hij deed echt niks, bezweert Harry van Bommel. ‘Ik zei alleen maar: you look sensational.’ Maar de dame tegen wie Van Bommel deze opmerking maakte, bleek niet gediend van zoveel Hollandse galanterie....

Het gebeurde op 12 juli, tijdens een rondreis door het Midden-Oosten van leden van de commissie Buitenland van de Tweede Kamer. Ze bezochten de Jordaanse hoofdstad Amman, waar de Nederlandse ambassade de parlementariƫrs bijstond.

Van een van de ambassademedewerkers die zich voor het bezoek inspanden, een Jordaanse vrouw, was Van Bommel zo onder de indruk, dat hij, ja wat eigenlijk?

Zelf zegt Van Bommel dat het bij dat compliment bleef over haar uiterlijk. Maar de vrouw beklaagde zich bij haar baas, ambassadeur Gajus Scheltema, die op zijn beurt het ministerie van Buitenlandse Zaken (waar de ambassades onder vallen) verwittigde. Het voorval bereikte de minister, Maxime Verhagen (CDA).

‘Het ministerie hecht eraan dat onze medewerkers correct worden behandeld, zeker door Kamerleden’, zegt een woordvoerder van de minister, die niet wil zeggen wat er volgens de vrouw zou zijn voorgevallen. Van een formele klacht is evenwel geen sprake (’Er is geklaagd, dat is iets anders.’) en derhalve ook niet van een onderzoek, benadrukt Verhagens woordvoerder.

Van Bommel heeft inmiddels zijn excuses aangeboden. Buitenlandse Zaken beschouwt de zaak hiermee als afgedaan, laat Verhagen weten.

Niettemin informeerde Verhagen de delegatieleider van het reisje, Kamerlid Henk-Jan Ormel (CDA). Ormel sprak gistermiddag met Van Bommel over de kwestie. ‘Leden van een Kamerdelegatie die op reis zijn in het buitenland, hebben de naam van het parlement en van Nederland hoog te houden’, zegt Ormel. ‘Maar meer doen dat dat duidelijk maken, kan ik niet. Als iemand al vindt dat sancties op hun plek zijn, dan is dat aan de fractie.’

Of het bij een compliment is gebleven, of dat er meer aan de hand was, wil Ormel niet zeggen. ‘Ik neem aan dat als het voorval volkomen onschuldig was, het niet de top van het ministerie zou hebben bereikt.’

Geen formele klacht, geen sancties, een ministerie en een klager die de zaak als afgedaan beschouwen na excuses: een storm in een glas water? ‘Zo zou ik het beslist niet willen noemen’, haast Van Bommel zich te zeggen. ‘Mijn gedrag werd niet op prijs gesteld. Dat vind ik zeer, zeer te betreuren.’

mailIcon print |