In de storm van kritiek en scepsis die over het onderwijs raast, waanden de universiteiten zich redelijk veilig. Zij kregen kritiek, maar bescheiden in vergelijking tot de middelbare scholen met hun studiehuis en de hogescholen en roc’s met hun competentiegerichte onderwijs....
Maar die veilige plek zijn ze kwijt. Niemand minder dan Karl Dittrich, voorzitter van de NVAO – de keuringsdienst voor het hoger onderwijs –, nam de universiteiten onder vuur. Tijdens een conferentie die door de universiteitenvereniging VSNU in Middelburg was belegd, deed hij vorige week een boekje open over de keuringsresultaten bij de bacheloropleidingen van de universiteiten.
Tot nu toe zijn 223 universitaire bacheloropleidingen gekeurd – allemaal goedgekeurd. Maar dat wil bepaald niet zeggen dat ze goed zijn, onthulde Dittrich. Bij 20 procent is zelfs de basiskwaliteit in het geding. Oftewel: die werden maar net door de keuring gesleept. Dittrich noemt een reeks gebreken. Gebrek aan diepgang; te weinig studie-uren (20 uur, soms minder); niet gemotiveerde studenten; te weinig docenten.
Het probleem ligt bij de universiteiten zelf. ‘Een groot deel van het bacheloronderwijs wordt gezien als noodzakelijk kwaad’, zegt Dittrich. Als corvee. Een echte wetenschapper doet immers onderzoek. ‘Ik kan me niet onttrekken aan de indruk dat het bacheloronderwijs onder aan de rangorde staat, na onderzoek, masters en externe taken.’ De universiteit, aldus Dittrich, vindt de bacheloropleiding kennelijk optimaal als die nog net door de keuring komt.
Het ligt overigens niet alleen aan de universiteiten, zegt hij. Er loopt een hele generatie studenten rond ‘met een mogelijk gebrek aan ambitie en zelfdiscipline’. Doordat de universiteiten de prioriteit niet bij bacheloronderwijs leggen, ontstaat vanzelf een ‘spiraal omlaag’.
Een verrassing kon Dittrichs analyse nauwelijks nog zijn. Een dag eerder had voorzitter Sijbolt Noorda van de VSNU het universitaire bacheloronderwijs al fel bekritiseerd. Hij pleitte voor de oprichting van een soort Koninklijke Academie voor Hoger Onderwijs, als tegenwicht tegen het prestige dat onderzoek verschaft aan de universitaire wetenschappers.
Dat er iets mis was met het universitair onderwijs werd al duidelijk toen het Centraal Planbureau twee maanden geleden de Nederlandse onderwijsprestaties op een nieuwe manier vergeleek met die van het buitenland. Tot dan toe was het beeld dat het Nederlandse onderwijs goed, soms uitstekend functioneerde. In internationale vergelijkingen als de PISA-onderzoeken scoorden Nederlanders hoog – bijvoorbeeld in wiskunde.
Het CPB ontdekte dat die prestaties minder fantastisch zijn naarmate het onderwijspeil hoger is. Het vmbo, dát is inderdaad top. De universiteiten beschouwden zichzelf altijd als Europese subtoppers achter een paar Britse en Franse topuniversiteiten. Maar uit de CPB-studie bleek dat vrijwel nergens op de wereld studenten in het hoger onderwijs zo weinig leren als in Nederland. Dat Nederlandse afgestudeerden toch wel wat kunnen, danken ze vooral aan hun uitstekende middelbare scholen. Het CPB kwam ook tot de conclusie dat de ‘diplomaloze uitval’ uit het hoger onderwijs net zo hoog is als die bij het vmbo – en het vmbo wordt gezien als het grote onderwijsprobleem in Nederland.
Keurmeester Dittrich bevestigt de horrorverhalen over gebrek aan inspiratie, of studies die je makkelijk naast je baan kunt doorlopen. De VSNU, die bacheloronderwijs eerder dit jaar koos tot topprioriteit, heeft voorlopig werk in overvloed. De universiteiten zijn veel zieker dan ze dachten.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.
Volg het nieuws op onze zustersite in België www.demorgen.be.
Nieuws:
Belgisch nieuws,
buitenlands nieuws,
wetenschap,
gezondheid,
stand der dingen.