Haar grootmoeder Wilhelmina begon ermee in 1931. Moeder Juliana hield 31 keer een kersttoespraak. Dinsdagmiddag deed Beatrix het alweer voor de achtentwintigste keer....
De aardbol is geen prettig oord. In de ogen van het Nederlandse staatshoofd wordt de wereld geterroriseerd door zes miljard egoïsten die als zij elkaar de hersens niet inslaan, bezig zijn zichzelf te vernietigen.
Gebrek aan tolerantie en gemeenschapszin zijn bijna continu terugkerende thema’s in de kerstrede van de huidige koningin en haar voorgangsters. Dinsdag was het niet anders.
Geen feest
Kerstmis is in Nederland bepaald geen kerstfeest: in de indrukwekkende stapel kerstredes van drie achtereenvolgende vorstinnen zijn vrijwel geen verwijzingen te vinden naar kerstgezangen, kerstbeelden, kerstversiering, laat staan kerstgerechten. Wereldse geneugten horen bij 30 april en niet bij 25 december.
Kerstmis is een moment van bezinning. De kerstgroet van de Oranjes - pas onder Beatrix werden ze formeel kerstboodschap genoemd - is een belijdenis die zich niet onderscheidt van een preek van de kansel. In het begin van deze eeuw is de kerstboodschap nog voorbehouden aan geestelijk leiders. Maar Wilhelmina, tenslotte koningin bij de gratie Gods, vindt dat in tijden van kommer en kwel ook een kerstgroet van een wereldlijk leider niet misstaat.
Na het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog besluit zij voor het eerst schriftelijk een kerstmededeling te doen. Ze roept op in deze moeilijke tijd te vertrouwen op de hulp van de heiland, het kindeke Jezus in de stal van Bethlehem.
Daarna wacht Wilhelmina tot de crisis van de jaren dertig voordat zij weer de bevolking toespreekt. Dit keer tijdens Kerstmis 1931 via de radio: 'Voor Mij is het heden een reden voor grote dankbaarheid, Mij op dit ogenblik door de radio met U allen verbonden te weten en daardoor zovele landgenoten te kunnen toespreken. Het is als scheidde ons geen afstand, als toefden wij in elkaars tegenwoordigheid.'
De nieuwe oorlogsdreiging en de mobilisatie zijn de reden van de koningin om in 1939 opnieuw met Kerstmis naar de microfoon te grijpen. De bange onderdanen worden op een koude Kerstdag met de zomerzon getroost.
Bijbel
Maar na de nederlaag in 1940 grijpt Wilhelmina met Kerstmis weer terug naar de Bijbel: 'Spoedt u allen, zoals gij zijt, met uw zorgen en lasten naar het Kindeke in Bethlehem in ootmoed en overgave.' Vanuit Londen klinkt continu de oproep om 'onwankelbaar vertrouwen te hebben op God'.
Onder Juliana krijgt de kersttoespraak een nieuwe spirituele lading. Koningin Juliana zal na haar troonsbestijging in 1948 van de kerstrede een traditie maken. Liefst 31 keer (alleen in 1970 werd de kerstrede overgeslagen, omdat de koningin de bevolking al bij de herdenking van 25 jaar bevrijding had toegesproken) houdt Juliana een speech met Kerst.
In de jaren vijftig verandert het karakter. Actuele ontwikkelingen in het voorbijgaande jaar - de onafhankelijkheid van Indonesië in 1949, de wederopbouw in 1950 en de watersnoodramp in 1953 - dienen als invalshoek voor diepzinnige religieus-filosofische bespiegelingen. De koningin grijpt niet alleen terug naar de Bijbel, maar maakt haar eigen vaak moeilijk te doorgronden teksten. Zo besluit zij haar rede in 1950 met de woorden: 'En juist in deze tijd zal een weerstandsvlak ontstaan van dit licht, waartegen iedere duisternis opgolft, om in dit weerstandsvlak te worden opgenomen, en zo zullen de tijden worden bestendigd in dit licht.'
