*

 

‘Als het geld maar niet naar de managers gaat’

Van onze verslaggevers Jeroen Trommelen, Ellen de Visser − 18/12/07, 13:12

Verpleeghuizen moeten andere prioriteiten gaan stellen...

DEN HAAG De komende maanden verdeelt staatssecretaris Jet Bussemaker 63 miljoen euro over de ruim driehonderd verpleeghuizen. Het geld, dat een jaar geleden al werd toegezegd, moet uitdrukkelijk worden besteed aan handen aan het bed. ‘Ik heb geen enkele behoefte aan nog meer managers’, zegt ze. Over de besteding moeten de huizen verantwoording aan haar afleggen.

Op haar werktafel ligt de Volkskrant-ranglijst, waarop ze heeft aangekruist welke instellingen ze de afgelopen tijd heeft bezocht. Op een enkele, sterk verouderde afdeling na heeft geen enkele ervan een slechte indruk achtergelaten. Toch zijn er grote kwaliteitsverschillen tussen de huizen, erkent Bussemaker, waarmee ze de belangrijkste conclusie uit de ranglijst onderschrijft.

De oorzaak van de verschillen zit volgens haar in ‘de attitude van het management’. Door andere prioriteiten te stellen kunnen huizen met hetzelfde geld veel beter presteren. ‘Bij een proef in zeventig huizen bleek het aantal doorligpatiënten in één jaar te kunnen dalen van 24 naar 4 procent. Binnen drie maanden kon het aantal meldingen van medische fouten worden teruggebracht van 297 naar 107. Ik geloof erg in een goede cultuur, waarin het welzijn van de patiënt en de tevredenheid van het personeel voorop staan.’

De basiszorg in sommige verpleeghuizen is nog steeds onvoldoende, zegt ze. Bewoners kunnen nog steeds niet overal rekenen op veilige zorg. Ondervoeding, doorligwonden en vastbinden van bewoners zijn voor Bussemaker de belangrijkste graadmeters van kwaliteit. ‘Die horen in verpleeghuizen niet voor te komen, maar ze hebben nog onvoldoende tijd gehad om daar wat aan te doen.’

De praktijk is immers anders. Een analyse van de Inspectie voor de Gezondheidszorg toont aan dat veel zorgproblemen in verpleeghuizen tussen 2004 en 2006 ernstiger zijn geworden: medicatiefouten, fixaties, ondervoeding en incontinentie komen vaker voor. Alleen het percentage doorligwonden is afgenomen.

Toch ziet Bussemaker in de sector ‘een enorme bereidheid tot verbetering’. Ze schrikt daarom van de honderden, vaak alarmerende reacties die de afgelopen dagen op de website van de Volkskrant binnenkwamen. ‘Klagend personeel moet je heel serieus nemen. Ik wil met de inspectie overleggen of we een toegankelijker meldpunt kunnen opzetten.’

Het werk wordt zwaarder; bewoners zijn zieker en familie wordt veeleisender. De komende jaren zijn er door de vergrijzing tienduizenden extra medewerkers nodig. ‘Het zal een hele toer zijn om die te vinden, maar ze zijn er wel.’ Het stagefonds van 60 miljoen euro moet ertoe leiden dat stagiaires beter worden begeleid en niet al bij aanvang afhaken.

En als instellingen beter voor hun medewerkers zorgen, willen sommigen wellicht wat extra werken. ‘Als iedereen twee uur meer gaat werken, hebben we er honderdduizend arbeidsuren bij.’

Misschien helpt het, zegt ze, als het imago het idee van ‘de dagelijkse wasstraat’ ontstijgt. ‘We moeten af van het idee dat we alleen goede zorg leveren als we een vast patroon volgen. Het is niet nodig om alle bewoners om tien uur ’s morgens gewassen en gestreken in de huiskamer te hebben zitten.’

Ook kleinschalige opvang – een trend in verpleeghuizen – kan de zorg een aantrekkelijk vak maken, denkt ze. Daarbij horen mogelijk ook nieuwe regels. ‘Ik wil met de inspectie bespreken wat voor dat nieuwe type zorg de écht belangrijke normen zijn. Het kan voorkomen dat een medewerker even met een bewoner naar het toilet moet waardoor het toezicht ontbreekt. Dat valt mogelijk zonder extra personeel op te lossen door een glaswand te plaatsen tussen twee groepen of cameratoezicht.’

mailIcon print | |
<spring:message code='commonMessages.loading' />