Hofmans
Juliana staat op dat moment al onder invloed van de gebedsgenezeres Greet Hofmans. De Nederlanders weten daar echter niets van. In haar kerstrede van 1956 geeft Juliana (ze was op 1 november van dat jaar alleen op vakantie gegaan) een reactie op de in de buitenlandse pers veelbesproken huwelijksproblemen: 'Waarom bijvoorbeeld trachten wij een wig te drijven tussen man en vrouw? (...) Wat bezielt zulke mensen toch. Maar heb ik soms het recht niet, te trachten mijzelf te zijn.'
De veranderde houding van jongeren in de jaren zestig doorziet Juliana sneller dan menig politicus. Zo zegt zij al in 1965 over de ontreddering na twintig jaar bevrijding: 'Een jonger geslacht is na de oorlog volwassen geworden en kan nu bewust die ontreddering bezien. (...) Het is een tijd van vraagtekens. Alles wordt op de korrel genomen, bekritiseerd, ontleed.' Maar het idealisme van de jaren zestig ebt snel weg. In de jaren zeventig worstelt Juliana met de boodschap. Ze erkent in 1972 dat 'het moeilijk is om iets te zeggen wat iedereen aanspreekt.'
Beatrix beziet na 1980 Kerstmis consequent als een zeldzaam licht in de duisternis. Daarnaast ontpopt ze zich als de koningin van de multiculturele en geseculariseerde samenleving. In haar eerste kerstrede, van 1980, zegt ze: 'Geen twee mensen beleven hun geloof op eenzelfde manier.' Later zal ze - tot verdriet van orthodoxe protestantse groeperingen - concreet wijzen op de waarden van islam, boeddhisme en hindoeïsme.
Beatrix beperkt zich aanvankelijk tot een oproep voor het oplossen van majeure wereldproblemen (woningnood, jeugdwerkloosheid, vrede en gehandicaptenzorg), maar na 1988 worden de toespraken fatalistischer. De koningin waarschuwt voor de vernietiging van Moeder Aarde. Door de toenemende milieuvervuiling staat de schepping zelf op het spel: 'Wat wij thans meemaken, is niet de vernietiging van de aarde in een klap, maar in een stil drama.'
Vrijheid
Hoewel in principe ook op de kerstrede de ministeriële verantwoordelijk rust, is de vrijheid van de koningin groot. Het is een zelf geschreven persoonlijke boodschap. De rede van 1988 leidt bij wijze van uitzondering ook tot politiek gekrakeel. In de troonrede, nog maar drie maanden eerder, moest Beatrix nog zeggen dat 'ons land schoner wordt, met name lucht en water'. De kerstrede wordt dan ook beschouwd als een correctie op de eerder door premier Lubbers geschreven troonrede.
In de volgende jaren zijn de nieuwe thema's: egoïsme, normvervaging, geweld, zelfvernietiging, rouwverwerking en boetedoening. In 1991 illustreert Beatrix de voortschrijdende normvervaging met teruglopende belangstelling voor kunstuitingen: 'Kunst wil ons wakker schudden, onze ogen en oren, onze harten en zinnen openen voor wat juist niet deel uitmaakt van de sleur van alledag.' Sommigen noemen het verhaal onbegrijpelijk.
Veel ophef is er nog over de kersttoespraak van 1996, waarin ze ingaat op het thema rouwverwerking: 'In onze samenleving, die het sterven lijkt te willen ontkennen of ontvluchten, is leven met de dood een zware opgave. Soms moet wie achterblijft zelfs opkomen voor het recht op verdriet.'
Televisie
In tegenstelling tot de Belgische koning en de Britse vorstin Elizabeth heeft Beatrix lang geweigerd de toespraak op de televisie te doen. Ze was bang dat beelden de aandacht te veel zouden afleiden van de boodschap en beperkte zich tot een radiotoespraak.
Pas sinds 2000 spreekt ze het volk voor de camera toe. Reden waren de sterk gedaalde luistercijfers. Terwijl in 1978 nog 30 procent van de Nederlanders naar de kersttoespraak luisterde was dat in 1999 teruggelopen tot nog geen 5 procent.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.
Volg het nieuws op onze zustersite in België www.demorgen.be.
Nieuws:
Belgisch nieuws,
buitenlands nieuws,
wetenschap,
gezondheid,
stand der dingen.